Wie denkt dat koffiedikkijken louter een vermakelijk tijdverdrijf is, komt bedrogen uit op Nederland op de tekentafel, 100 jaar toekomstideeën. De tentoonstelling in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, over een eeuw lang ruimtelijke planning, laat zien dat de gasrevolte van Groningers tegen Den Haag veertig jaar geleden al was voorzien, net als een Noordzee vol windmolens en dat je met een speciale toets op je ouderwetse thuistelefoon binnen een paar minuten een flitsbezorger voor je voordeur hebt staan.
Nederlandse ingenieurs, planologen en architecten zijn dol op het ordenen van de toekomst. Het steeds opnieuw nadenken over de ruimtelijke invulling van een land waar miljoenen inwoners veel willen van weinig vierkante meters, is een even noodzakelijke als fascinerende puzzel. De getoonde selectie tekeningen en maquettes uit de Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw varieert van pure luchtkastelen tot stevig statistisch gefundeerd materiaal van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Bestaan ze eigenlijk wel, echte planologische toekomstvorsers? ‘Nee, dit gaat niet over de toekomst voorspellen’, zegt stedenbouwkundige Dirk Frieling tegen de journaalploeg die in 1987 komt filmen op de tentoonstelling Nieuw Nederland. ‘Dit gaat over wat wij van de toekomst kunnen máken.’ Maakbaarheid, ook al is dat politiek gezien een verguisd begrip, is een cruciaal woord op Nederland op de tekentafel.
Wie de rijke oogst aan ideeën over vervoer, wonen, werken, recreëren, landbouw en natuur bij elkaar ziet, kan alleen maar vaststellen dat in het verleden veel en goed is nagedacht om Nederland ‘beter’ te maken. Behoorlijk wat van die ideeën zijn verrassend actueel. Flexibel wonen is geen dringende vraag van vandaag: er zijn decennia geleden al mooie plannen voor gesmeed.
Duurzame landbouw, beter openbaar vervoer, verticaal opstijgende vliegtuigen, groene steden? Het komt allemaal voorbij. Zoals in Biopolis, een plan van het architectenechtpaar Hartsuyker uit de jaren zestig voor een nieuwe, compacte stad. Het zijn complexen van hoog gestapelde terrashuizen waaronder zich een stadse infrastructuur bevindt, met vervoersoplossingen en een combinatie van wonen en werken. Dankzij de compacte opzet, ontstaat eromheen ruimte voor groen en recreatie. Biopolis lijkt zozeer niet in vormgeving, maar wel in programmering erg op de hedendaagse plannen voor stedelijke verdichting.
Een van de best gedocumenteerde toekomstvisies in dit overzicht is die van de denktank Nederland Nu Als Ontwerp, die met Dirk Frieling en veel andere ontwerpers in 1987 meerdere scenario’s tekende voor de tentoonstelling Nieuw Nederland. De scenario’s voor het jaar 2050 gaan niet alleen over ruimtelijke ordening, maar ook over rechtvaardigheid. ‘De bevolking hier heeft geen enkel vertrouwen meer in wat de democratie landelijk voor elkaar bakt’, zegt de stedenbouwkundige Riek Bakker over haar onderzoek naar Groningen, op een filmfragment dat is opgenomen 35 jaar voor de BBB opkwam. Bakker voorzag toen al verweesde gevoelens in gaswinningsgebieden die zich belazerd voelden door Den Haag.
Natuurlijk zijn er ook missers te zien in de tentoonstelling van het Nieuwe Instituut. Het kunstmatige hoteleiland Europolis, voor de kust van Hoek van Holland, moest plaats bieden aan 700 duizend (!) gasten. De modernistische stedenbouwers hadden in de jaren zestig geen oog voor het oude stedelijk weefsel en zijn bewoners. De Amsterdamse School-architect Hendrik Wijdeveld wilde niet alleen de complete Zuiderzee, maar ook de Waddenzee inpolderen voor een betere wereld. Het is niet doorgegaan, gelukkig.
Als ergens een kentering in het maakbaarheidsdenken is opgetreden, is dat in het waterbeheer. Het beleid van louter droogleggen en dijken ophogen is ingeruild voor het samen optrekken met de natuur, ruimte geven aan de IJssel, Rijn en Waal om buiten hun oevers te treden. En, afkloppen, redelijk succesvol, nu de schade van de meest recente hoogwaterplaag dankzij het deltaprogramma Ruimte voor de Rivier beperkt bleef.
Dat ontwerpen met respect voor de delta wordt ook in de hedendaagse toekomstvisies omarmd. Hoe Nederland eruitziet in 2070 uit als de zeespiegel flink is gerezen, wordt verbeeld in de maquette Delta 3000, pleidooi voor een duinmetropool van het ontwerpbureau Zus. Het laaggelegen westelijk Nederland verandert met hulp van miljarden kubieke meters zand in een reusachtig duingebied. Zand, want dat vormt immers onze natuurlijke bescherming tegen het water.
De oude randsteden blijven in deze metropool als relicten liggen in diepe duinvalleien. Niet alleen houden we zo droge voeten, ook het zoetwaterbeheer is veilig gesteld.
Het zou leuk zijn om te weten hoe er in 2124 tegen deze oplossing wordt aangekeken.
Nederland op de tekentafel, 100 jaar toekomstideeën, Het Nieuwe Instituut, Rotterdam, tot 2 juni.
De Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw geldt als een van grootste architectuurarchieven ter wereld, met vier miljoen tekeningen, maquettes, brieven, foto’s en knipsels. Het wordt beheerd door Het Nieuwe Instituut voor architectuur en design, voorheen het Nederlands Architectuurinstituut, gelegen pal naast het nieuwe spiegelende depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De tentoonstelling Nederland op de tekentafel is samengesteld om het honderdjarig bestaan van het archief te vieren.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden