Bombardement Door Nederlandse bommen op een wapensopslag in Irak werden in 2015 tientallen burgers gedood. De rechter wil controleren of het risico te voorzien was geweest.
De Nederlandse staat moet toelichting geven en (geheime) documenten aanleveren over het Nederlandse bombardement op de Noord-Iraakse stad Hawija in 2015, waarbij tientallen doden vielen. Dat heeft de Haagse rechtbank woensdag besloten in een tussenvonnis in de procedure die Iraakse nabestaanden tegen Nederland hebben aangespannen. De Haagse rechtbank vindt dat de op dit moment beschikbare stukken niet voldoende inzicht geven om tot een verantwoord eindoordeel te komen.
In de nacht van 2 op 3 juni in 2015 bombardeerden Nederlandse gevechtsvliegtuigen een wapenopslag van terreurgroep Islamitische Staat in Hawija. In het pakhuis lagen veel meer explosieven opgeslagen dan werd ingeschat, waardoor de aanval zorgde voor een zware dubbele explosie die een groot deel van de omliggende woonwijk verwoestte.
Tientallen mensen, zeker 85, kwamen die nacht om het leven en ongeveer honderd mensen raakten ernstig gewond. Volgens Amnesty International hadden op dat moment veel vluchtelingen vanuit het zuiden van Irak onderdak gezocht in leegstaande huizen rondom de wapenopslag in Hawija.
De Nederlandse staat beweerde dat de omvang van de schade niet te voorzien was, omdat er bij eerder soortgelijke bombardementen geen grote secundaire explosies plaatsvonden. De rechtbank was niet tevreden met deze toelichting.
De rechtbank beveelt de staat nu informatie en een aantal stukken aan te leveren. Ook het geheime dossier van de Nederlandse ‘Red Card Holder’, de senior militair die aanvallen vooraf moet goedkeuren, moet ingeleverd worden. Zo wil de Haagse rechtbank beoordelen of het risico van de explosie „met ingrijpende gevolgen” kon worden voorzien. De beoordeling of de staat die documenten al dan niet terecht geheim wilde houden, zal door een aparte afdeling van de rechtbank worden uitgevoerd.
Uit een eerdere zitting eind vorig jaar bleek het ministerie van Defensie bereid te zijn geheime informatie over de voorbereidingen van de aanval te delen. De aparte afdeling van de rechtbank beslist vervolgens of de geheime documenten alsnog beschikbaar moeten worden gemaakt voor de beoordeling van de rechtbank.
Onderzoek van NRC en NOS in 2019 onthulde de Nederlandse betrokkenheid, waarover de Nederlandse overheid tot dan toe geen openheid had gegeven. Het ging over twee Nederlandse F16-vliegtuigen die Nederlandse bommen op Hawija lieten vallen. Nederland maakte rond 2015 deel uit van de mondiale strijd tegen Islamitische Staat, die vooral in Irak en Syrië gevestigd is.
Mogelijk speelden verouderde inlichtingen over het aantal omwonenden en over de hoeveelheid explosieven een rol. Volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die namens de Iraakse slachtoffers van de aanval uit Hawija spreekt, nam Nederland een „onaanvaardbaar risico” ten aanzien van de bewoonde omgeving van de opslagplaats.
Source: NRC