Home

Eerste Kamer in debat over beladen Spreidingswet – kan de VVD-fractie zich doof houden voor hartenkreten uit eigen kring?

Het komt wel vaker voor dat de Eerste Kamer twee dagen uittrekt voor een wetsbehandeling, maar dat gebeurt alleen als de zwaarte van het wetsvoorstel daar om vraagt. Bij de beladen Spreidingswet is dat zeker het geval. De wet moet een praktisch probleem oplossen – de nu ongelijke verdeling van de asielopvang over Nederland – en raakt aan een principieel punt: is het in dit geval legitiem dat het Rijk straks dwangmiddelen kan inzetten tegen lagere bestuurslagen?

In de Tweede Kamer werd de wet in oktober aangenomen met 81 stemmen voor en 66 tegen. De partijen die tegenstemden (PVV, VVD, BBB, FvD, JA21, SGP) hebben in de Eerste Kamer 37 zetels. Ook de leden Omtzigt en Van Haga stemden tegen, maar zij hebben geen zetel in de senaat. De Eerste Kamer telt 75 zetels.

Remco Meijer is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie en het koninklijk huis.

De voorstanders komen tot 36 zetels: GL-PvdA,CDA, D66, SP, CU, PvdD en Volt. Het lot van de wet lijkt daarmee in handen van twee senatoren die ieder één zetel bezetten: Martin van Rooijen (50Plus) en Auke van der Goot (OPNL, het platform voor provinciale partijen).

Deze beide senatoren houden de kaarten tegen de borst. Van Rooijen was voor de Volkskrant niet bereikbaar. Het afgesplitste 50Plus-lid Liane den Haan stemde in de Tweede Kamer voor de wet, maar dat hoeft geen voorspellende waarde in de senaat te hebben. Van der Goot laat weten al veelvuldig door journalisten te zijn benaderd en daarvoor alle begrip te hebben. Maar: ‘Tot het moment van de stemming geef ik geen commentaar.’ De stemming over de wet is voorzien op dinsdag 23 januari.

Een andere mogelijkheid om de wet aan een meerderheid te helpen, is dat de VVD (of enkele VVD’ers) toch voor stemmen. Sinds de val van het kabinet mag de officiële partijlijn dan zijn dat de VVD tegen de Spreidingswet is, dat geldt niet voor de demissionaire VVD’ers in de regering. Staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel en Migratie), nu demissionair, is de wet steeds blijven verdedigen en zal dat ook in de Eerste Kamer doen. Zelfs nu hij als nummer 4 op de kandidatenlijst gekozen en beëdigd is in de Tweede Kamer.

Fractievoorzitter Dilan Yesilgöz (tevens demissionair minister van Justitie en Veiligheid) probeerde vorige maand met een motie, gesteund door de andere partijen waarmee zij nu aan de formatietafel zit (PVV, NSC en BBB), de Eerste Kamer te bewegen behandeling uit te stellen. Na felle kritiek van onder meer voormalig coalitiegenoot D66 op dit ‘staatsrechtelijk vandalisme’ werd de motie afgezwakt tot de oproep om invoering van de wet voorlopig uit te stellen.

Premier Mark Rutte (VVD) liet meteen weten dat het kabinet – dus inclusief Yesilgöz – nog altijd achter het wetsvoorstel staat. In de schriftelijke antwoorden op de laatste vragenronde van de Eerste Kamer heeft het kabinet op 4 januari bovendien geschreven ook de formatie niet te zullen afwachten. ‘Indien de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt, zal het kabinet waarborgen dat het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk in werking treedt.’

De VVD is op deze manier een partij met twee zielen in een borst, want ook lokale bestuurders zien de voordelen van de Spreidingswet. Zoals de Groningse burgemeester Koen Schuiling en de VVD-burgemeesters van Oosterhout, Dronten, Cranendonck en Loon op Zand, over wie deze krant eerder berichtte. De Eerste Kamerfractie kan zich niet geheel doof houden voor zulke hartenkreten uit eigen kring.

Edith Schippers, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, zegt desgevraagd: ‘Wij hebben kritische schriftelijke vragen gesteld en ook de Raad van State heeft veel kritiek op het wetsvoorstel. Maar wij gaan open het debat in en hebben nog geen standpunt ingenomen. Dat bepalen we pas nadat we het debat hebben gevoerd.’

Van der Burg hoopt dat de wet wordt aangenomen en dat daarvan, zoals Mark Rutte dat pleegt te noemen, een ‘aankondigende werking’ uitgaat. Met andere woorden: feitelijk zal het nog een jaar duren voordat de instrumenten in de wet kunnen worden ingezet, maar de wetenschap dat er geen uitweg meer is, zou tot nu toe onwillige gemeenten aan het werk moeten zetten om opvangplaatsen te regelen.

Wel is er nog een addertje onder het gras. Ook een aangenomen wet kan door de formerende partijen ‘in de ijskast’ worden gezet. ‘Het is een enorme misser geweest dat deze wet niet controversieel is verklaard’, zegt de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert. ‘Nu zitten ze met de gebakken peren.’

Hij legt uit dat het vaker voorkomt dat in kabinetsformaties wordt afgesproken wetten te wijzigen of in te trekken. ‘Als er geen grondwettelijke plicht is een bepaalde wet te hebben, of internationale verdragen je daartoe verplichten, is dat altijd mogelijk’, aldus Bovend’Eert. Alleen is het ‘heel apart’ als dat met een splinternieuwe wet zou gebeuren. ‘Ik begrijp dat zelfs de nieuwe Wet toekomst pensioenen ter discussie staat. Dit is een tamelijk unieke fase in de Nederlandse politiek.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next