Beschouwt hij zichzelf nu meer als een zanger of als rapper?
Er verstrijken wat seconden bedenktijd voordat Igor Herder antwoordt: ‘Ik ben in de allereerste plaats een maker. Iemand die een idee heeft dat hij vervolgens, in wat voor vorm dan ook, in detail wil uitwerken en uitvoeren.’
Dat manifesteert zich in Kind aan zee, het net verschenen prachtige, genreloze debuutalbum van de 23-jarige conservatoriumstudent, waaraan hoorbaar liefde en aandacht is besteed. Igor rapt en zingt, heeft het album geproduceerd én bijna alles zelf gearrangeerd met medewerking van Noah Hassler-Forest, een bevriende violist die de strijkarrangementen voor zijn rekening nam.
Zijn raps laten zich niet altijd leiden door een elektronische beat. Herders poëtische teksten surfen op golven van strijkers (Ik ben weer) en tekst en muziek volgen elkaar voortdurend in een achtbaan van emoties. Puntje van mijn tong wikkelt je in een warme deken van woorden en muziek. En de spokenwordpoëzie van het titelnummer, gekoppeld aan muziek, doet denken aan Typhoon, de hiphopartiest die ook buiten de lijntjes kleurt.
Over de auteur
Pablo Cabenda schrijft sinds 2002 voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Herder (23), die wel piano speelt maar niet verknocht is aan het instrument, vertelt dat zijn afkeer van genres een van de redenen is dat hij de opleiding Musician 3.0 in Utrecht is gaan volgen. Het is de enige conservatoriumstudie in Nederland die niet gebonden is aan een instrument, stijl of genre. Wie meerdere instrumenten bespeelt en over stijlgrenzen heen kijkt, kan zich daar met gelijkgezinden op eigen wijze ontwikkelen.
Heeft Herder ook gedaan. In de studio in Utrecht waar hij Kind aan zee opnam, vertelt hij hoe de ‘schetsen’ van het album ontstonden in sessies met medeleerlingen. De keuze voor het Nederlands was vanzelfsprekend. Door zangers als Boudewijn de Groot en Armand had hij de rijkdom van de Nederlandse taal ontdekt.
‘Maar ik heb ook altijd heel erg naar rappers en producers opgekeken. Ik vind tekstschrijvers die hun eigen compositie maken heel interessant. Ik heb het idee heb dat die artiesten bij uitstek begrijpen hoe je op een persoonlijke manier je verhaal kunt kleuren.’ Dus heeft hij in gelijke delen bewondering voor een singer-songwriter als Spinvis als voor een eigenzinnige rapper en producer als Kanye West.
Rap is dan één manier waarop Herder zich uitdrukt, het is wel een belangrijke vorm van expressie. ‘De basis van hiphop is voor mij het idee dat je jezelf represent. Dat je een zo oprecht mogelijk beeld geeft van wie je bent.’
Tekstueel betekent het dat zijn fascinatie voor de kinderlijke onderzoeklust en verwondering een prominente plek hebben gekregen. Je kunt het een thema noemen, een dat het sterkst doorklinkt in het titelnummer. Daarin verhaalt hij over zichzelf als jochie dat tijdens een dagje aan het strand uit pure nieuwsgierigheid zo ver mogelijk de zee inloopt.
Elk geluid van het water
Bracht me verder in slaap
En mijn zorgen verdwenen
Straks spoel ik wel aan
Het nummer hint naar het einde van de kindertijd. Herder schreef het naar aanleiding van een herinnering die opkwam toen hij als volwassene een strand bezocht waar hij als kind was geweest. ‘Ik ben altijd een dromer geweest, gefascineerd door van alles en nog wat. Dat daar grote mensen op het strand lagen terwijl niemand wist waar de oceaan ophield, kon ik als jochie niet begrijpen. Ik wilde dat uitzoeken. Ik was de jonge ontdekkingsreiziger.’
En de lethargische badgast belichaamt nu de gezapige volwassenheid. Want uiteindelijk gaan we allemaal op het strand liggen – Herder ook. Hij schreef het nummer vanuit het perspectief van zijn zonnebadende volwassen ik die zijn jongere versie nastaart. ‘Totdat ik hem niet meer kan zien. Dan is de vraag, is-ie verdronken of is-ie er nog? En zo ja, kan ik hem nog vinden?’
Deels is het nummer de acceptatie van het mogelijke verlies van die kinderlijke verwondering. ‘Ik merkte dat als je ouder wordt, je weliswaar steeds meer van de wereld begint te begrijpen, maar je wordt ook minder enthousiast over alles wat je ziet.’ Deels is het een poging het vermogen tot verwonderen vast te houden. ‘Het is de strijd tussen die twee waar de plaat een beetje over gaat.’
Maar misschien is die strijd al beslist. Herder beschrijft vaak in poëtische associaties de euforie die de staat van de verwondering met zich meebrengt. Nu is het die van de volwassen kunstenaar. De songtitels spreken boekdelen: Vallen in mijn eigen dromen, Fijn om weer verdoofd te zijn, Ik zweef alweer.
Ik zweef alweer een stukje hoger dan ik dan ik gister dacht
Ik bleef alweer een stukje langer dan gisternacht
Ik voel wat meer, het stroomt weer door, ik neem wel nog een beetje
‘Die euforie ontstaat door een obsessie om dingen uit te willen vinden. Ik ben gefixeerd op het leven voor mijn kunst. Het liefst wil ik de hele dag bezig zijn met mijn eigen fascinaties en daar vervolgens vorm aan geven. Als het me lukt om zo goed mogelijk uitdrukking te geven aan wat ik voel, met muziek en tekst of wat dan ook, kan ik daar manisch gelukkig van worden.’
Het is het geluksgevoel van de ontdekking, meer dan die van de prestatie. Dat heeft hij gemeen met de jonge Igor. ‘Daarom gaat het bij mij als kunstenaar niet zozeer om wat ik ben; rapper of zanger of componist. Het gaat om wat ik maak. Alles staat in dienst daarvan.’
Igor – Kind aan zee (V2 Records)
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden