Het wordt tijd dat de politiek met een toekomstvisie op Nederland komt. Dat zal helpen de onvrede te bezweren.
Vandaag verschijnt het langverwachte rapport van de staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. De hoop van de geestelijk vader van de commissie, Paul Scheffer, is dat het de politiek zal dwingen een duidelijk toekomstbeeld van Nederland te schetsen. Hoeveel bevolkingsgroei is wenselijk? En hoeveel immigratie? En hoeveel huizen en voorzieningen zijn er nodig om alle Nederlanders in 2050 te kunnen herbergen? Nu ontbreekt zo’n visie, waardoor Nederland een speelbal lijkt van internationale bewegingen, wat een van de verklaringen is van het ongenoegen bij een groot deel van de bevolking.
Om deze onvrede te bezweren moet de Nederlandse politiek uitstralen dat Nederland zijn toekomst in eigen hand heeft. Populistisch rechts ziet de Europese Unie als het grootste obstakel hierbij, maar het is vooral het heilige geloof in marktwerking dat Nederland dwarszit. Sinds de paarse kabinetten van eind vorige eeuw werd de vrije markt de nieuwe haarlemmerolie, een medicijn voor elke kwaal. Dat heeft geleid tot een zwakkere overheid die op veel terreinen is veroordeeld tot een bijrol, die slechts werkeloos kan toekijken hoe private partijen de toekomst van Nederland bepalen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Wil de overheid de regie terug, dan moet ze niet alleen plannen maken, maar vooral reflecteren op haar eigen rol in de samenleving. De vrije markt blijkt vaak niet in staat om langetermijnproblemen op te lossen.
Dat wordt het pijnlijkst duidelijk bij de crisis op de woningmarkt, een andere motor onder de maatschappelijke onvrede. De overheid heeft zich de afgelopen decennia steeds meer teruggetrokken. De woningcorporaties, die bij vorige crises een belangrijke bondgenoot waren, werden afgeknepen. Jarenlang werden te weinig huizen gebouwd, waardoor Nederland nu kampt met grote tekorten, eindeloos doorstijgende huizenprijzen en een snelgroeiende ongelijkheid tussen haves en havenots.
De vrije markt schiet hier tekort. Private beleggers vragen zich niet af of alle Nederlanders wel een dak boven hun hoofd hebben, ze kijken alleen naar hun rendement. Als bouwmaterialen duur zijn en de huizenprijzen dalen, zullen ze hun investeringen uitstellen, hoe groot de tekorten ook zijn. Een overheid die het lot van haar burgers serieus neemt, neemt de volkshuisvesting weer in eigen hand.
Groot voordeel daarvan is dat ze zich ook niet meer hoeft af te vragen of private investeerders onevenredig veel verdienen aan de bouw van woningen. Gemeenten hoeven zich niet meer het hoofd te breken over hoeveel geld ze voor de grond moeten vragen om te voorkomen dat projectontwikkelaars woekerwinsten maken. Als een corporatie te veel verdient, is dat geen probleem, omdat de overwinst uiteindelijk weer terugvloeit naar Nederlandse woningen.
Ook de privatisering en liberalisering van de energiemarkt zijn grotendeels mislukt, wat eens te meer bleek toen eind vorige week bekend werd dat Tennet een lening krijgt van maar liefst 25 miljard euro. De energietransitie vergt enorme investeringen in het stroomnet. Het is blijkbaar onmogelijk om het benodigde geld uit de markt te halen.
De investeringen in duurzame energie zijn nu vooral afhankelijk van marktprijzen. Bij hoge elektriciteitsprijzen wordt veel geïnvesteerd, bij hoge grondstoffenprijzen – zoals nu – juist minder. Dat is ongewenst. Ook hier moet de overheid de regie terugnemen.
En ook hier heeft dat als bijkomend voordeel dat ze zich niet continu hoeft af te vragen of private partijen dankzij overheidssubsidies niet te veel winsten maken. Als de winsten ten goede komen aan het collectief, is het veel makkelijker om draagvlak te verwerven voor de energietransitie, voor élke transitie in wezen.
Source: Volkskrant