De Eerste Kamer behandelt deze week de Spreidingswet, die het mogelijk maakt gemeenten te dwingen asielzoekers op te vangen. Hilversum heeft zich al op dat scenario voorbereid met een reeks bewonersbijeenkomsten. ‘De meerderheid zei: ‘Je zou het niet op één locatie moeten doen.’’
Het geldt, afhankelijk van wie je het vraagt, als het langverwachte antwoord op de asielcrisis of als het zoveelste wat gemeenten onterecht op hun bord krijgen, en wat zelfs met dwang wordt doorgeduwd. De Spreidingswet, waarover het al bijna twee jaar gaat. Deze week bespreekt de Eerste Kamer het wetsvoorstel om asielzoekers naar rato van inwonertal over gemeenten te verdelen. Zo zou een einde moeten komen aan de eindeloze zoektocht naar geschikte opvangplekken voor asielzoekers en de wantoestanden in het aanmeldcentrum van Ter Apel.
Haalt de wet het, dan zal menig gemeentebestuurder zich toch even achter de oren krabben. Wat een nieuw kabinet ermee doet is nog de vraag, maar in potentie kunnen gemeenten die hun verantwoordelijkheid ontlopen, worden gedwongen asielzoekers op te vangen.
In Hilversum zijn ze op dat scenario voorbereid. De gemeente dacht afgelopen jaar al na over de vraag: ‘Als we 360 asielzoekers moeten opvangen – zoals de Spreidingswet voorschrijft – aan welke voorwaarden moet een asielopvanglocatie dan voldoen?’ Dat was vanuit de gedachte dat je beter in alle rust kunt praten en niet pas als bewoners zijn overvallen door het nieuws dat er een azc in hun achtertuin komt.
Dat zogenoemde ‘locatie-afwegingskader’ had een verrassende uitkomst. Hilversummers willen niet één groot asielzoekerscentrum, maar drie kleine centra. Bij voorkeur midden in de meer welvarende wijken en juist niet weggemoffeld op een industrieterrein. En vanaf dag één krijgen de mannen, vrouwen en kinderen taalles, dagbesteding of werk.
Dat betekent niet dat Hilversum het plan sowieso uitvoert. Als de Spreidingswet het niet haalt, dan het plan misschien ook niet, zegt wethouder Bart Heller (GroenLinks, vluchtelingenopvang).
Toch zijn er lessen te trekken uit de Hilversumse aanpak. Bijvoorbeeld dat een gemeente inspraak niet zelf hoeft te regelen. Wethouder Heller riep de hulp in van Allard Bentvelsen, de man achter bewonersorganisatie Hilversummers.nl. ‘Er is zoveel wantrouwen jegens de overheid rondom asiel’, zegt de wethouder daarover. ‘Het leek ons handiger om als gesprekspartner aan te schuiven.’ Vanuit het kantoor van de wethouder blikken de twee erop terug.
Bentvelsen: ‘Wij wilden iedere Hilversummer maximaal de kans geven om mee te praten. Hilversum heeft acht wijken, dus elke wijk kreeg één bijeenkomst overdag en één ’s avonds. Voor diegenen die er niet bij konden zijn, hadden we nog een onlinebijeenkomst en een enquête.’
Bentvelsen: ‘Het uitgangspunt was kleinschaligheid, dus maximaal twintig bewoners per gesprek. En we hadden wat regels. Iedereen moest zijn verhaal kunnen doen. Ook mensen die desinformatie gebruikten.’
Heller: ‘Daarnaast hebben we gezegd: we hoeven elkaar niet te overtuigen, dus je hoeft je punt niet drie keer te herhalen. Nou, dat scheelde een stuk.’
Heller: ‘Door die kleinere setting kom je opeens tot een echt gesprek. De mensen die normaal alleen maar naar een zaaltje komen om plenair hard te schreeuwen, haakten af.’
Heller: ‘Er waren inderdaad kritische mensen die zeiden: ‘Dit heeft toch geen zin, ik kom niet.’ Maar Allard heeft die mensen via Facebook benaderd en een aantal zijn toch gekomen, omdat ze hem kenden.’
Bentvelsen: ‘En anderen kwamen niet. Daarom hebben we die vragenlijst nog toegevoegd, zodat zij alsnog hun mening konden geven.’
Heller: ‘Het werd duidelijk dat bewoners die zich defensief opstellen altijd zorgen hebben. Dat zijn zorgen over wat de komst van asielzoekers tot gevolg heeft: over veiligheid, ze pikken woningen in, noem maar op. En er zijn zorgen van een iets abstracter niveau. Dat draait om aandacht. Het gevoel van: ‘Jullie bestuurders’ hebben wel aandacht voor asielzoekers, maar niet voor mij. Of voor mijn oude moeder, die wacht op een plek in het verzorgingstehuis.’
Bentvelsen: ‘Dat in Hilversum – een stad vol overvloed – een rij staat voor de voedselbank, vonden ze bijvoorbeeld kwalijk. En zo kwamen meer onderwerpen naar voren.’
Bentvelsen: ‘De rol van de vrouw in de islam. Het sentiment van: als hier 360 asielzoekers komen, dan moeten ze wel respecteren hoe wij hier naar vrouwen kijken.
‘Dat impliceert dat er nu geen islamitisch deel van onze samenleving is en straks wel. Dat klopt natuurlijk niet. Wat eronder zit, is dat islamitische en niet-islamitische inwoners nu al amper contact hebben met elkaar. Bijna niemand die wij spraken was ooit in een moskee geweest. Dat helpt niet. Daar willen we nu iets aan doen, samen met de moskeeën uit de stad.’
Heller: ‘Hilversum is sowieso een stad waar mensen uit totaal verschillende posities komen; er zijn villawijken en sociale huurwijken. Het mooie was dat er tijdens die gesprekken over en weer begrip ontstond. Ik heb villabewoners horen zeggen: ‘O, nu snap ik waarom jij overlast ervaart en ik niet.’’
Bentvelsen: ‘De locaties komen nu midden in de wijk en krijgen een open karakter. Daar waren voor- en tegenstanders het uiteindelijk over eens. De voorstanders, omdat ze vinden dat je asielzoekers niet achter een hek moet wegstoppen, als je ze wil laten integreren. De andere groep is juist bang dat bestaande Hilversummers tekortgedaan worden als er faciliteiten komen achter een gesloten hek, die de bewoners niet kunnen gebruiken.’
Bentvelsen: ‘Precies.’
Heller: ‘Zeker. Iedereen, echt geen enkele uitzondering, zei: ‘Pak ze vanaf dag één beet.’ Bij sommigen was dat vanuit: hoe kunnen ze nuttig zijn voor de samenleving? Bij anderen ging het meer om het belang van de asielzoeker zelf.
‘Wij willen daarom, als we hier asielzoekers krijgen, taalles en dagbesteding vanaf dag één, zodat ze direct inburgeren. Dat betekent ook dat we ze willen houden als ze een status krijgen. Die afspraak wil ik maken met het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, red.).’
Heller: ‘Klopt. De meerderheid zei: ‘Je zou het niet op één locatie moeten doen.’’
Bentvelsen: ‘Ook hier zag je twee perspectieven, maar iedereen vond zoveel zorgbehoevenden bij elkaar een slecht idee. De tegenstanders hebben daarbij Ter Apel in het achterhoofd. Ze zijn bang dat er op een te grote locatie chaos ontstaat. De voorstanders van asielopvang zijn erg voor menswaardige opvang en ruimte voor het individu, en willen daarom kleinschaligheid.’
Heller: ‘Ik vind dat zelf een lastige discussie, want ik weet dat het COA niet blij wordt van heel kleine locaties. Drie keer 120 is daar een middenweg tussen.’
Heller: ‘Ik ga ervan uit dat het COA hier juist positief tegenover staat. Deze aanpak vergroot het draagvlak, daar hebben zij ook baat bij.
‘Ik heb trouwens wel tegen COA-bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker gezegd, terwijl we dit hele traject deden: ‘Ik snap dat jullie een enorme druk hebben, maar ik ga nu met mijn bewoners praten, dus ik ga de komende tijd even niet kloten met crisisnoodopvang.’’
Heller: ‘Hij snapte het wel. Hij heeft ook niet gebeld.’
Heller: ‘Ha ha. Nou, als de Spreidingswet van tafel gaat, dan gaat het tempo er hier ook uit, denk ik.’
Heller: ‘Kijk, als het moet, kan ons plan morgen worden uitgevoerd. Maar het gaat hier om het verdelen van pijn. Daar moeten we toe worden gedwongen. Ik weet niet of mijn raad uit zichzelf zegt: laten we eens langdurig 360 asielzoekers opvangen. Dat doet geen enkele gemeente.’
Heller: ‘Nee, dat niet. Zelfs als de Spreidingswet het niet haalt, dan blijft het asielopvangprobleem. Ook een volgend kabinet moet daar iets mee, en dwang komt uiteindelijk altijd om de hoek kijken. En als dat zo is, dan hebben wij dit werk al gedaan.’
Heller: ‘Natuurlijk wel. Daar maak ik me geen illusies over. Maar het mooie is dat ik nu een goed verhaal op tafel kan leggen.’
Of het wetsvoorstel het gaat halen, is nog onzeker. Het hangt vooral af van de opstelling van de senatoren: stemmen ze volgens de partijlijn of beoordelen ze de wet slechts op haar uitvoerbaarheid?
Als alle senatoren meegaan met hun Tweede Kamerfractie, dan is er geen automatische meerderheid in de Eerste Kamer. Sinds de kabinetsval is de VVD gedraaid. Haar partijstandpunt is nu: eerst de asielinstroom naar beneden, daarna pas asielzoekers evenredig verdelen. Ook de BoerBurgerBeweging (BBB), met zestien zetels de grootste in de Eerste Kamer, is tegen.
Toch is het wetsvoorstel, zelfs als alle senatoren met de eigen Tweede Kamer-fractie meestemmen, nog niet kansloos. Er zitten twee partijen in de Eerste Kamer die geen zetels hebben in de Tweede Kamer: 50-plus en Onafhankelijke Politiek Nederland (OPNL). Als die beide voor stemmen, redt de wet het alsnog. Maar of ze dat doen, is onbekend.
De Eerste Kamer stemt volgende week over het wetsvoorstel.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden