Waarom roept een niet-normatieve gezinssamenstelling nog steeds zo veel reacties op? Eke Krijnen schreef er een essaybundel over: ‘Het is een vorm van geïnternaliseerde homofobie waar ik zelf óók door geplaagd word.’
De kinderen van schrijver en docent taalwetenschap Eke Krijnen (38) hebben twee moeders en een vader. Dat roept, zo leerde ze, nogal eens vragen op. Zo kan haar zomaar aan de rand van een zandbak worden gevraagd van wie van haar twee kinderen ze nou de echte moeder is. Of een terloops: hebben jullie ze op de natuurlijke manier verwekt?
Met een scherpe en geestige pen onderzoekt Krijnen in haar essaybundel Een echte ouder de ideeën in de maatschappij die ten grondslag liggen aan die vaak schaamteloos gestelde vragen. Geruisloos door het leven gaan, zonder toelichting of verantwoording – ‘normaal zijn’ – gaat niet vanzelf in een samenleving die een lesbische moeder met een meeroudergezin met een waaier aan (voor-)oordelen tegemoet treedt.
Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
De vraag wat een ouder ‘echt’ maakt, houdt Krijnen bezig omdat die zich ‘aan haar opdringt’, sinds zij, haar geliefde en hun goede vriend als meeroudergezin hun zoon (6) en dochter (4) grootbrengen.
‘Dan hebben we dit maar gehad’, opent Krijnen haar boek, dat deze week verschijnt. Gevolgd door een paar ‘feiten’ op een verder lege pagina: ‘Micha leverde het sperma. Maud baarde Kristoffer. Ik baarde Ture.’
Andere feiten: De kinderen wonen het grootste deel van de week bij hun moeders, de rest van de week zijn ze bij hun vader, die om de hoek woont. Tussendoor zien ze elkaar regelmatig met z’n allen. Voor de privacy van haar kinderen gebruikt ze in het boek pseudoniemen voor alle betrokkenen.
De ouders in spe voerden gesprekken over biologie en wetgeving: wie zou dragen, wie zouden juridisch als ouder geregistreerd mogen staan (de Nederlandse wet laat geen ruimte voor meer dan twee ouders), vertelt Krijnen in een Amsterdams café dat uitkijkt op het IJ. ‘Over de echtheid van de derde ouder ging het nooit.’
Van allebei natuurlijk, reageert ze dus verbouwereerd op de vader aan de zandbakrand, die allesbehalve de enige is die de ‘echtheids-vraag’ ooit heeft gesteld’. ‘De vraag confronteert me met het feit dat wat voor mij als een onwrikbare werkelijkheid geldt, buiten mijn gezin niet vanzelfsprekend is. Hij plaatst me in een parallel universum waarin onze kinderen naast ‘echte’ ouders ook minder echte, tweederangs ouders hebben.’
‘Vooral verdrietig. Al weet ik dat hij voortkomt uit onwetendheid en dat mensen het niet rot bedoelen. Het is pijnlijk omdat het precies de normen blootlegt die er zijn.
‘Waar ik vervolgens wel om kan gniffelen is de reactie van deze vader als ik vertel dat mijn vrouw en ik met z’n tweeën zijn als de kinderen bij hun vader zijn. O, dus jullie constructie heeft ook voordelen. Zo verraadt hij dat hij ervan uitgaat dat het ontzettend naar is dat wij het op deze manier moeten doen, in plaats van op de ‘gewone’ manier.’
De essays in het boek worden afgewisseld met ‘feiten over haar gezin’. Over de gezinsappgroep (sinds 13 april 2015), het contract van hun ouderschapsovereenkomst (4 bladzijden, 7 artikelen en 24 sub-artikelen) en de handige site zelfinseminatie.nl.
Over de blijdschap toen Maud na tien maanden proberen zwanger bleek, het kopen van rompertjes en het delen van het nieuws. Over het verdriet toen de zwangerschap eindigde met een miskraam. Over hoe ze het weer probeerden. En weer. En weer. Tot er op een morgen weer twee streepjes waren, ze geen rompers kochten en het niemand vertelden.
Over de dinsdagavond waarop Mauds vliezen braken, hoe ze nog twee dagen tuinierde, opvallend goed was in het maken van kruiswoordpuzzels en op vrijdagmiddag Kristoffer geboren werd. Over de onverschillige blik die hij twee jaar later wierp over de rand van de wieg naar zijn kakelverse zusje Ture.
Krijnen beschrijft haar zoektocht naar verhalen over medium worstelende queer-ouders, zoals zijzelf. Waar queer-jongeren tegenwoordig ‘fantastische’ series als Anne +, Sex Education of Heartstopper hebben, vindt ze welgeteld drie Nederlandse romans met een lesbische moeder als hoofdpersoon. Dus richt ze zich maar tot een imaginaire focusgroep met lesbische moeders. ‘De gemiddelde heteroseksuele boomer leest in al die zelfhaat echt geen maatschappijkritiek hoor’, bekritiseert een van hen de ander.
‘Ik heb die onzekerheid lang niet willen benoemen. Lesbische moeders zijn geneigd meteen te zeggen: biologie doet er niet toe. En dat is waar. Het doet er niet toe qua liefde, alles wat je voor een kind doet en de band die je hebt. Maar het doet er natuurlijk wel toe. Simpelweg omdat mensen er waarde aan hechten en het daardoor ook mijn angsten en twijfels vormgeeft.
‘Het is een vorm van geïnternaliseerde homofobie, waartegen ik me af wilde zetten, tot ik me realiseerde: ik moet onder ogen zien dat ook ík erdoor geplaagd word.
‘Bij mijn oudste, die dus biologisch niet aan mij verwant is, hoor ik sneller een stemmetje dat zegt: doe ik het misschien niet goed omdat ik hem minder goed aanvoel? Ik kan die twijfel inmiddels een halt toeroepen, maar hij bestaat wel. De samenleving heeft die ideeën in mij geplant, waar ik niet aan kan ontkomen. Al ken ik ook niet-biologische moeders die er geen last van hebben.’
En dan is er nog de wet, die het bestaan van haar gezin ontkent. ‘Onze vriend, de vader van de kinderen, is wettelijk gezien geen ouder. In de praktijk leiden we een redelijk geruisloos leven, maar er zijn momenten waarop het hem en onze kinderen kwetsbaar maakt, in het ziekenhuis of op reis.’ De vader deed formeel afstand van zijn kinderen, zodat de niet-biologische moeder kon adopteren. Dat dit nodig was, maakt Krijnen soms boos, want het is ‘een opgetuigde poppenkast’. ‘Je liegt ook tegen de rechter. Want je zegt: ik wil er niks mee te maken hebben en ondertussen laat je bij de notaris een ouderschapsplan verzegelen waarin precies het tegenovergestelde staat.
‘Er bestaan hardnekkige ideeën over hoe het hoort: samenleven, kinderen grootbrengen. Je moet heteroseksueel zijn, je genderconform gedragen, kinderen krijgen en je leven met een romantische partner vormgeven. Ook wie geen kinderen wil of zonder romantische partner door het leven gaat, kan in de ogen van veel mensen geen volledig vervuld leven hebben.
‘Hoe meer je binnen de normen valt, hoe beter. Een lesbisch stel dat samen kinderen heeft, ondervindt op sommige punten minder weerstand dan een meeroudergezin als het onze. Want dan zijn er ineens twee huishoudens. En dat zou slechter zijn voor het kind. Dat weten we helemaal niet, maar mensen dénken het wel.’
De reacties op haar gezin komen grofweg in twee smaken, die uiteindelijk dezelfde zijn: de lofzang en de frons. ‘Een lofzang is een verkapte vorm van: wat gek. Degene is natuurlijk welwillend, en dat heb ik heus liever dan een keiharde rotopmerking, maar het laat wel zien dat we het niet doen zoals het hoort. Onbedoeld is zo’n ‘wat leuk, wat bijzonder’ een beetje badinerend. Dan toch liever de buurman die gewoon zegt dat-ie het apart vindt, dat voelt eerlijker.’
Krijnen zou graag ‘normaal zijn’, schrijft ze. Wat dat is? ‘Niet per se zijn zoals de rest, maar vooral: niet opvallen, zonder daar je best voor te hoeven doen. Niet hoeven benadrukken hoe normaal je bent. Onzichtbaar zijn. Jezelf niet steeds hoeven uitleggen of je schrap zetten voor complimenten, afwijzingen of vrijpostige vragen.’
‘Deelt de Volkskrant een stuk op Facebook met een lhbti-thema, dan zijn de reacties: lhbti-gedram, gendergeneuzel of de regenbooglobby. Precies die reacties laten zien dat het dus nog lang niet normaal is. Want niemand gaat los over ‘hetero-gedram’ onder een artikel over Josje en Peter die met hun kinderen in een omgebouwde kerk wonen.
‘De enige manier om tot onzichtbare normaalheid te promoveren is door middel van zichtbaarheid. Pas als gezinnen als het mijne een vanzelfsprekend onderdeel zijn van het straatbeeld, windt niemand zich er meer over op. Daar heb je dus eerst heel veel confrontatie voor nodig.’
Eke Krijnen: Een echte ouder: over queer ouderschap. Atlas Contact; 288 pagina's; € 14.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden