Een andere rol, een ander mens, zeggen adepten van de sociaalpsychologische stroming situationisme. Krantenprofielen van de nieuwe Kamervoorzitter Martin Bosma stonden vol anekdotes over de verschillende versies van dezelfde man, zag Olaf Tempelman. Heeft de leider van de PVV ook meerdere rollen in zich?
Over de nieuwe Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma wordt verschillend gedacht, maar buiten kijf staat dat hij interessant is voor adepten van het idee dat situaties gedragsbepalend zijn. Als PVV-ideoloog was hij de verpersoonlijking van rancune jegens alles wat ‘links’ is. Echter, op Haagse recepties was hij juist de jovialiteit zelve, ook naar linkse collega’s die hij op sociale media had beschimpt. Wanneer hij optrad als plaatsvervangend Kamervoorzitter toonde hij juist weer een heel beheerste en neutrale kant van zichzelf. Sinds de PVV op 22 november uitgroeide tot grootste partij van Nederland vraagt menigeen zich af of de leider van die partij ook flexibel kan omspringen met verschillende rollen en ‘een premier’ in zich heeft.
Een andere situatie, een ander mens, luidt de kortste definitie van wat in de sociale psychologie ‘situationisme’ heet. De meeste mensen zijn geen wezens uit één stuk, ze hebben nogal wat verschillende kanten, afhankelijk van de situatie versterken ze stukken van zichzelf. In krantenprofielen van Bosma wemelde het de afgelopen weken van de ‘situationele’ anekdotes, maar veel dagelijkse gesprekken zijn er ook van doordrenkt. De zachtaardige man ontpopte zich als een monster toen hij de leiding kreeg, de hork bleek een gentleman in zich te hebben, op het feest zagen we een andere kant van die zogenaamd saaie collega, de notoir onhandelbare puber gedroeg zich tijdens de test onberispelijk.
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant. Van 2000 tot 2008 was hij correspondent in Oost-Europa.
Als de Kamerleden van VVD, NSC en BBB niet in situationisme geloofden, hadden ze Bosma niet in het zadel geholpen als parlementsvoorzitter. Ze gaan er namelijk van uit dat hij zijn xenofobe kant in zijn nieuwe rol niet zal etaleren.
Dat situaties politiek gedrag bepalen, wordt vaak gebruikt als argument om radicaal-linkse of -rechtse partijen regeringsverantwoordelijkheid te geven. In de oppositie is het voor politici van zulke partijen gemakkelijk om extreme dingen te roepen, maar eenmaal in een verantwoordelijke rol zouden ze ondervinden dat ze die dingen niet zomaar kunnen doen, dat de realiteit restricties oplegt, dat ze met handen en voeten gebonden zijn aan de omstandigheden. Verantwoordelijke functies creëren verantwoordelijke mensen, zo is de gedachte. Adepten van dit idee zijn meestal ook de overtuiging toegedaan dat in politieke stelsels dingen vanzelf weer terugveren naar ‘het bekende normaal’, ongeacht wie er aantreedt, een aanname die bekendstaat als de ‘normaliteitsbias’.
De huidige Italiaanse premier Giorgia Meloni won in 2022 de verkiezingen met harde rechts-populistische taal over het progressieve juk van de Europese Unie, plus Geert Wilders-achtige adhesiebetuigingen aan de sterke leider Poetin. Eenmaal aan de macht nam Meloni niet alleen in mum van tijd een pro-Europese houding aan, ze steunde ook nog eens alle maatregelen tegen Rusland.
Op het dieptepunt van de Griekse staatsschuldencrisis werden de verkiezingen in Griekenland gewonnen door het Verenigd Sociaal Front, afgekort Syriza, geleid door de voormalig communistische jeugdleider Alexis Tsipras. Syriza’s verkiezingsprogramma was radicaal-links en behelsde resoluut verzet tegen Europese schuldeisers. Eenmaal premier deed Tsipras niet alleen de meeste van zijn programmapunten ‘in de ijskast’, hij ging uiteindelijk zelfs akkoord met het Europese eisenpakket, met het argument dat het ‘de beste deal’ was die Griekenland kon krijgen.
Dezelfde man die als jongerenleider en vakbondsactivist ‘het financieel-economische systeem’ omver wilde werpen, hielp dat systeem overeind te houden toen hij er onderdeel van werd. Er waren mensen die parallellen zagen met een Nederlandse oud-premier, Wim Kok. Die bestreed als vakbondsleider in de jaren tachtig beleid dat hij vervolgens in de jaren negentig als regeringsleider verdedigde. Na zijn premierschap werd Kok zelfs commissaris bij ING. Een andere oud-vakbondsleider, Lodewijk de Waal, trad later ook aan als ING-commissaris. Over hem oordeelde menig oud-collega dat hij toen ‘een ander mens’ was geworden. In de rol van FNV-leider had De Waal geageerd tegen ‘graaien’ aan de top en gepleit voor een ‘kleptocratentaks’. In de rol van ING-commissaris zag hij het nut van het uitkeren van miljoenenbonussen juist wél in.
Wellicht de beroemdste adept van het idee dat situaties, functies en rollen gedragsbepalend zijn, is de Amerikaanse sociaal psycholoog Phil Zimbardo (1933). Zijn naam is blijvend verbonden met het vervroegd afgeblazen Stanford Prison Experiment uit 1971. Daarin liet Zimbardo aan de Stanford-universiteit een gevangenis nabouwen en deelde hij twintig studenten willekeurig in als bewakers en gevangenen. Wat bleek: degenen die bij toeval als bewakers waren aangewezen, veranderden in bullebakken die met het uur meer plezier beleefden aan het kleineren van de gevangenen. De studenten in de gevangenenrol werden juist allengs labiel, tot er weinig meer overbleef dan een apathisch groepje.
Corporale ontgroeningen in Nederland doen sterk aan het Stanford Prison Experiment denken, zij het dat toezicht op ontsporingen daar meestal nog gebrekkiger is. Het Stanford Prison Experiment werd na vijf dagen gestaakt toen Zimbardo’s verloofde Christina Maslach de proefruimte binnenliep en geschokt reageerde op ‘bewakers’ die ‘gevangenen’ zakken over hun hoofd trokken en met geketende enkels naar het toilet voerden. Zimbardo concludeerde toen dat ook zijn eigen gedrag door de situatie was ontspoord: in plaats van als observerend wetenschapper, was hij zich gaan gedragen als gevangenisdirecteur.
Later bleken er nogal wat wetenschappelijke ‘onvolkomenheden’ aan het experiment te kleven. Een van de kritieken op Zimbardo was dat hij zijn participanten onder druk had gezet zich ‘rolconform’ te gedragen. Het bullebakgedrag van de bewakers vloeide uit méér voort dan hun rol alleen.
Het valt goed te betogen dat in politieke gedragsveranderingen meestal ook méér meespeelt dan alleen een rol. Politici gaan zich doorgaans pas anders opstellen als er sprake is van dwingende omstandigheden en ze duidelijk een eigen politiek voordeel zien. Toen Alexis Tsipras aantrad als premier, balanceerde Griekenland op de rand van de financiële afgrond. Had Tsipras gekozen voor de uitvoering van zijn verkiezingsprogramma en aangestuurd op een confrontatie met de Europese Unie en een Grexit, dan had hij flink wat van zijn kiezers de afgrond in kunnen duwen en had hij zijn eigen politieke toekomst op het spel gezet.
Ook de huidige Italiaanse premier Giorgia Meloni had goede redenen om zich als premier anders te gedragen dan als partijleider en Poetin te laten vallen: de miljardensteun die Italië ontvangt komt uit Brussel en niet uit Moskou. Haar kiezers konden haar veranderde houding billijken, blijkens lof van de soort: ‘Giorgia wil voor ons geld binnenhalen.’
Situationisme en opportunisme hebben met elkaar te maken en kunnen met elkaar verstrengeld zijn, maar synoniemen zijn het geenszins. Sommige mensen waren verrast door de milieubewuste kant die oud-CDA-leider Wopke Hoekstra van zichzelf etaleerde in zijn sollicitatie als Europees commissaris voor klimaatactie. Maar anderen zagen hier dezelfde flexibele bestuurder en baantjesjager aan het werk die Hoekstra zijn hele loopbaan is geweest. Een bepaalde ‘flexibele identiteit’ is flink wat beroepsbestuurders eigen. Was het oog van Hoekstra gevallen op een statusvolle functie waarin hij het belang van fossiele brandstoffen had moeten bepleiten, dan had hij zich met evenveel verve van die taak gekweten, kun je vermoeden.
Het tegenovergestelde van situationisme heet in de sociale psychologie ‘dispositionalisme’ en behelst het idee dat iemands persoonlijkheid doorslaggevend is in de manier waarop hij een functie uitoefent. Toen Syriza in Griekenland aan de macht kwam, benoemde Tsipras de als recalcitrant bekendstaande hoogleraar economie Yanis Varoufakis tot minister van Financiën. Ministers in de Eurogroep rekenden erop dat Varoufakis zich net als Tsipras ‘staatsmanachtig’ zou opstellen. Echter: hij bleef juist expliciet de rol van tegendraads denker spelen.
Varoufakis verzuimde zich te conformeren aan Brusselse burelen. Hij voerde zelfs midden in vergaderingen lange, harde telefoongesprekken waarbij hij collega’s dwong mee te luisteren. Na een half jaar waarin de kritiek op zijn onhandelbaarheid groeide, trad hij af. Bewonderaars roemden zijn rebellie tegen ‘het systeem’, critici stelden dat zijn ego het infantiele stadium nooit was ontgroeid.
Nagenoeg hetzelfde werd later gezegd over het ego van een rechts-populistische vastgoedmagnaat op wie situationele factoren, ondanks voorspellingen van het tegendeel, geen grip leken te krijgen. Voor het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten ontbrak het niet aan commentatoren die wisten dat hij zich anders zou gaan gedragen als hij eenmaal in functie was. Eind 2016 schreef toenmalig Volkskrant-columnist Derk Jan Eppink (later flexibel in rollen voor Forum, JA21 en BBB): ‘De Trump die als een stormram door de verkiezingsstrijd ging, zal als president een andere, meer beschaafde houding aannemen.’ Eppink was bepaald niet de enige die toen blijk gaf van een al te groot vertrouwen in ‘het bekende normaal’ oftewel een ‘normaliteitsbias’.
Dat Trump als president géén ‘meer beschaafde houding’ aannam, is nochtans evengoed terug te voeren op ‘volwassen’ opportunisme als op ‘infantiele’ onbekendheid met het rollenspel. Deelnemers aan het Stanford Prison Experiment vertelden na afloop iets inzichtelijks: ze kregen van Phil Zimbardo bevestiging als ze zich in hun rol uitleefden en deden er daarom nog maar ‘een schepje bovenop’. Je kunt betogen dat radicaal-rechtse of -linkse politici die electorale successen boeken, de bevestiging dat ze ‘goed bezig zijn’ van hun kiezers krijgen.
In het verlengde daarvan ligt de hypothese dat Trump zich door de omstandigheden geenszins genoodzaakt voelde zich presidentieel te gaan gedragen. Integendeel: hij had prima door dat hij zijn succes bij kiezers juist te danken had aan zijn niet-presidentiële gedrag. Zo veel bevestiging kreeg hij in zijn rol van ‘stormram’ dat hij zijn aanhang later zelfs aanmoedigde als ‘een collectieve stormram’ het Capitool te bestormen. ‘Situationele factoren’ kunnen een systeem klaarblijkelijk net zo goed ontwrichten als beschermen.
Alle radicaal-rechtse en -linkse politici zijn anders, maar weinigen gaan ‘zomaar’ in een bestuurlijke functie ‘een meer beschaafde rol’ spelen. Een eventueel premierschap van Geert Wilders zal op die regel geen uitzondering vormen.
Behalve overeenkomsten met populistische premiers die in andere landen aantraden, vallen ook wat verschillen op. Giorgia Meloni en Alexis Tsipras droegen, ongeacht hoe je verder over hen denkt, tamelijk consequent een samenhangend gedachtengoed uit en hadden de expliciete ambitie hun landen te gaan leiden. Bij Wilders werd die ambitie nooit waargenomen. Van samenhangende ideeën was evenmin sprake: hij ontwikkelde door de jaren heen een specialisme in het scoren met losse flodders waarin hij de accenten voortdurend verlegde. In zijn begintijd lag de nadruk op het gevaar van de islam, toen er Oost-Europese arbeidsmigranten naar Nederland kwamen lanceerde hij een meldpunt voor ‘Oost-Europese overlast’, ten tijde van de Brexit zinspeelde hij op een Nexit en de herinvoering van de gulden, in de laatste verkiezingsstrijd paarde hij het afschaffen van het eigen risico in de zorg aan het stoppen van de ‘asieltsunami’.
De tijd dat er onder politici consensus bestond dat niet alles geoorloofd is om kiezers te mobiliseren, is op veel plekken in Europa voorbij. Maar Wilders ging in Nederland bijzonder ver in het oprekken van de grenzen van ‘wat je voorheen niet kon maken omdat het te laaghartig was’. De cynische definitie van democratie luidt dat verkiezingen wedstrijden zijn in wie de meeste kiezers weet op te lichten. De beste oplichter is dan degene die lager durft te gaan dan zijn concurrenten. Zo’n politicus loopt meer dan concurrenten het risico als charlatan te worden ontmaskerd, als hij zich in een andere functie ineens van een verantwoordelijke kant laat zien.
Op 22 december schreef Volkskrant-commentator Raoul du Pré, die Wilders al twintig jaar volgt: ‘Wilders is wispelturig in zijn humeur, hoogst onvoorspelbaar in zijn gedrag en bovendien een alleenheerser in eigen kring die nooit enige moeite heeft gedaan om zijn partij te verbreden. Hij duldt geen tegenspraak.’ Het is moeilijk voor te stellen dat zo iemand een overtuigende premier in zichzelf te voorschijn kan toveren, ook al is hij bereid stokpaardjes ‘in de ijskast’ te zetten.
Evengoed leven we in een tijd waarin ‘ouderwetse’ politieke wetmatigheden op losse schroeven staan. In Italië werd voorspeld dat Giorgia Meloni als premier zou mislukken omdat ze haar belofte de migratie te stoppen niet zou kunnen waarmaken. Haar migratiebeleid pakte tot nog toe nog slechter uit dan werd voorzien. Maar haar populariteit is op peil gebleven, omdat ze bij haar kiezers met de juiste presentatie de juiste snaar weet te raken. Die bezigen nu zinnetjes als ‘Giorgia doet wat ze kan’. In de VS profiteerden weinig arbeiders in verpauperde industriestaten van hun stem op Trump in 2016. Toch wist Trump zich daarna zo te presenteren dat die kiezers de indruk kregen dat ‘Don doet wat hij kan’. De toekomst zal leren of er een Nederlandse variant hiervan ontstaat, ‘Geert doet wat hij kan’.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden