Home

Spreidingswet maakt noodopvang in Brabantse Veldhoven niet meteen overbodig

Afgelopen week werd bekend dat er in de Eerste Kamer een meerderheid gaat stemmen voor de spreidingswet, waarmee er meer stabiliteit moet komen in de Nederlandse asielopvang. Maar dat betekent niet dat die stabiliteit er meteen gaat komen. Gemeenten hebben nog tot november om met hun plan te komen en zelfs dan duurt het nog even voor de asielzoekerscentra geopend worden. Demissionair staatssecretaris Eric van der Burg verwachtte dat de komende tijd nog veel gebruik moet worden gemaakt van tijdelijke opvanglocaties.

Een van die ongeveer 250 tijdelijke opvangplekken is groepsaccommodatie De Buitenjan, net buiten de Brabantse plaats Veldhoven. Met alle sneeuw heeft het gebouw haast een sprookjesachtig uiterlijk, maar het bordje van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op de poort geeft al snel de realiteit weer: op deze plek worden mensen opgevangen.

Echt niet alle noodopvanglocaties zijn zo mooi als de Buitenjan, erkent ook locatiemanager Hans Wouters als hij het terrein laat zien. Onder alle noodopvanglocaties in Nederland zijn bijvoorbeeld ook verwarmde tenten, sporthallen of gebouwen die eigenlijk helemaal niet geschikt zijn voor opvang van mensen.

De Buitenjan werd al gebruikt als groepsaccommodatie, en dat maakte dat het gebouw twee jaar geleden relatief makkelijk klaar te maken was voor de opvang van zo'n 150 statushouders. De noodopvang moest er komen omdat er nog steeds 16.000 statushouders in asielzoekerscentra wachten om aan een huis te worden gekoppeld. Maar er zijn weinig huizen, en dus houden zij de schaarse plekken in azc's bezet. Mede daardoor zijn er nu veel te weinig plekken voor asielzoekers zelf, wat onder meer resulteert in een te vol aanmeldcentrum in Ter Apel.

Asielzoekers zijn mensen die asiel hebben aangevraagd in Nederland omdat ze in hun land van herkomst gevaar lopen door bijvoorbeeld oorlog of hun seksuele geaardheid. Een statushouder is iemand van wie het asielverzoek is ingewilligd en die dus een verblijfsvergunning heeft gekregen.

Tijdelijke opvangplekken zoals die in Veldhoven worden al bijna twee jaar gebruikt. Inspecties wezen al op de ongeschiktheid van veel noodopvanglocaties: mensen verblijven met velen in één ruimte, hebben weinig privacy, de hygiëne is slecht en er is weinig te doen. De situatie in crisisnoodopvang, de écht kortdurende opvang in bijvoorbeeld tenten, werd door de inspectie zelfs 'mensonwaardig' genoemd.

In Veldhoven is die situatie anders. Er zitten alsnog meerdere personen samen op vaak relatief kleine kamers, maar het grote terrein heeft genoeg ruimte om je even te kunnen terugtrekken. Het kleurrijke gebouw is an sich al een grote speeltuin voor de kinderen, terwijl buiten ook nog eens een echt speeltoestel staat. Ook is er bijvoorbeeld een theater, waar afgelopen jaar sinterklaas nog een voorstelling gaf voor de kinderen van deze en omliggende opvanglocaties.

Desondanks is de crisis in de asielopvang ook in Veldhoven heel zichtbaar. Buiten de gebouwen van de groepsaccommodatie staan nog eens 25 woonunits. Daar moeten straks nog eens 140 asielzoekers worden opgevangen.

Het COA legt elke dag een ingewikkelde opvangpuzzel en moet dat ook de komende tijd blijven doen. Ook Veldhoven is onderdeel van die puzzel. De woonunits hadden namelijk op 1 december al gebruikt moeten worden, maar zijn nu nog steeds niet klaar. Een jaar geleden werden de woonunits nog als noodopvang gebruikt in Overloon, maar sindsdien stonden ze leeg. En dus moeten ze weer geschikt gemaakt worden om mensen onderdak te geven. Dat is nu waarschijnlijk medio april het geval.

Bij het openen van een tijdelijke opvang moet er ook steeds weer personeel worden gevonden. Zo worden de COA-medewerkers op de Buitenjan bijgeschoold in het begeleiden van asielzoekers. Dat verschilt namelijk best wel van het werken op een opvang voor alleen statushouders. Die zijn vooral gericht op het vinden van een huis, werk en inburgeren. Asielzoekers moeten worden begeleid in hun asielproces en de verplichte cursussen nog voor het inburgeringsproces hebben gedaan.

Maar de extra plekken in Veldhoven waren al wel nodig. Daarom heeft het COA kamers gehuurd in het even verderop gelegen NH congreshotel. Op het enorme terrein, waar die dag ook een beurs voor vijftigplussers plaatsvindt, zitten de negentig statushouders op een afgesloten gedeelte. Wie niet van tevoren al weet dat er een opvanglocatie zit, kan dat ook vrijwel niet zien.

Dit alles kost veel geld. Het COA liet eind vorig jaar nog weten dat de tijdelijke opvang ongeveer twee keer zo duur is als reguliere opvang. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het regelen van eten, de huur van het pand en beveiliging.

De spreidingswet zorgt er uiteindelijk voor dat er genoeg stabiele opvangplekken gaan komen, maar biedt op korte termijn nog geen oplossing. In Veldhoven blijven ze daarom bezig om de opvang zo goed mogelijk te houden. Er wordt volop ingezet op het aan het werk krijgen van alle statushouders.

Recent nog werden er, tot blijdschap van de bewoners, twee kookunits in de tuin van het pand gezet. Daar kunnen de bewoners nu zelf aan de slag met hun gerechten. "Dat de opvang zo is, snapt men allemaal", zegt Wouters. "Maar dat men niet zelf kon koken, werd wel ervaren als een groot gemis."

Twee jaar geleden was Wouters zelf ook betrokken bij de crisisnoodopvang die van de ene Brabantse sporthal naar de andere ging. "Voor sommigen duurt het wachten wel heel erg lang, en dat frustreert soms. Maar 99 procent is gewoon blij dat ze opgevangen worden."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next