Home

De theaterdirecteur kondigde mij aan als levende re­pre­sen­tant van saai en moeilijk

Je kon wel zeggen dat er zondagmiddag een trotse directeur in het regionale stadstheater stond, tussen twee koudvuur-fonteintjes op het podium, bubbeltje in de hand. De komende tijd was er zoveel te zien en te beleven, het was haast te veel om op te noemen. Voorstellingen met show, spektakel of leuke weetjes. Cabaret, veel cabaret. En muziek, nog meer muziek, het hele repertoire, van chanson tot shanty. Het kon niet op, zei hij, werkelijk.

Maar toen, vlak voor het einde van zijn presentatie, daalde er plotseling een grafstemming in hem neer. Zijn schouders gingen hangen, zijn armen. En ja, zei hij, en zuchtte diep. Dan hebben we ook nog toneel. En toneel, zei hij, was vaak moeilijk en ingewikkeld. Toneel werd door veel mensen dan ook saai gevonden, maar we hebben toch wat geprogrammeerd, en Peter, jij hebt er geloof ik iets mee te maken, kom maar naar voren.

Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik stond op, verbaasd. Hoe kreeg de directeur het voor elkaar? Welke koopman prees nou zo zijn waren aan? Het was de eerste keer dat ik werd aangekondigd als levende vertegenwoordiger van saai en moeilijk, dus voor mijn gevoelens was het ook niet leuk.

Vroeger was ik boos geworden. Had ik de directeur op het podium uitgelegd hoe ik over hem dacht. Eens liep ik weg uit een live-uitzending op de radio – succes met je programma! – waarna haastig een extra muziekje werd opgezet. Nooit ben ik trouwens zo vaak boos geworden als juist in de momenten dat ik in de openbaarheid treed, zodat statistisch is bewezen dat het aan de openbaarheid ligt.

Intussen heb ik wel geleerd dat je het publiek zo tegen je in het harnas jaagt en weet ik dat de directeur en mijn gevoelens onbelangrijk zijn. Het gaat om de mensen in de zaal, die alleen maar zijn gekomen om te horen wat er de komende maanden zoal te doen is, uit pure interesse, en dus eigenlijk niks verkeerd hebben gedaan.

Wat moest ik zeggen? Viel er nog wel wat te zeggen, had het nog zin? We zijn eraan gewend dat kinderen lezen saai noemen. Maar ouders doen het ook, onderwijzers, mensen op tv. Pabo-studenten lezen geen kinderboeken, ze kunnen zich niet concentreren. Als schouwburgdirecteuren toneel ook saai gingen noemen, was het wachten op de eerste boekhandelaar die de klanten adviseert om ’s avonds gewoon op hun telefoon te kijken.

Toneel is helemaal niet saai, heb ik gezegd. Niet automatisch, tenminste, zei ik. Zeker niet als je het vergelijkt met de rest van het leven. Maar ik vrees dat ik het daarmee alleen maar erger heb gemaakt. Ik koppelde de woorden toneel en saai toch weer aan elkaar, en nu alweer, merk ik. Als je vanuit de verdediging moet praten, win je nooit en is meestal zelfs een gelijkspel al onbereikbaar. Mensen voelen meteen dat je iets te verbergen hebt, een tekst ofzo, achter je rug.

Was er dan helemaal geen hoop meer voor toneel en boek? Jazeker wel. Want de directeur bedoelde het goed. En de mensen met belangstelling voor theater waren tot mijn vreugde vrijwel zonder uitzondering ouder en grijs. Er komen steeds meer ouderen bij, elk jaar meer. De hele toekomst is grijs, de aanwas van nieuwe belangstelling is eindeloos.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next