Of ik het naar het 10-jarig jubileum van de Afrikaanderwijkcoöperatie in Rotterdam wil komen. De bewonerscoöperatie levert diensten op het gebied van schoonmaak, catering, beheer, kennis en cultuur op basis van gedeelde verantwoordelijkheid en participatie. En ken ik het burgerinitiatief ‘Voedselpark Amsterdam’ gesteund door 15 duizend burgers? Of de ‘99 van Amsterdam’, een doe- en denktank van mensen die zich inzetten voor een inclusieve, rechtvaardige en duurzame stad?
En weet ik dat Almelo de zusterstad is van Preston in Noord-Engeland en dat het gemeentebestuur geïnspireerd volgt hoe de voormalige Britse industriestad werkt aan democratisering van de economie, herverdeling van macht, kennis en inkomen, maar dan écht? En dat Almelo daarvan wil leren? Wéét ik dat wel?
Over de auteur
Christine Otten is schrijver en gastcolumnist van de Volkskrant. Ze vervangt deze week Danka Stuijver. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een greep uit de reacties op mijn vorige column (4 januari) over Community Wealth Building (enkele suggesties voor vertaling, ’Wijkwelvaartswerk’, of ‘Bouwen aan rijke gemeenschapszin’; het blijft zoeken) in Preston, een lokaal sociaal alternatief voor het neoliberale junglemodel van ieder voor zich en pakken wat je pakken kunt. Onder de radar van reguliere media en politiek, en in weerwil van het huidige gure politieke klimaat, zijn blijkbaar overal in ons land (en daarbuiten; ik kreeg zelfs een bericht over een ecologische bosbouwcoöperatie in Kenia) mensen bezig de angel uit het kapitalisme te halen door zich te verenigen en samen te werken op basis van gelijkwaardigheid, mede-eigenaarschap, duurzaamheid, et cetera.
Blijkbaar bevalt die anonimiteit. Alsof ze daarmee zeggen: ‘Wij doen het gewoon. We laten wel zien hoe het anders kan in plaats van alleen maar te klagen.’ Of misschien is het gewoon handiger om een beetje uit de kijker te blijven van de gevestigde politiek en media en als mollen quasi-ondergronds het ‘systeem’ te veranderen. Zeker omdat georganiseerd links – politieke partijen en vakbeweging - als het om sociale en maatschappelijke veranderingen gaat qua taal al heel lang gevangen zit in een eigen versie van het neoliberale jargon en denken.
Termen als ‘kwetsbaar’, ‘achterstandswijken’, ‘opkomen voor de zwakken’, ‘kansarm’, ‘laagopgeleid’. Ze voeren terug op een basisbegrip waarop links het patent lijkt te (willen) hebben: helpen. En in dat ‘helpen’ zit ongelijkwaardigheid, betutteling en individualisme (ergo: het neoliberale gedachtengoed) ingebakken. In wezen is het hele publieke discours ermee vergiftigd. Als iemand voor hulp bij de overheid aanklopt, dan is hij of zij ‘kwetsbaar’. En kwetsbaar is zwak. Sociaal werkers zijn ‘klantmanagers’. Armoede(problematiek) een persoonlijk probleem; als je niet uitkijkt, heb je een label uit het DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) te pakken. Zo worden maatschappelijke problemen geïndividualiseerd en ‘gepsychiatriseerd’.
De toeslagenouders, wier kinderen in jeugdinstellingen of bij pleegouders belandden, kunnen erover meepraten. Marx zei al dat ‘het zijn het bewustzijn bepaalt’. Ergens in de vorige eeuw is het misgegaan; ik vermoed toen de sociaal-democratie haar ideologische veren aflegde, en de klassenstrijd tot iets uit het verleden verklaarde. Inmiddels zijn arbeiders van Tata Steel en andere industrieën ‘die mensen’ aan wie de urgentie van de klimaatcrisis uitgelegd moet worden (terwijl de werknemers bij Tata Steel in 2022 staakten voor vergroening van ‘hun’ bedrijf).
Ik denk dat we dringend behoefte hebben aan een andere taal. Taal is nooit neutraal; wordt altijd gebezigd in de context van macht. Taal speelde een grote rol bij de laatste verkiezingen. Het gebrek aan de juiste woorden om kiezers naar links te trekken. BBB-voorvrouw Caroline van der Plas praat ‘gewoon’ Nederlands in de ogen van velen, die dat ervaren als een verademing, zelfs als ze het volstrekt met haar rechtse standpunten oneens zijn.
Maar ik doel op iets anders. Taal die radicale gelijkwaardigheid uitdrukt. Goddank hebben we literatuur. Zoals het werk van de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda S. Kamfer, komend weekend te gast op het Writers Unlimitedfestival in Den Haag. ‘Probeer maar eens/ te ontsnappen aan het getto/(...) probeer je het ene moment te herinneren/ waarop je besefte/ ik heb het overleefd/ en dan grijp je dat moment/ en zet er een streep onder/ smijt het in het eerste witte gezicht dat je ziet / want jouw overleving is de zoveelste suprematische/ uitvinding je hebt geen fuck overleefd/ je bestaat in de echte wereld.’
Of het gedicht over de groepsleider die Ronelda S. Kamfer naar voren roept en zegt: ‘Het vergt moed om eigenliefde in jezelf toe te laten hij/ wacht op een paar woorden van mij ik zeg onhandig ik ben niet stuk/ niemand is stuk.’
Source: Volkskrant columns