Als senaatsvoorzitter Jan Anthonie Bruijn (VVD) maandagochtend de hal van de Eerste Kamer binnenkomt, ziet hij tot zijn tevredenheid dat het aan belangstelling voor het debat van vandaag niet ontbreekt. Naast cameraploegen, fotografen en schrijvende pers zijn twee commissarissen van de koning aanwezig: René Paas (CDA) uit Groningen en Jetta Klijnsma (PvdA) uit Drenthe. Zij willen onderstrepen dat er dezer dagen veel op het spel staat.
Aan de orde is de Spreidingswet van het demissionaire kabinet-Rutte IV, die een evenredige verdeling van asielopvangplaatsen over Nederland moet bewerkstelligen. Alles wat met asiel en immigratie te maken heeft, kent een grote politieke gevoeligheid. Het kabinet viel over het onderwerp, een paar honderd meter verderop buigen de formerende partijen PVV, VVD, NSC en BBB zich erover en op hetzelfde moment verschijnt ook nog het rapport over demografische ontwikkelingen van een eerder ingestelde staatscommissie.
BBB-senator Arie Griffioen vraagt zich met een knipoog af of de interesse misschien ook met de maandagochtend te maken heeft – normaal vergadert de Eerste Kamer alleen op dinsdag. Maar voor de Spreidingswet zijn twee dagen uitgetrokken. Als grootste fractie mag BBB als eerste het woord voeren. Net als de andere drie partijen die nu bij de formatie zijn betrokken, heeft BBB in de Tweede Kamer, waar de wet in oktober is aangenomen, tegen gestemd. In de senaat, waar de stemming volgende week dinsdag is, lijkt een meerderheid nog lang niet zeker.
Griffioen geeft in zijn eerste termijn geen uitsluitsel over het fractiestandpunt. Hij noemt het bezwaarlijk dat het kabinet te weinig heeft gedaan aan instroombeperking. Ook ziet hij mogelijke spanningen tussen commissarissen van de koning (in hun rol als ‘rijksheer’) en burgemeesters, omdat in laatste instantie gemeenten kunnen worden gedwongen om opvangplekken te regelen. Dat druist volgens hem in tegen de bestuurlijke autonomie die in artikel 124 van de Grondwet is vastgelegd.
Maar die autonomie is niet onbegrensd, werpt D66-senator Boris Dittrich tegen. Hij verwijst naar hetzelfde artikel, waarin het rijk ‘medebewind’ kan afdwingen. Dittrich: ‘Dit is de formalisering van het polderen, niet heel anders dan we gewend zijn.’ Maar volgens Griffioen is dat nu juist waar het misgaat: het polderen werkt niet, want 111 van de 342 gemeenten doen niet mee aan asielopvang. ‘Daarom is helaas een wet nodig.’
Het belangrijkste deel van zijn betoog wijdt Griffioen aan wat hij als de oplossing ziet: de doorstroming van 16 duizend statushouders uit asielzoekerscentra (azc’s) naar woningen. ‘De minister van Binnenlandse Zaken moet zijn taak voor volkshuisvesting serieus nemen.’ PVV-senator Alexander van Hattem vraagt hem uiteindelijk op de man af ‘hoe hij er eigenlijk in staat’. Griffioens antwoord is een motto: ‘Stop de verstopping. Dan is de Spreidingswet niet nodig.’
Ook de VVD-fractie geeft nog geen uitsluitsel. De woordvoering wordt gedaan door senator Marian Kaljouw, die haar maidenspeech houdt. Volgens goed gebruik kan zij zo’n eerste debatbijdrage zonder interrupties uitspreken, maar ook daarna blijven vragen uit. Daardoor blijven de toehoorders achter met de mededeling dat de VVD-senatoren ‘de mening nog moeten opmaken’, al delen zij het standpunt van hun Tweede Kamerfractie dat instroombeperking voorop moet staan.
Wel geeft Kaljouw eerlijk toe de wetsbehandeling ‘een enorme worsteling’ te vinden. ‘De wet is moeders mooiste niet’, zegt Kaljouw, ‘maar de nood is hoog. Burgemeesters en commissarissen vragen om deze wet, omdat de gereedschapskist leeg is. De wet lost niet alle problemen op, is niet bevorderlijk voor de interbestuurlijke verhoudingen, maar helpt wel als reparatie aan de achterkant.’
Voor de partijen ter linkerzijde is de wenselijkheid van de wet een uitgemaakte zaak. Farah Karimi (GroenLinks-PvdA) wil niet horen van een asielcrisis, maar spreekt onomwonden van ‘een zelfgecreëerde opvangcrisis’. Daartegen komt Annabel Nanninga (JA21) in het geweer: ‘Linkse partijen zijn welkomstbrigades, terwijl we niet ongebreideld mensen kunnen blijven opvangen.’
Karimi kaatst terug: ‘Als u tegen de Spreidingswet bent, moet u duidelijk maken wat uw alternatief is.’ Nanninga: ‘Wat is belangrijker? De uitvoeringsinstanties en lobbyclubs die hun geld verdienen aan de vluchtelingenstroom, of het electoraat van Nederland dat zich hier, getuige de verkiezingsuitslag, duidelijk tegen heeft uitgesproken?’
Mochten BBB en VVD net als in de Tweede Kamer volgende week opnieuw tegen de Spreidingswet stemmen, dan kunnen twee eenmansfracties nog de doorslag geven: Auke van der Goot van OPNL (de samenwerkende regionale partijen) en Martin van Rooijen van 50Plus. Een gedeputeerde uit Friesland, de machtsbasis van OPNL, laat op X weten te hopen op ‘een goed afgewogen en wellicht positief besluit’. Zelf zeggen beiden ‘met belangstelling’ de antwoorden van staatssecretaris Eric van der Burg (VVD, verdediger van de wet) af te wachten. Die komen dinsdag.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden