De kat van Issa Amro valt aan. Eerst liet ze zich gewillig door haar lange grijze haren aaien, maar opeens haalt ze venijnig uit met haar nagels, tsjak! ‘Ja, dat doet ze sinds een paar weken’, verontschuldigt het baasje zich. ‘Hoe dat komt, vertel ik straks.’
Het heeft allemaal, verklapt hij alvast, te maken met zijn verhaal, dat van een Palestijnse activist op de meest bezette plek van de bezette Westelijke Jordaanoever, het oude centrum van de stad Hebron. Het verhaal ook van de rigide maatregelen die Israël in Palestijns gebied nam na de aanval van Hamas op 7 oktober.
De 43-jarige elektrotechnisch ingenieur ervaarde het in zijn woning, midden in de meest omstreden locatie van de Palestijnse stad. Zo’n achthonderd Joodse kolonisten wonen sinds eind jaren zeventig in het oude centrum. Voor hen hanteren de autoriteiten een veiligheidsregime dat het leven van ruim 30 duizend Palestijnen ernstig beperkt. Sinds 7 oktober zijn zij praktisch in hun huizen opgesloten; hun Israëlische buren gaan en staan waar ze willen.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran en Israël/Palestina. Voorheen werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
Amro’s tuin, vol olijfbomen, grenst aan de voor Palestijnen verboden Ash Shuhada-straat, ook wel Apartheidsstraat genoemd. Zijn buurman is de extremistische, orthodox-joodse politicus Baruch Marzel. Aan de andere kant staat een kantoor van het Israëlische leger. Rondom in de buurt staan controleposten.
Voor sommige Palestijnen waren dergelijke omstandigheden de afgelopen decennia reden uit Hebron te vertrekken, maar Amro behoort tot degenen die standhouden. Sterker, hij trotseert de bezettingsmacht met zijn activisme. Hij werkt samen met Israëlische mensenrechtengroepen als B’Tselem en Breaking the Silence, gevormd door veteranen en reservisten van het Israëlische leger.
Dat maakt hem in zekere zin ongrijpbaar. Hij is verklaard tegenstander van zowel Hamas als de corrupte Palestijnse Autoriteit, wijst niet-vreedzame middelen van verzet categorisch af en bevriende Israëlische topadvocaten weten de rechter er doorgaans van te overtuigen dat hij binnen de lijntjes van de wet blijft.
Toch wordt Amro af en toe wel degelijk gegrepen. Na 7 oktober gebeurde dat hardhandiger dan ooit, zo vertelt hij op zijn terras. Hij heeft dan al de laatste verbouwingen aan zijn woning laten zien. De ramen zijn dichtgemetseld met bakstenen. Het terras is omgeven met hekwerk en zinken platen. ‘Om te voorkomen dat ze opnieuw de ramen ingooien en binnendringen om de boel te vernielen’, zegt hij. ‘Dat gebeurde toen het leger me had vastgezet.’
Wie ‘ze’ zijn, lijdt voor hem geen twijfel: kolonisten, meestal in legeruniform, vaak geholpen door Israëlische militairen. Dezelfden die hem sinds 7 oktober voortdurend hebben bedreigd en gemaltraiteerd. Wederhoor is bij het leger niet te krijgen, maar Amro’s relaas wordt serieus genomen door Israëlische kranten als Haaretz en The Times of Israel.
Het begon meteen al op de dag dat de oorlog begon. ‘Toen ik ’s ochtends thuiskwam van mijn werk, hielden vier kolonisten in legeruniform me tegen. Ik kende ze, hier uit de buurt. Ze waren met soldaten. Ze dreigden me neer te schieten als ik naar binnen zou gaan. Ik ging achterom, maar daar stond een groep van vijftien kolonisten en soldaten. Ze sloegen me en riepen: ‘Het is oorlog!’
‘Ik werd meegenomen en opgesloten. Ze blinddoekten me, tapeten mijn mond dicht en bonden mijn handen op mijn rug, heel strak, het plastic drong in mijn huid. Ze spogen en sloegen, hard, in mijn gezicht. Ik viel flauw, na een uur kwam ik weer bij.’
Er werden, zegt hij, foto’s genomen waarop kolonisten triomfantelijk poseerden met hun Palestijnse prooi. Diverse keren werd vanaf tien naar nul geteld terwijl een pistool tegen zijn slaap werd gezet. Het ergste was de officier die zijn geslacht uit zijn broek haalde en hem gebood te zuigen.
‘Het was puur wraak. Maar ik ben de verkeerde om wraak op te nemen. Ik ben openlijk heel kritisch op Hamas. Voor de kolonisten was het een manier om af te rekenen met Issa en wat hij doet. De meeste mensen die mij bezoeken zijn linkse Israëliërs, maar die gasten zijn aanhangers van extreem-rechts. Van mensen als minister Itamar Ben-Gvir, die hier in de nederzetting Kiryat Arba woont, vlak naast Hebron.’
In de buitenwereld waren advocaten al voor Amro bezig, onder vrienden op sociale media ging ‘Issa is ontvoerd’ rond. Mogelijk als gevolg daarvan werd hij ’s nachts thuis afgezet, met de order het huis voorlopig niet te verlaten. Hij had medische hulp nodig voor zijn handen, zenuwen waren beschadigd. Online raadpleegde hij een arts, maar veel hielp dat niet. Hij laat zijn nog altijd opgezwollen handen zien.
Na een week mocht hij naar buiten, maar de pesterijen gingen door. Een paar weken later werd hij opnieuw opgepakt en uit zijn huis gezet, omdat hij Yehuda Shaul van Breaking the Silence en een Australische journalist had ontvangen. Opnieuw werd hij met de dood bedreigd, met stenen bekogeld. Kolonisten richtten vernielingen aan in en rond het huis, dat hij als enige bewoont.
Van diverse incidenten laat Amro video-opnamen zien. De mobiele telefoon is belangrijk gereedschap voor mensenrechtenverdedigers op de Westoever. Het geweld van kolonisten en misdragingen door het leger staan tegenwoordig op film. Amro propageert het gebruik van bodycams, op het lichaam bevestigde camera’s. Twee van zijn camera’s werden vernield.
Zijn hoop op een oplossing van het conflict is kleiner dan ooit. ‘De Israëlische samenleving is het afgelopen jaar naar rechts opgeschoven, al vóór 7 oktober’, zegt de activist. ‘Ik zie het aan de soldaten, een doorsnee van de Joods-Israëlische bevolking. Ze zijn agressiever dan ooit. Een groot deel van de samenleving accepteerde dat extremisten als Ben-Gvir in de regering kwamen, als minister van Nationale Veiligheid nog wel. De blinde steun van het Westen voor Israël heeft ons Ben-Gvir gebracht.’
En o ja, hoe zit het nou met die agressieve kat? ‘Ze had drie kleine poesjes gekregen’, zegt Amro. ‘Toen ik een week niet naar buiten kon, kon ik geen kattenvoer kopen. Daarna werd ik weer vastgezet.’ Toen hij terugkwam uit detentie waren de poesjes overleden. Sindsdien is de moeder vals.
In het oude centrum van Hebron hangen plakkaten met informatie over de geschiedenis van de stad. Aartsvader Abraham komt voorbij, zijn vrouw Sara ligt hier begraven. De Grot van de Patriarchen wordt genoemd, een heiligdom voor moslims, joden en christenen. Voor drie godsdiensten heeft Hebron een bijzondere historische betekenis.
Ook het jaar 1929 wordt gememoreerd. De minderheid van enkele honderden Joden die sinds een paar eeuwen in de stad woonde, werd het slachtoffer van een geweldsuitbarsting die aan 67 mensen het leven kostte. Het Brits koloniaal gezag achtte het wijs dan maar alle Joden te doen verhuizen.
Een vergelijkbare, recentere gebeurtenis komt in de teksten niet voor: op 25 februari 1994 opende de Joodse extremist Baruch Goldstein in de Grot van de Patriarchen het vuur op biddende moslims. Er vielen 29 doden en bij rellen daarna stierven nog eens 48 Palestijnen door politiekogels.
Voor de Israëlische autoriteiten (Hebron ligt op de bezette Westelijke Jordaanoever) was het incident reden voor drastische maatregelen, ten koste van de Palestijnse inwoners. Een deel van het stadscentrum werd Palestijnen-vrij gemaakt. De Ash Shuhada-straat, tot dan de drukste winkelstraat van de Westoever, werd ontvolkt. Rondom hadden zich vanaf 1979 fanatieke Joodse kolonisten gevestigd. Voor hen werd ruim baan gemaakt.
In 1997 werd de stad in tweeën gedeeld: deel H1, bevolkt door 120 duizend Palestijnen, valt onder de Palestijnse Autoriteit. Deel H2, bewoond door ruim 30 duizend Palestijnen en zo’n achthonderd kolonisten, valt onder Israëlisch gezag. Voor de kolonistenbeweging is Hebron een speerpunt in hun poging het gehele land van de voorvaderen in handen te krijgen, met alle gevolgen van dien voor de sfeer in de stad.
Volgens mensenrechtenorganisatie B’Tselem ‘leiden de aanwezigheid van Israëlische soldaten en politie in het stadscentrum en hun voortdurende contact met Palestijnse inwoners tot gewelddadig gedrag en cynisch misbruik van de hun toevertrouwde macht’. Palestijnen in H2 ‘ondergaan routinematig geweld, intimidatie, vertragingen bij controleposten en verschillende vormen van vernederende behandeling’.
Ook gewelddadig gedrag van kolonisten is routine geworden, aldus B’Tselem. ‘Door de jaren heen zijn systematisch misbruik en intimidatie van Palestijnen door kolonisten vast onderdeel van het leven in Hebron geworden. Vaak neemt het de vorm aan van ernstig geweld.’
Dat was vóór 7 oktober. Sindsdien heerst op straat doodse stilte. In H2 is er om de haverklap een controlepost van het leger. De vrijheidsbeperkingen in H2 zijn ongekend, althans voor Palestijnen. Drie maal een uur per week mogen ze hun huis verlaten. Kinderen kunnen niet naar school.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden