Home

Opkomst van vrouwen op arbeidsmarkt zorgde voor gelijkere inkomens

Gemiddeld nam het besteedbare inkomen toe met 1,1 procent per persoon per jaar in de periode van 1981 tot 2021. Over veertig jaar is dit een groei van 53 procent. Maar deze groei is dus niet gelijk verdeeld onder inkomensgroepen, blijkt uit recent verschenen onderzoek van de Universiteit Leiden in opdracht van vakbond FNV.

De ongelijkheid is juist met 12 procent toegenomen. De mensen die qua inkomen tot de bovenste 10 procent hoorden, gingen er jaarlijks gemiddeld 1,2 procent op vooruit. Over veertig jaar groeide hun besteedbare inkomen met 61 procent.

Nederlanders die bij de minst verdienende 20 procent hoorden, gingen er maar 0,6 procent tot 0,7 procent per jaar op vooruit. Over veertig jaar leverde dit een inkomensgroei van 26 tot 33 procent op, veel minder dus dan de hogere inkomensgroep.

Het besteedbare inkomen is het geld dat huishoudens daadwerkelijk te besteden hebben. Dat is het inkomen van een huishouden uit vermogen, salaris of een eigen onderneming, plus uitkeringen en toeslagen, minus belasting.

Door herverdeling via belastingen, subsidies, toeslagen en uitkeringen is de ongelijkheid ingeperkt. De werkelijke salarissen groeiden intussen nog verder uit elkaar.

De inkomens van de minst verdienende mensen gingen er 35 procent op achteruit in de afgelopen veertig jaar. De groep met de hoogste inkomens zag hun inkomen in diezelfde periode juist met 61 procent stijgen.

Vooral in de jaren tachtig van de vorige eeuw nam de ongelijkheid toe, zien de onderzoekers. Er was toen een forse recessie. Ook in de jaren tien van de 21e eeuw werd de kloof tussen inkomensgroepen groter.

Dat Nederlandse huishoudens er in veertig jaar gemiddeld 53 procent op vooruit zijn gegaan, is vooral te danken aan het feit dat vrouwen de arbeidsmarkt betraden. Mede daardoor holden huishoudens met een laag inkomen niet zover achteruit als in landen als de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk, waar de ongelijkheid veel sterker toenam.

Vanaf 1981 nam het aandeel werkende vrouwen elk jaar met 2 procent toe. Het aantal uren dat ze wekelijks werkten, groeide met 0,8 uur per jaar.

Hoewel hun salaris ver onder dat van mannen lag, groeide het inkomen van vrouwen gemiddeld met 3,4 procent per jaar. Vooral aan de onderkant groeiden de salarissen, waardoor de ongelijkheid onder vrouwen als groep afnam.

Mannen zagen juist iets heel anders gebeuren. Het inkomen van mannen steeg tussen 1981 en 2021 gemiddeld slechts met 0,3 procent per jaar, waarbij het verschil tussen hoge en lage inkomens groeide.

Daar ligt gelijk een pijnpunt dat dit onderzoek blootlegt: onder mannen is de ongelijkheid in hun inkomens met 22 procent toegenomen. Vooral tussen 2001 en 2010 groeide het verschil sterk, met 10 procent.

"Mannen aan de onderkant zijn in de afgelopen decennia steeds minder gaan verdienen", zegt hoogleraar economie Egbert Jongen, die meewerkte aan het onderzoek. Een deel van hen heeft hun baan verloren, bijvoorbeeld door automatisering en globalisering. Mensen, dus ook mannen, met een hoog inkomen profiteren juist vaker van die ontwikkelingen.

De lagere inkomensgroepen bestaan uit meer alleenstaanden met minder goedbetaalde banen. "Denk aan pakketbezorgers of aspergestekers", omschrijft Jongen.

Ook waarschuwt de onderzoeker ervoor dat de ongelijkheid onder vrouwen in het afgelopen decennium juist weer iets toeneemt. Dat kan volgens hem een voorbode zijn voor de toekomst.

Verder stelt hij dat er ook een keerzijde zit aan de materiële welvaart door werkende vrouwen. "De uren die zij nu extra werken, gaan af van de tijd voor het huishouden, informele zorg en van vrije tijd. Het is tijd die zij ook anders hadden kunnen besteden."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next