Bij hoge uitzondering kreeg de Volkskrant toegang tot een jeugdgevangenis. Twee gedetineerden van Den Hey-Acker in Breda kwamen in 2022 om het leven. ‘Vroeger zaten hier ook jongens voor spijbelen’, zegt pedagogisch medewerker Lindsay, ‘nu voor veel ergere delicten’.
Leefgroep 6 van Den Hey-Acker ziet er eigenlijk best huiselijk uit: een grote woonkamer met een keuken, zithoek, kantoortje, tafelvoetbaltafel en een kleurrijke tekening aan de muur. Maar de acht gele celdeuren in de gang verraden dat dit een jeugdgevangenis is. Achter die deuren liggen jongens te slapen die zijn veroordeeld tot een PIJ-maatregel – in de volksmond ook wel jeugd-tbs genoemd. Het zijn gedetineerden uit de zwaarste categorie, die tijdens hun geweldsmisdrijf (deels) ontoerekeningsvatbaar waren.
In het kantoor leest senior pedagogisch medewerker Lindsay (33) de overdracht: gevangenen hebben geklaagd dat de verwarming het niet doet. Twee collega’s doen ondertussen voorzichtig de celdeuren open om te vragen of gedetineerden willen douchen of ontbijten. ‘Niemand schrikt graag wakker’, zegt Lindsay, ‘jongeren kunnen daar heel chagrijnig van worden.’ Snel opstaan is niet verplicht in deze groep, zolang gedetineerden maar om kwart voor negen klaarstaan voor hun eerste activiteit, zoals therapie of onderwijs.
Over de auteur
Menno van Dongen is verslaggever van de Volkskrant op het terrein van criminaliteit, politie en justitie
In 2022 ging het tweemaal gruwelijk mis in deze Bredase justitiële jeugdinrichting. De politie schoot in januari een 21-jarige gevangene dood die medewerkers had gegijzeld tijdens verlof en was gevlucht. Drie maanden later stierf een van de jongens van Lindsays leefgroep: Louc (18), geboren in Haïti en na zijn adoptie opgegroeid in Enschede. Hij zat vast voor een overval op een tankstation en werd doodgestoken door een andere gedetineerde.
Na de steekpartij stelden vier inspecties een onderzoek in naar beide sterfgevallen, dat in juli 2023 werd gepubliceerd. Op de dag dat Louc overleed, handelden medewerkers volgens protocol, zo bleek. Maar in de aanloop naar de incidenten waren ze ‘onvoldoende alert op veiligheidsrisico’s’, mede door de hoge werkdruk en het structurele personeelstekort. De balans tussen zorg en veiligheid was doorgeslagen naar zorg, oordeelden de inspecties.
Het riep de vraag op hoe dat kon gebeuren. ‘Ik wil corona niet als excuus gebruiken, maar het is een zware periode geweest’, was de reactie van pedagogisch directeur Corinne Peeters van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) vorig jaar in de Volkskrant. Veel medewerkers moesten in quarantaine, legde ze uit, maar het werk ging door. Jonge gedetineerden kunnen namelijk niet hele dagen worden opgesloten, ze hebben recht op onderwijs en behandeling. Het leidde tot extra ziekteverzuim en uitstroom van personeel. ‘Alles stond onder druk, en dat kan eigenlijk niet, met zulk complex werk.’
Hoe zwaar het is, blijkt uit het verhaal van een pedagogisch medewerker die inmiddels acht jaar bij Den Hey-Acker in dienst is: Lindsay – haar achternaam blijft geheim, om veiligheidsredenen. Dat iemand van de werkvloer haar verhaal doet in de media is bijzonder, zeker omdat Lindsay uit de eerste hand kan vertellen wat er gebeurde op de dag van de steekpartij en wat Loucs dood heeft losgemaakt in haar groep.
Lindsay was bereid met de Volkskrant te praten en ons een paar uur te laten meekijken, omdat ze merkt dat veel buitenstaanders geen idee hebben wat voor werk zij doet, en hoe zinvol het is. ‘Na de steekpartij hoorde ik dingen als: ‘Sluit jonge criminelen zo lang mogelijk op en gooi de sleutels weg.’ Maar ze keren op een gegeven moment terug in de samenleving. Dan kun je beter zorgen dat ze iets hebben geleerd, zoals hun boosheid beheersen.’
Een slaperige jongen met piekerig haar sloft in zijn ochtendjas om acht uur naar het kantoortje. Hij steekt zijn hoofd in de deuropening en zegt: ‘Hoe laat komt die journalist?’ ‘Die is er al’, antwoordt Lindsay. ‘Hij zit tegenover me.’ De gedetineerde kijkt haar verbaasd aan. ‘Waarom is hij zo vroeg? Zodat ik straks niet met hem kan praten?’ Lindsay schudt het hoofd: ‘Nee hoor, dat kan nog wel.’
De jongen heeft een paar dagen eerder, net als een groepsgenoot, met haar afgesproken dat hij even met de Volkskrant mag praten. Onder meer om te klagen over de kou en over de ‘lompe beveiligers’. ‘Die behandelen ons als stront’, zegt een van hen later.
Lindsay: ‘Dit is typerend: de basishouding van deze jongeren is wantrouwen. Daar werken we aan, want als je in het dagelijks leven niemand vertrouwt, kun je niet goed functioneren.’
In Breda zitten bijna honderd jongens vast, van wie de meesten tussen de 14 en 21 jaar oud zijn. Ze zijn veroordeeld voor misdrijven als aanranding, verkrachting, een gewapende overval of een steekpartij met dodelijke afloop. De meesten kampen met een persoonlijkheidsstoornis en ‘problematisch gebruik’ van middelen als cannabis: ze hebben weinig empathie, vervelen zich snel en hebben de neiging agressief te reageren.
De jongens lopen vrij rond op hun afdeling, ze zitten alleen ’s avonds laat en ’s nachts in hun kamer – het woord ‘cel’ wordt vermeden. De meesten dragen een trainingspak; dure merkkleding is verboden. Een enkeling komt nors of intimiderend over, het merendeel oogt vrij ontspannen.
Lindsay stelt zich open op, maar straalt uit dat ze niet over zich heen laat lopen, ook al is ze tenger en kleiner dan de meeste gedetineerden. ‘Deze jongens zijn impulsief, zitten vol testosteron en kunnen niet goed tegen begrenzing’, waarschuwt ze. ‘De sfeer kan ineens omslaan: van ontspannen naar explosief.’
15 april 2022 staat in haar geheugen gegrift. Haar pieper ging af vanwege een noodgeval op groep 6. Lindsay rende naar de afdeling, waar de 18-jarige gedetineerde Louc in de keuken in elkaar zakte en het bewustzijn verloor. ‘Louc is neergestoken’, riep een collega. De dader, medegevangene Gerard S., had eerst een ander groepslid in zijn arm gestoken en geprobeerd een medewerker te verwonden. Toen Louc tussenbeide wilde komen, werd hij in zijn arm en borstkas geraakt.
Lindsay ging bij het slachtoffer zitten, probeerde zijn bloedingen te stelpen en hield hem vast, in afwachting van hulpverleners en de politie. Collega’s reanimeerden hem. Het incident heeft haar enorm geraakt, maar ze vertelt er liever niet in detail over, ook met het oog op zijn nabestaanden.
S. werd voor de steekpartij veroordeeld tot acht jaar cel en tbs met dwangverpleging, zijn hoger beroep loopt nog. Dat S. een koksmes mocht gebruiken, om uien te snijden in de groepskeuken, is voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen. Het leek verantwoord, zo bleek tijdens zijn rechtszaak, omdat S. goed meewerkte aan zijn therapie.
Er waren meer gedetineerden die messen mochten gebruiken, zegt Lindsay. ‘De gedachte achter dit beleid was: we bereiden ze voor op een leven na Den Hey-Acker en in de samenleving heb je ook messen. Jongeren gebruiken hier ook potloden, onder toezicht. Als je die in iemands oor steekt, kun je veel schade aanrichten.’
Na de steekpartij namen de RJJI en minister Franc Weerwind voor Rechtsbescherming maatregelen. Gedetineerden krijgen geen scherpe messen meer, er is extra aandacht voor personeelswerving en er staan nu drie groepsleiders op een afdeling, in plaats van twee. Daardoor hebben medewerkers meer tijd om te overleggen en met jongeren aan de slag te gaan.
Het nieuwe beleid is een verbetering, zegt Lindsay. ‘Maar het blijft zwaar werk. Als medewerker moet je continu alert zijn: waar zijn de jongens uit mijn groep? Zit iedereen goed in zijn vel? Je mag, in het belang van de veiligheid, geen signaal missen. Ondertussen behandelen we hen. Het is steeds zoeken naar de juiste balans tussen zorg en veiligheid. Dat is lastig, je leert het in de praktijk. En we hebben veel nieuw personeel dat die ervaring nog niet heeft.’
Door de dood van Louc veranderde de sfeer: ‘Normaal gesproken heerst hier een wij-zij-cultuur: de jongens tegen ons. In de eerste maanden na het incident was er meer verbinding, we zagen vaker hun zachte kant en spraken veel met elkaar. Bijvoorbeeld over gevoelens van onveiligheid. Sommigen zetten een knop om in hun hoofd: ze zouden echt hun best gaan doen om hieruit te komen.
‘In de dagen voor de uitvaart hebben de jongens verhalen over het slachtoffer verzameld, die een directielid voorlas tijdens de dienst. Groepsleden mochten daar niet bij zijn, ze keken mee via een livestream. Een tijdje later hebben ze samen een kunstwerk gemaakt, met gedroogde bloemen van de grafkrans. Dat hangt boven de televisie.’
De toenadering zorgde ook voor complicaties. ‘Ook al stonden we dichter bij elkaar, toch moesten we soms ingrijpen, als groepsleden zich niet aan regels hielden. De grote stap van troosten naar begrenzen leidde bij hen soms tot verwarring. We moesten op zoek naar een nieuw evenwicht.’ Dat duurde even. ‘Het keerpunt was het moment dat een jongen klaagde dat we hem als een hond behandelden. Toen ik dat van een collega hoorde, riep ik: ‘Wat heerlijk, alles is weer normaal!’
De steekpartij had ook invloed op Lindsay zelf. Ze deed het de eerste weken rustig aan, maar bleef bewust niet thuis. ‘Ik ging steeds een paar uur naar Den Hey-Acker. Ik was bang dat ik anders de drempel niet meer over zou durven. Ik dacht: ‘Straks kom ik niet meer levend thuis en zie ik mijn drie kinderen niet meer.’ Uiteindelijk zei ik tegen mezelf: als je wilt stoppen, is dat oké, maar doe het niet uit angst. Want ik vind mijn werk ontzettend leuk.’
Voordat Lindsay weer fulltime aan de slag ging, volgde ze therapie. ‘Dat hielp, maar ik schrok wel toen ik voor het eerst weer meemaakte dat een jongen woedend werd. Ik dacht: straks gaat er opnieuw iemand dood. Vroeger sprong ik tussen ruziënde jongeren, met het idee dat ik hooguit een klap kon krijgen. Nu ga ik nog wel de confrontatie aan, maar zorg ik dat ik bij een muur sta, zodat mijn rug gedekt is.’
Vier jaar geleden, op een andere afdeling, werd ze van achteren aangevallen door twee gevangenen. ‘Ik kon ontsnappen, een collega vluchtte het voorraadhok op de afdeling in. Vlak bij hem sloegen die gedetineerden alles kort en klein. Wij wilden hem bevrijden, maar moesten wachten op een arrestatieteam. Ook toen heb ik met een traumapsycholoog gesproken voordat ik weer begon.’
Minder heftige vormen van agressie zijn routine geworden. Als Lindsay weer eens kutwijf of heks wordt genoemd, raakt het haar nauwelijks. En van heftige ruzies schrikt ze zelden. ‘Als je snel geïntimideerd bent, red je het hier niet. Bluffen dat agressie je niets doet, werkt niet, want die jongens prikken overal doorheen. Als een van hen zich zo agressief opstelt dat ik het spannend vind, zeg ik: ‘Ik vind het eng wat jij nu doet.’ Meestal zeggen ze dan iets als: ‘Ik ga je heus niets aandoen.’ Dan is mijn reactie: ‘Ja, maar ik vind dit echt niet fijn.’ Meestal helpt dat.’
Ze blijft naar Den Hey-Acker gaan, onder andere omdat ze een band heeft opgebouwd met haar jongens. ‘De meesten hebben een moeilijke jeugd gehad. Dat betekent natuurlijk niet automatisch dat iemand zich misdraagt of de wet gaat overtreden. Er spelen ook biologische factoren mee: een laag IQ, ADHD, autisme, agressie- en angststoornissen.’
‘Vroeger zaten hier ook jongens voor spijbelen, nu zitten ze hier voor veel ergere delicten, vaak gepleegd onder invloed van een stoornis. Dat maakt het werk moeilijker. Maar uiteindelijk willen ze bijna allemaal hetzelfde: huisje, boompje, beestje, zeker als ze de 30 naderen. Ze hebben alleen hulp nodig om dat te bereiken, want ze missen vaardigheden. Ze zijn veel te jong om ze nu al op te geven.’
Binnen twee jaar na het verlaten van een jeugdgevangenis pleegt 56 procent van de ex-gedetineerden opnieuw een misdrijf. Dat weet Lindsay, maar het maakt haar werk niet onbevredigend. ‘Als een jongen met zo’n achterstandspositie twee jaar niet in de problemen is gekomen en een vaste baan heeft, vind ik dat een prestatie op zich. Laten we eerlijk zijn: veel gedetineerden waren het gewend in de misdaad minstens 20 duizend euro per maand te verdienen. Gewoon werk levert misschien tien keer minder op, te weinig om dure merkkleding te kopen. Het lukt niet altijd om zulke offers te brengen, maar soms wel. Daar doe ik het voor.’
07:30u Wekken & ontbijten (op de groep)
09:00u Onderwijs/arbeidstoeleiding (5 à 6 uur per dag)
12:00u Lunch (op de groep)
13:00u Wisselend: onderwijs, therapie, mentorgesprek, muziek, sport, bezoek
16:30u Kameruur: huiswerk, mentorverslag of persoonlijk plan uitwerken
17:30u Avondeten (op de groep)
18:30u Tv kijken, gamen, lezen (op de groep)
20:30u Insluiten voor de nacht
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden