Home

Je dochters, die toch al geen zin hadden in een strandwandeling, zeggen dat je de tering kunt krijgen. Niet woordelijk, maar in houding

Je heet Boomer en je bent een kreupel paard. Je rent over het strand, maar eigenlijk is het eerder een enthousiast strompelen. Er zit een kind op je rug, een meisje. Ze gilt van plezier. ‘Kom op, Boomer’, roept ze, ‘harder!’ Je longen branden, je hapt naar adem. Een paar minuten geleden was je nog helemaal niet Boomer, het kreupele paard. Een paar minuten geleden was je een mens en struinde je opgewekt over een verlaten strand.

De harde wind heeft het zand tot een rimpelloos beige laken geblazen. Boven je scheurt een grijze hemel open en breekt de zon door. Naast je buldert de zee en slaan donkere en onstuimige golven in de branding stuk tot fris wit schuim.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Tien minuten hebben jullie gelopen. Dan bereiken jullie het eind van het strand. De rotsen en het opkomende getij maken het onmogelijk om nog verder te lopen. Je keert om, weet de wind in de rug en wijst naar een lagere rotspartij helemaal aan de andere kant van het strand. ‘Daar kunnen we vast krabben vinden’, zeg je. Maar je dochters, die toch al geen zin hadden in een strandwandeling, zeggen dat je de tering kunt krijgen. Niet woordelijk, maar in houding.

Ze zijn boven op een rots geklommen en weigeren eraf te komen. ‘Kom op’, zeg je, ‘nu hebben we wind mee.’ Ze schudden hun hoofd, klampen zich vast aan de rots. ‘Kom’, zeg je, nu strenger, ‘niet mekkeren. Lopen. Hup.’ Niets. Wanhopig draai je je om en vraag je je vrouw om hulp. Maar die is al omgekeerd en een stipje op de horizon.

Je weet dat als je er één overtuigt, de ander ook meegaat. Je belooft snoep. Je belooft warme chocolademelk. Gebak. Schermtijd. Lego Friends. Sieraden. De overwaarde van je huis. Ze blijven zitten, onbewogen. Dan logica. ‘Jullie moeten sowieso die kant op, want de auto staat daar ook.’ Niets. ‘Oké, dan niet, dan ga ik maar. Doei.’ Je loopt, tien, twintig, vijftig meter. Draait je om. Ze zitten nog precies als net. Als twee apen in een dierentuin die onverschillig naar een bezoeker staren.

De nucleaire optie. Je hinnikt, blaast lucht tussen je lippen door, gooit je hoofd omhoog en weer naar beneden. Je draait je rug naar de rots en gaat iets door je knieën. Even gebeurt er niets, maar dan springt er iemand op je. Je hinnikt weer, graaft met je voet in het zand. Nadat je een tik krijgt, begin je te rennen. Je galoppeert, huppelt, strompelt, je voeten zakken weg in het zand. Alles doet pijn, maar er is beweging.

Ooit denk je hier aan terug. Dan zal je glimlachen, verzuchten dat de tijd zo snel gaat en terugverlangen naar dit moment. Maar nu ben je Boomer, het kreupele paard dat, jawel, op zijn kont geslagen wordt.

Source: Volkskrant

Previous

Next