De Tweede Kamer is niet alleen verdeeld over het conflict tussen Israël en Hamas, maar ook over de genocide-aanklacht van Zuid-Afrika tegen Israël. Dat bleek tijdens een debat donderdag. De middenkoers van demissionair minister Hanke Bruins Slot leidde werkte vooral bij links tot verontwaardiging.
Na meer dan honderd dagen strijd tussen Israël en Hamas blijft de kloof over dit conflict in de Tweede Kamer onoverbrugbaar, bleek donderdag tijdens . Zo vroeg Don Ceder (ChristenUnie) aan demissionair minister van Buitenlandse Zaken Hanke Bruins Slot waarom Nederland zich niet openlijk achter Israël had geschaard in de genocide-aanklacht die Zuid-Afrika tegen het land heeft aangediend bij het Internationaal Gerechtshof.
Later zou ook Gijs Tuinman (BBB) vragen om een Nederlandse afkeuring van die aanklacht, wijzend op de stellingname van niet alleen Duitsland maar ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in deze kwestie. ‘Israël draagt op dit moment de lasten van publiekelijk aan de schandpaal worden genageld wegens genocide’, zei hij. Hij kreeg bijval van Ceder, die zei dat er ‘feitelijk’ geen sprake is van genocide. ‘Wat hier gebeurt, kan niet. Daarover moet Nederland zich uitspreken.’
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Eerder was hij correspondent in Moskou.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Bruins Slot antwoordde dat Nederland, als gastheer van het hof, een neutrale positie past. Ze zei dat Nederland eventueel later wel een opinie kan deponeren bij het hof – zoals het ook gedaan heeft in de zaak van Gambia tegen Myanmar – maar dat dit pas kan nadat beide partijen alle stukken van de zaak hebben ingediend, wat nog wel een jaar kan duren.
D66 en de linkse oppositie maakten zich juist boos over het antwoord van de minister op hun vraag of Nederland een voorlopige uitspraak van het hof, die binnen enkele weken wordt verwacht, zal respecteren – en het eigen beleid eraan zal aanpassen. Bruins Slot zei aanvankelijk dat ze het ‘ingewikkeld vond om vooruit te lopen op een voorlopige uitspraak, omdat deze er nog niet is’.
De minister verduidelijkte, na verontwaardigde reacties van linkse oppositiepartijen, dat Nederland geen directe partij is in de zaak, maar dat voor Zuid-Afrika en Israël de uitspraak van het hof bindend is en dat ze die ‘vanzelfsprekend’ zullen moeten volgen. Over de eventuele gevolgen voor het Nederlandse beleid, zei ze: ‘Wij zijn geen onderdeel van die procedure.’
‘Het is afhankelijk van wat het Internationaal Gerechtshof gaat zeggen in hoeverre dat ook gevolgen heeft voor de wijze waarop andere landen hun verplichtingen moeten naleven. Maar of en hoe dat precies werkt, daarvoor geldt dat we eerst die uitspraak moeten hebben. En natuurlijk zullen we dan kijken wat voor gevolgen die uitspraak heeft, ook diplomatiek gezien.’
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) uitte zich ‘zeer teleurgesteld’ dat het demissionaire kabinet nog altijd geen permanent staakt-het-vuren ondersteunt, wat volgens Bruins Slot niet mogelijk is omdat Hamas en Hezbollah nog door willen vechten. Ze was ook ‘zeer geschokt’ over het antwoord van het kabinet inzake de binnenkort verwachte ‘voorlopige voorziening’ van het Gerechtshof. Ze zei ook dat haar fractie ‘het liefst had gezien dat Nederland zich achter Zuid-Afrika schaart in deze zaak’.
Haar pleidooi was bij Caspar Veldkamp van Nieuw Sociaal Contract (NSC) aan dovemansoren gericht. Hij onderstreepte dat zijn partij zeer aan het internationaal recht hecht, maar dat hij niet vooruit wilde lopen op het oordeel van het hof. Daarbij voerde hij ook aan dat volkenrechtelijke deskundigen ‘van mening verschillen over de vraag hoezeer voorlopige voorziening bindend is voor derde partijen’.
NSC had wel, net als andere oppositiepartijen, vragen over de besluitvorming en de informatievoorziening omtrent de Nederlandse steun aan de militaire actie van de VS en het Verenigd Koninkrijk tegen Houthi-doelen die gebruikt worden om internationale vrachtschepen te bestoken. Bruins Slot zei dat de Tweede Kamer niet van tevoren over de ‘niet-operationele steun’ aan de actie was ingelicht na een verzoek van de VS, omdat het ‘levens in gevaar zou brengen’.
Ze zei desgevraagd dat het besluit over de Nederlandse steun was genomen door haarzelf en de minister van Defensie, en dat de rest van het kabinet wel van tevoren was ingelicht.
Source: Volkskrant