Bon Bini: Bangkok Nights, de nieuwste film van Jandino Asporaat draait voor volle zalen in de bioscoop. Een lieveling voor het publiek. De vorige vier delen werden bekroond met maar liefst vier gouden kalveren van het publiek. Een dankbaar fileerobject ook voor filmcritici, die er met veel plezier hun messen in gooien. Ook erg voorspelbaar is alle kritiek op social media die de filmreeks en deze film te verduren krijgen.
Over de auteur
Kwok Wan is acteur en danser. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Voor mijzelf is het allemaal erg nieuw, het fanatisme waarmee in de films de stereotypjes door de gehaktmolen worden gehaald. Zelf speel ik in Bon Bini: Bangkok Nights de rol van Lo Pei Chan, een Aziatische gangsterbaas die zijn fortuin heeft vergaard met woekerleningen.
Sinds de première word ik bedolven met verwijten over hoe ik aan zoiets laags heb kunnen meewerken. Deze verwijten komen trouwens vrijwel allemaal uit Westerse hoek. Gek genoeg krijg ik vanuit de Aziatische gemeenschap alleen maar complimentjes. Misschien zijn Aziaten niet zo snel op hun teentjes getrapt als hun cultuur of uiterlijk op de hak wordt genomen. Ik vind het zelf in elk geval geen enkel probleem. Ik ben trots op mijn achtergrond en cultuur en kan het goed hebben als daar grappen over worden gemaakt.
Van jongs af aan ben ik gepest. Niet vanwege mijn afkomst, maar vanwege mijn lengte. Met 1,50 meter schoon aan de haak moet ik toegeven dat de meeste Nederlanders stukken langer zijn. Daar kun je je door laten beledigen, maar je kunt het ook omarmen. En dat is ook de reden dat ik ben gaan acteren. Dit is één van de weinige beroepen waar mijn lengte echt een voordeel is. Ik heb er ook geen enkele moeite mee als mijn lengte de voornaamste reden is dat ik gecast wordt voor een rol. Natuurlijk wil elke acteur het liefst gewaardeerd worden om zijn of haar acteerprestaties. Maar dan moet je wel eerst te zien zijn op het witte doek.
Er is een lange geschiedenis van ‘yellow facing’ in de filmindustrie. Al in 1915 werd de rol van Cio-Cio San in Madame Butterfly gespeeld door Mary Pickford. En meer recentelijk werd de rol van Motoko Kusanagi in Ghost in the Shell gespeeld door Scarlett Johansson. Je kunt dat de filmbazen verwijten, maar het is wel een feit dat er gewoon veel te weinig goede Aziatische acteurs zijn. Gelukkig is dat in hoog tempo aan het veranderen, en ik hoop daar mijn eigen steentje aan bij te dragen.
Dus als iemand nog een gekke kleine Chinees zoekt voor z’n volgende filmproject: ik sta open voor boekingen, hoor! En ik ben niet bang om een sloopkogel van heilige huisjes van de moderne tijd te zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden