‘Waarom zijn het zo vaak meisjes en jonge vrouwen die zichzelf verliezen in het donker?’, kopte de Volkskrant onlangs (Zaterdag, 6/1). Het artikel gaat over de vraag hoe het toch komt dat meiden steeds vaker (en ook meer dan jongens) te kampen hebben met slaapproblemen, eenzaamheid, stress, somberte, anorexia en andere ellendige gemoedstoestanden.
Tegelijkertijd, zo wordt haast terloops opgemerkt, is het suïcidecijfer bij jongens wel hoger dan bij meisjes. Nadat verschillende oorzaken voor deze zorgwekkende mentale staat van onze jongeren zijn aangereikt, eindigt het artikel met enkele oplossingsrichtingen (sociale media reguleren, de doorgeschoten cultuur van maakbaarheid aanpakken).
Over de auteurs
Lisette Bastiaansen is pedagoog en zelfstandig onderwijsonderzoeker/onderzoeksbegeleider. Maaike Nap is onderzoeker/trainer en adviseur bij team Kwaliteiten van Leraren van de Hogeschool Arnhem Nijmegen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wat opvalt, is dat bij de genoemde oplossingen het woord opvoeden niet valt. Dat is meer dan spijtig. De kern van het probleem bevindt zich namelijk bij het niet-opvoeden (zowel maatschappelijk als individueel). Bovendien zou het weer gaan beginnen met wél opvoeden een zinvollere route uit de mentale malaise kunnen zijn voor jongeren.
Dat zou immers betekenen dat we de mentale staat van jongeren niet meer zien als een ‘probleem’ dat gefikst moet worden, maar als een signaal naar ons als (niet-)opvoedende maatschappij. Een maatschappij die door de huidige generatie jongeren uitgedaagd wordt om niet meer psychologisch, maar pedagogisch na te denken over de vraag ‘hoe verder’. Het zijn de kinderen die ons vertellen wat ons als opvoeders te doen staat; de befaamde 19de-eeuwse pedagoog Friedrich Fröbel zei het al.
Ten diepste weten wij dit natuurlijk ook. Ten diepste weten we dat de oorzaak van de huidige mentale malaise niet moeten zoeken bij de jongeren, noch bij hun psyche, maar bij de manier waarop wij (als maatschappij en als individu) al dan niet pedagogisch met hen omgaan.
Natuurlijk leren kinderen niet om op een volwassen manier op eigen benen te staan als we ze daartoe niet in pedagogische zin uitnodigen en uitdagen. Natuurlijk lukt het ze niet om zowel het eigen innerlijk als de relaties met de mensen om hen heen te verzorgen als we ze daar niet in alle rust (zonder dat ze dit via coaching- of therapiegesprekken kenbaar hoeven te maken) de tijd voor geven.
Natuurlijk kan dat soort volwassen zelfstandigheid nooit ontluiken als kinderen geen pedagogische wrijving of schuring tegenkomen en wij als een ‘curlingmaatschappij’ tegenslagen voor hun voeten wegvegen. Natuurlijk leren kinderen niet om zélf iemand te zijn als hun wereld (bijvoorbeeld via sociale media) veel te vroeg, veel te groot wordt gemaakt en ze het daarbij ook nog vooral alleen moeten doen, zonder de liefdevolle steun van opvoeders en gemeenschappen.
En natuurlijk krijgen ze geen gevoel van eigenwaarde als wij ze keer op keer vertellen dat ze een probleem zijn en/of problemen hebben. En weet je wat het ergste is? Ze hebben dat gebrek aan eigenwaarde inmiddels geïnternaliseerd. Ze worden ook wel de generatie ‘snowflake’ (gevoelig tiepje, red.) genoemd. Ze denken dat zíj het probleem zijn, in plaats van dat wij ons aangesproken zouden moeten voelen als opvoeders.
Hoog tijd dus om deze voortrazende opvoedverwaarlozing een halt toe te roepen. Hoog tijd om te stoppen met psychologiseren van de problemen van jongeren en onze verantwoordelijkheid als opvoeders op te pakken. Vanuit de overheid zijn de eerste babystapjes gezet: mobieltjes uit de klas, prestatiedruk in het hoger onderwijs omlaag, zo luiden de adviezen. Het begin is er. Nu liefst nog een integralere visie, onderbouwd met pedagogische kennis en wijsheid.
Laten we ons daarbij realiseren dat dit niet vanzelf gaat. Niet alleen vraagt het om inspanningen van ons als opvoeders (zicht krijgen op, en trouw zijn aan de opvoedbedoelingen, tijd en ruimte maken, op durven staan tegen maatschappelijke tendensen, wrijving en schuring accepteren), tegelijkertijd vraagt het ook om een zekere ontspanning. Ieder kind heeft een hoopvolle, optimistische opvoeder nodig die het aandurft de tijd los te laten en om te ‘vertrouwen-zonder-zeker-weten’. Een opvoeder die zijn of haar route bouwt op hoop, en die het donkere van de wereld slechts in gedoseerde mate bij kinderen toelaat.
Opvoeden is hard werken, hoe tegenstrijdig dit ook klinkt in het licht van bovengenoemde ‘ontspanning’. Het heeft bovendien slechts zelden direct resultaat. Dit gegeven vraagt om liefdevolle durf, commitment en volhardendheid. De vraag is of wij als opvoeders en maatschappij dit commitment aan durven gaan. Of zijn we inmiddels een ‘snowflake-maatschappij’ geworden?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden