Zo nu en dan bekruipt me het gevoel dat ik vlak voor mijn overlijden niet aan een dierbare moet denken of aan een lang vervlogen herinnering uit mijn jeugd, maar aan alle intakegesprekken bij therapeuten die nergens op zijn uitgedraaid. Ik heb ongelooflijk veel intakegesprekken gehad bij therapeuten die nergens op zijn uitgedraaid. Ook heb ik veel gesprekken gehad die wel een vervolg kregen, waarna de therapie zelf nergens op uitdraaide.
Momenteel houd ik een zekere therapiepauze, aangezien ik met mijn huidige psycholoog in een impasse ben beland. Kort geleden gaf ze aan dat het ‘geen overbodige luxe’ zou zijn wanneer ik in analyse zou gaan, wat inhoudt dat je vijf keer per week al sprekend op een bank ligt. Toen ik haar vroeg of dit door de verzekeraar werd vergoed, zei ze: ‘Nee.’ Een korte rekensom deed inzien dat dit op ongeveer 2.000 euro per maand uitkwam. Ik merkte op dat ik dit niet kon betalen, waarna mijn therapeut, die ik tot dat moment al niet overdreven vriendelijk vond, vertelde dat dit misschien een impuls voor mij kon vormen om harder te werken.
Tobi Lakmaker is auteur. In 2021 verscheen zijn roman De geschiedenis van mijn seksualiteit.
Er zijn meer therapeuten geweest die ik heb gehaat dan die ik heb liefgehad. Toch wil het liefhebben van je therapeut niet zeggen dat de sessies vruchtbaar zullen zijn. Zo was ik korte tijd in behandeling bij een psycholoog op wie ik dol op was, een vrouw met wel veertien verschillende maten sloffen omdat het dragen van sloffen voor haar een vereiste was om de spreekkamer te betreden. Dat ontroerde me, maar ik hield het niet al te lang bij haar vol omdat ze me eigenlijk niet liet uitspreken. Ze kapte me telkens af en zei dan: ‘Dat komt door de bloem.’ Alles legde zij uit aan de hand van een bloemenanalogie en hoewel ik niets tegen het gebruik van analogieën heb, vond ik de keuze voor een bloem ondraaglijk kitscherig.
Vanwege die ondraaglijke kitscherigheid en het feit dat ze niet naar me luisterde, heb ik de therapie beëindigd. Later heb ik nog weleens vaker een therapie beëindigd omdat ik iets ondraaglijk vond, zoals een psycholoog met de naam Cobie. Wij belden elkaar zo nu en dan, en bleven vervolgens lange tijd onze naam herhalen omdat haar telefoonverbinding heel slecht was. Nu is het punt dat ik Tobi heet en dat rijmt op Cobie. Om de een of andere reden verdroeg ik dit tafereel slechter dan langdurige somberheid of bijtende paniek.
Hoe meer therapeuten je hebt gezien, hoe meer onderlinge categorieën je kunt aanbrengen. Zo heb je therapeuten die niets zeggen wanneer je binnenkomt, omdat ze geloven dat dit jou aan het praten brengt. Zelf vind ik dat veel weg hebben van het verwijderen van een voorwiel, met het idee dat dit de ander nu eens echt aan het fietsen zal zetten.
Ook weet ik uit ervaring dat er therapeuten bestaan die bij binnenkomst niet alleen niets zeggen, maar er überhaupt niet zijn. Twee maanden heb ik in therapie gezeten bij een vrouw die een praktijk aan huis had en mij eerst enige tijd alleen liet zitten in haar spreekkamer. Ik ben er nooit achter gekomen of dit voortkwam uit slordigheid of dat het opzet was. Ook haar haatte ik, en in het slechtste geval zal ik vlak voor mijn levenseinde aan die bewuste stoel denken: leeg en als vanzelfsprekend nergens op uitdraaiend.
Source: Volkskrant columns