Home

Nederlandse fysiotherapeut in Gaza: ‘Ik ben in Irak, Jemen en Oekraïne geweest, maar ik heb het nooit zo erg meegemaakt’

Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hamas wordt Gaza dagelijks bestookt met zware bombardementen. Om het ziekenhuispersoneel in Gaza bij te staan, stuurt het Internationale Rode Kruis teams van medisch specialisten. De Nederlandse fysiotherapeut Guido Versloot (47), die al twaalf jaar voor de hulporganisatie werkt, arriveerde vorige week, met vijftien anderen. De komende zes weken werkt hij in een van de weinige ziekenhuizen die nog in bedrijf is: het European Gaza Hospital in Khan Younis, in het zuidoosten van Gaza.

‘Wat je verwacht aan te treffen, is een ziekenhuis met veel gewonden. Maar dit is eerder een soort vluchtelingenkamp.

‘Wij wonen zelf ook op het terrein van het ziekenhuis en als wij ’s ochtends naar het hoofdgebouw lopen, moeten we ons door een chaos van tentjes en zeilen heen wringen. De gangen van het ziekenhuis zelf liggen behalve met patiënten ook vol met families. Op het moment dat wij aankomen, wordt een beetje ruimte gemaakt, zodat we ons werk kunnen doen. Maar je moet je voorstellen dat alles vol ligt met matrassen en kooktoestellen zodra wij weer weggaan ’s avonds.’

Over de auteur
Iva Venneman is algemeen verslaggever van de Volkskrant

‘Nu is het rustig. Dat wil zeggen: het ziekenhuis en het terrein eromheen worden niet gebombardeerd, maar een paar honderd meter verderop wel. We zien het niet, omdat het terrein ommuurd is. Maar je hoort dag en nacht het geluid van bombardementen en overvliegende drones.’

‘Jawel, maar net. Het is een bestaand ziekenhuis, dus medische apparatuur is er, en levensreddende medicijnen ook. Maar verder is er tekort aan alles. Ik ben in Irak, Jemen en Oekraïne geweest, maar ik heb het nooit zo erg meegemaakt.’

‘Drinkwater hebben we nauwelijks. Verse groenten en fruit zijn niet te krijgen. Iedereen eet alleen rijst en tonijn uit blik. Spullen voor in het ziekenhuis zijn er niet, zoals desinfectiemiddel, pijnstillers, injectienaalden. Deze hulpmiddelen hebben we al in oktober besteld, maar de goederen staan nog steeds aan de andere kant van de grens. Normaal is het er zó.’

‘Wij helpen nu vooral mensen met brandwonden. Ik moet ervoor zorgen dat zij in beweging blijven, anders genezen hun wonden niet goed. Daarbij is de psychologische component lastig nu.

‘Als je zoveel pijn hebt, wil je niet bewegen. We krijgen hier vooral kinderen, omdat die het vaakst overleven als een gebouw instort. Maar die kleintjes begrijpen niet wat er aan de hand is. Ik heb nu een kind van 3, dat helemaal verbrand is en maar blijft schreeuwen: ‘Ik heb pijn, waar is mijn vader?’ En ja, die is er niet meer.’

‘Dat is heel lastig. Het is vooral een kwestie van een band opbouwen en contact maken. Als dat lukt, kijk ik of ik ze stapje voor stapje kan laten bewegen. Bij sommigen lukt dat niet. Die kijken alleen maar apathisch voor zich uit. Of: ze zwaaien en lachen wel, maar beginnen te gillen zodra je dichtbij komt.’

‘Zeker. Ik heb bijvoorbeeld deze week een jongeman van 24 behandeld, wiens kuit zwaar is verbrand. Zijn wonden zijn bijna genezen, hij liep alweer met één kruk door de gang, maar opeens zakte hij door zijn benen. Er ontstond een soort mentale kortsluiting. Hij kon het lopen niet meer opbrengen. Dan kan je dus helemaal opnieuw beginnen.’

‘In principe tot ze uitbehandeld zijn. Maar er komt een moment dat er geen ruimte meer is, en we mensen moeten wegsturen, die eigenlijk nog niet uitbehandeld zijn. Daar zitten we nu redelijk dicht tegenaan.

‘Er zijn nu geen plekken vrij op onze afdeling. Dus dan ga je zoeken wie goed genoeg is. Vorige week was er een jonge vrouw die nog maar één klein wondje had, dat ze zelf kon behandelen. Maar ze wilde niet weg. Haar huis was gebombardeerd, dus ze kon nergens heen.

‘We hebben de ziekenhuisdirecteur erbij moeten halen om een plek voor haar te vinden, en nu slaapt ze in een tentje op het terrein. Ik kom haar nog weleens tegen.’

‘Veel personeelsleden zijn zelf ook ziek. Er heerst verkoudheid en een soort griep. We werken wel met mondkapjes. Maar het begint te knellen.

‘Het vaste personeel werkt al maanden zeven dagen per week. Je merkt dat ze moe zijn, maar als je zegt: zou je niet even rustig aan doen, dan schudden ze hun hoofd. Ze willen niet nadenken over alle ellende, maar gewoon gaan, gaan, gaan.’

‘Je ziet de bekende korte lontjes en kleine foutjes al. Artsen die zomaar tegen je uitvallen, bijvoorbeeld. Maar dat is ook wel begrijpelijk.’

‘Ik red het wel. Het scheelt dat wij in periodes van zes weken werken. Dat geeft uitzicht. Dat ontbreekt voor alle anderen in Gaza. Bij eerdere conflicten waar ik ben geweest konden mensen altijd ergens naartoe vluchten. Of ze wisten dat er een bevrijdingsactie bezig was. Hier vraagt iedereen: ‘Hoelang gaat het nog duren?’ In theorie kan dat nog jaren zijn.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next