Home

Donorkind wil duidelijkheid: 'Maar blijkbaar is anonimiteit donorvader belangrijker'

Anouk* is een kind van een donor. Dat weet zij al sinds haar vroege jeugd: haar ouders deden daar niet moeilijk over en ze heeft er vrede mee. Maar een paar jaar geleden begon er wat te steken bij Anouk, nu begin dertig. "Inmiddels weet ik dat het belangrijk is om je medische voorgeschiedenis te kennen, vanwege erfelijke ziektes. Daarom ben ik op zoek gegaan naar mijn donor."

Daar stuitte Anouk op problemen. De kliniek waar de donatie heeft plaatsgevonden bestaat niet meer. "De documentatie is vernietigd, dus ik kon het zelf maar uitzoeken", vervolgt ze. Anouk heeft hetzelfde probleem als de ruim tachtig donorkinderen die door fouten van het LUMC in de administratie hun donor niet kunnen achterhalen.

Door het ontbreken van de documenten was hulp van Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (SDKB) ook niet mogelijk. Die stichting probeert door archiefonderzoek donorkinderen aan donoren te koppelen.

Via de nationale databank van Fiom, een hulpverleningsstichting voor onder andere verwantschap, vond Anouk een paar halfbroers en -zussen. Maar ook zij wisten niets over hun donor. Anouk besloot daarna om met donordetectives stambomen op te zetten, met gegevens van verschillende databanken. "Inmiddels weet ik zeker wie de donor is, maar met diegene kan ik geen contact krijgen."

Een halfzus van Anouk heeft via de SDKB nog een contactverzoek ingediend, maar dat werd door de donor afgewezen. Mannen die hun sperma vóór 2004 doneerden, hebben nog steeds de keuze om anoniem te blijven. En dus loopt het spoor naar de donor van Anouk dood.

De Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting beheert de gegevens van spermadonoren en kinderen die door kunstmatige bevruchting zijn verwekt.

Vanaf 2004 is het verplicht voor klinieken om deze informatie door te geven. Bij bevruchtingen voor 2004 doet de SDKB onderzoek bij archieven van klinieken of er informatie is. Maar die archieven zijn niet compleet, zo blijkt onder andere uit de fouten in een kliniek in Leiden.

Marieke*, een jonge veertiger, lukte het wél om haar donor te vinden. Dat gebeurde na een ingewikkelde zoektocht, met behulp van verschillende databanken en puzzelen met familiestambomen. Via de internationale DNA-databank MyHeritage ontdekte ze verwante familieleden.

Desondanks is zij niet verbaasd over de fouten in de administratie bij de Leidse spermabank. Het deed haar nadenken over haar eigen mogelijke familie. "Als je dan hoort dat één vader meer dan 25 afstammelingen heeft, denk je: o, daar kan ik zelf ook deel van uitmaken."

Marieke heeft goed contact met haar biologische vader, maar niet veel. Ze hebben elkaar twee keer gezien en sturen regelmatig berichten, bijvoorbeeld met verjaardagen. "Je hoort regelmatig verhalen over de onzekerheid die het niet kennen van de donor met zich meebrengt. Mij is het gelukkig gelukt om de man te leren kennen met wie je connecties en herkenning in karakter en uiterlijk hebt."

Luca de Gooijer weet sinds enkele jaren ook wie haar donorvader is. Zij is een van de afstammelingen van de Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut. Hij insemineerde vrouwen in het Zwolse Sophia Ziekenhuis met zijn eigen sperma in plaats van dat van een partner of een ander donor. Voor zover bekend zijn ruim veertig donorkinderen genetisch verwant aan hem.

De 31-jarige Luca kwam er na een DNA-match met een aantal halfbroers- en zussen achter wie haar donorvader was. Toen zij met elkaar afspraken, was Wildschut al overleden. Ze vindt het soms lastig dat haar biologische vader niet meer leeft. "Ik heb weleens vragen en ik had hem willen ontmoeten."

Luca ontving wel informatie over Wildschut. "Twee kinderen uit zijn gezin hebben een profiel voor ons opgesteld. Het was een soort boekwerk, maar daarom weten wij ook alles over zijn gezondheid."

Ze is blij dat de fouten van de Leidse spermabank naar buiten zijn gebracht. "Alles wat niet of juist wél bekend is, moet naar buiten komen. Zo krijgen zoveel mogelijk kinderen een kans om hun afkomst te achterhalen."

De grens is op 25 gesteld om de kans op inteelt zo klein mogelijk te maken. Als twee mensen dezelfde donorvader hebben, hebben ze mogelijk ook dezelfde genetische eigenschappen van hem geërfd. De kans dat ze die doorgeven aan een kind dat ze samen krijgen, is groter dan wanneer de partner niet verwant is.

Ook Anouk, die nog altijd niet weet wie haar biologische vader is, wil dat er zoveel mogelijk informatie bekend wordt. Niet alleen van de donoren, maar ook van de wensouders die hun kinderen misschien nog niet over hun afkomst hebben verteld.

"We leven in Nederland, in 2024. Waarom heb ik niet de toegang tot waar ik vandaan kom, terwijl dat zo belangrijk is? Ik vind dat heel frustrerend", zegt Anouk. Ze wil dat de opsporingsprocedure persoonlijker wordt. "Een brief sturen zou een fijne optie zijn voor donorkinderen. Daarin kan je benoemen waarom je op zoek bent."

Anouk vindt dat een "tussenweg" mogelijk moet worden. "Dat een donor anoniem kan blijven, maar wel belangrijke gegevens kan delen. Eigenlijk moeten mannen die doneren minstens hun medische gegevens delen."

"Ik hoop dat men zich steeds meer gaat realiseren wat in het belang van donorkinderen is. Vroeger werd veel gedacht om het probleem van wensouders die een kind wilden op te lossen. Met donorkinderen, die recht hebben om hun biologische afkomst te weten, is in mijn ogen onvoldoende rekening gehouden. Blijkbaar weegt het belang van donoren zwaarder dan dat van donorkinderen."

De namen van Anouk en Marieke zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next