Daar stond ik bij de zelfscankassa van de supermarkt waar Harry Mens altijd in zijn Bentley voorrijdt, om er des zondags op de televisie over te klagen dat niemand van het personeel Nederlands spreekt, wat overigens niet waar is.
Juist wilde ik mijn koffiecupjes scannen, toen geroezemoes opsteeg uit het gedeelte waar je gewoon bij een kassière kunt afrekenen. Een man met twee winkelmanden vol boodschappen baande zich met grote stappen een weg naar buiten, waarbij hij omstanders krachtig opzijduwde. Iemand riep ‘hij heeft niet betaald!’ of misschien wel ‘houd de dief!’, maar de man in kwestie had bijna de uitgang bereikt. Een medewerker achter de balie stond op om achter hem aan te gaan, maar de man was al buiten.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daarop hield de baliemedewerker in en zei, half bedroefd, half opgelucht, dat hij niet in een vechtpartij was beland: ‘Tja, als ze eenmaal buiten staan, kunnen wij er niets meer aan doen.’
Hij liep terug naar zijn werkplek en door het raam kon ik nog net zien hoe de dief zijn fietstassen vulde en rustig wegfietste. Het ging allemaal snel en iedereen was te verbouwereerd om iets te doen, vooropgesteld dat wij daartoe in staat in waren geweest.
In de winkel keerde de rust terug, het afrekenen ging gewoon verder, alsof er niets was gebeurd. Ook ik zette mijn scanarbeid voort en fietste even later met mijn aankopen in de richting die ook door de dief was ingeslagen. Er zijn televisieprogramma’s waarin je ziet hoe wetsovertreders door politiehelikopters worden achtervolgd, maar ik hoorde vanuit de lucht geen motorgeluiden, zodat ik vermoedde dat de dief zonder enig probleem was ontsnapt. Misschien zat hij op een bankje in het park al te genieten van zijn vangst, misschien had hij gewoon een thuis, waar hij zijn keukenkastje aan het vullen was.
De gebeurtenis zette me aan het denken. Zou het waar zijn dat je een dief niets meer kunt maken als hij buiten staat? Ongetwijfeld is de bewijslast lastiger, maar toch. Verder zag je de mensen denken, maar misschien is dat mijn verdorven geest: ‘Ach, Appie kan best een verlies van een paar honderd euro lijden, dus waar maken wij ons druk over?’
Onlangs maakte de baas van concurrent Jumbo bekend dat het afgelopen jaar voor meer dan 100 miljoen euro was gestolen en dat dit bedrag de winst overtrof. Toch riep zijn klacht nauwelijks verontwaardiging op, in deze tijd die voor veel mensen financieel zwaar is. De algemene reactie was dat Jumbo beter zijn geld kan investeren in voordelen voor zijn eigen klanten dan in de in Monaco wonende miljonair Max Verstappen en andere dikbetaalde sporters. Als je bovendien zelfscankassa’s instelt om te bezuinigen op kassières van vlees en bloed, moet je niet zeuren als er eens een onbetaald pakje boter doorheen schiet.
‘Eigendom is diefstal’, schreef de eerste anarchist Pierre-Joseph Proudhon al in 1840. Zijn boodschap was uiteraard niet populair bij de bezittende klasse, wat hij heeft geweten, want hij is een van de meest veroordeelde schrijvers uit de geschiedenis. In hogere zin had hij gelijk, maar de afkeer van privébezit heeft in de 20ste eeuw ook geleid tot enorme slachtpartijen.
Ergens las ik dat we binnen een decennium de eerste biljonair – een biljoen is duizend miljard – kunnen verwachten, dus ik vermoed dat daarmee de sympathie voor grote bedrijven slechts verder zal dalen. Het dagblad Trouw liet vorige week twee theologen aan het woord, die zich afvroegen wat het over ‘onze’ moraal zegt dat ‘we’ zoveel jatten bij de zelfscankassa’s. Het is altijd fijn als mensen niet voor zichzelf spreken, maar voor anderen.
De theologen refereren aan bisschop Muskens, die in 1996 ophef veroorzaakte door op te merken dat mensen die te arm zijn om een brood te kopen zo’n brood mogen stelen. In feite gaat dit proletarisch winkelen veel verder terug. Naar Max Stirner, een tijdgenoot van Proudhon. In Der Einzige und sein Eigentum (1844) schreef hij: ‘Willen we eten, genot, vrijheid, willen we werkelijk leven, dan moeten we het nemen.’
Stirner zou geen moeite hebben met die vent die het heeft genomen en de supermarkt uitloopt zonder te betalen. De vraag is wel hoe sterk de relatie is tussen armoede en stelen. Je hebt arme mensen die nooit stelen en je hebt rijke mensen die altijd stelen en daarom zo rijk zijn geworden. In supermarkten die gelegen zijn in welvarende buurten schijnt evenveel te worden gestolen als bij die in arme buurten. De theologen haalden uiteraard God erbij, maar misschien is het vooral een kwestie van adrenaline. Die vent die de deur uitliep, deed dat met een brutaliteit en durf die ik alleen maar zou kunnen opbrengen als mijn leven op het spel staat.
Source: Volkskrant