Het nieuwe kabinet zal pogen het aantal asielzoekers omlaag te brengen, maar de poging alleen ontslaat Nederland niet van de verplichting om intussen de zaken op orde te hebben.
Dilan Yesilgöz heeft gegokt en verloren. Het was een politiek-strategische afweging om zich tegen de Spreidingswet van partijgenoot Eric van der Burg te keren, kort na het opblazen van het kabinet vanwege de wens om een strenger asielbeleid te voeren. Daarmee werd het meteen hét campagnethema voor de verkiezingen. Hoe dat is afgelopen, weten we inmiddels: voor de kiezers op de rechterflank bleek de PVV toch net iets betere papieren te hebben als het aankomt op een streng asielbeleid. Yesilgöz incasseerde het grootste zetelverlies voor de VVD sinds 2002.
Het tweede deel van de gok zat in het verzet tegen de Spreidingswet. Partijgenoot Eric van der Burg deelt Yesilgöz’ overtuiging dat het asielbeleid strenger moet, maar meent ook dat een beschaafd land dient te voorkomen dat mensen buiten slapen, verstoken van de meest elementaire levensbehoeften. De komst van Artsen zonder Grenzen naar het aanmeldcentrum in Ter Apel markeerde in de zomer van 2022 een dieptepunt in het Nederlandse asielbeleid. Het land zakte door een morele ondergrens.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Van der Burg begreep dat wel, Yesilgöz niet. Ze maakte de Spreidingswet deel van een politiek schaakspel: eerst zorgen dat het aantal asielzoekers omlaag gaat, daarna pas praten over betere spreiding. Dat had een plausibele strategie kunnen zijn, als er enige aanleiding was geweest om te denken dat Nederlandse kabinetten zelf veel invloed hebben op de asielcijfers. Sinds 1998 staat in alle regeerakkoorden dat Nederland strenger wil zijn, in de praktijk trekken de internationale migratiebewegingen zich daar weinig van aan.
Het komende kabinet zal een nieuwe poging doen om in Brussel andere afspraken te maken over grensbewaking en de verdeling van de mensen over de EU, maar zelfs als dat lukt is het niet in het komend jaar geregeld. De poging alleen ontslaat Nederland niet van de verplichting om in de tussentijd gewoon de zaken op orde te hebben.
Van der Burg gokte intussen ook: hij hield vast aan zijn voorstel, vanuit de verwachting dat uiteindelijk genoeg Eerste Kamerleden gevoelig zouden zijn voor zijn argumenten. Hij blijkt zijn eigen partij beter te kennen dan Yesilgöz. Dat de VVD-senaatsfractie unaniem voor de wet gaat stemmen, kan hij incasseren als een eclatante politieke overwinning.
Aan de formatietafel zijn de druiven zuur. Vier partijen die tegen de wet zijn, zien zich er nu toch mee geconfronteerd. Ze kunnen zeggen dat het zo’n vaart niet zal lopen en dat dwang heus niet nodig zal zijn omdat ze op het punt staan om het asielbeleid over een andere boeg te gooien. Ook zij weten echter dat de praktijk weerbarstig is.
Maar wie weet. Wellicht ligt daar voor de vier toch het geluk bij het ongeluk: de stok achter de deur die hen aanspoort om nu eens niet alleen campagne te voeren met ‘grip op migratie’ maar er echt wat aan te doen, zoals ook de Staatscommisie Demografische Ontwikkeling deze week zo nadrukkelijk adviseerde. En als dat niet meteen lukt – en die kans is groot – zullen ze de Spreidingswet nog hard nodig hebben en mogen ze Van der Burg met terugwerkende kracht dankbaar zijn.
Source: Volkskrant