Home

‘Je moet aan de gang blijven, hè’, zei hij alsof hij mijn gedachten raadde. ‘Anders word je nog veel sneller oud’

In de bouwmarkt, waar ik was geslaagd in mijn zoektocht naar een rol bubbeltjesplastic maar me daarna alsnog het schompes zocht naar een pot papier-machélijm voor de plannen van mijn oudste dochter (8), schoot een medewerker op stalen neuzen, achter in de vijftig, type betrouwbare, hardwerkende vent, me te hulp. ‘Lekker kliederen?’, vroeg hij. Ik knikte. Zelf had ik zin noch aanleg voor knutselen, maar ik wist inmiddels dat je je er maar het beste aan kon overgeven, en dat je, als je eenmaal bezig was, er zelfs lol in kon krijgen – op die manier had ik hele zondagen doorgebracht met kleurplaten en Marcel een keer een kameel zien kleien. Muziekje op, kopje thee erbij, dan kwam je een heel end.

‘Zo hebben wij thuis ook heel wat afgeknutseld’, zei de medewerker met een warme glimlach. ‘Wij hadden er ook drie. Ja, inmiddels zijn ze groot en hebben ze zelf kinderen. Vijf stuks in totaal. Je denkt dat je niet meer van kinderen kan houden dan van die van jezelf, maar dat kan dus toch. Prachtig spul. Loop maar even mee.’

Ik volgde hem naar zijpad 5, naar een schap vol lijm, kitten, rollers en patroonpersen. Halverwege stond hij stil. ‘Kijk eens’, zei hij terwijl hij door zijn knieën ging en van het onderste rek een potje behanglijm pakte. ‘Deze moet je hebben.’ Toen hij weer omhoogkwam kraakte er iets. ‘Zo hé’, lachte ik. Hij maakte een wegwerpgebaar. ‘Ja, hou maar op’, zei hij. ‘Het is de leeftijd.’

Over de auteur
Eva Hoeke is journalist en voor Volkskrant Magazine chroniqueur van het moderne leven.

Met z’n hoofd knikte hij naar het potje. ‘Hier moet het mee lukken.’

Toen we naar de kassa liepen, zei ik dat als ik één ding van het ouderschap had begrepen, het was dat de dagen soms lang duren, maar de jaren kort.

Hij: ‘Je denkt dat het altijd zo zal zijn, dat ze altijd naar je toe zullen komen rennen als je thuiskomt, maar ineens zijn ze weg en hebben ze zelf een gezin. En als je nou aan me vraagt, waar is het allemaal gebleven – geen idee. Ineens is het weg. Ik herken mezelf soms niet terug. En ik was een sterke kerel, hè? Alle dagen werken, tot 10, 11 uur ’s avonds, daarna nog naar de sportschool, of een potje bier drinken. ’s Ochtends gewoon weer 6 uur op. En nooit een zuchtje pijn, of wat dan ook. En je dacht dat het allemaal normaal was. Tot je 20ste is de dood toch de kat van je buren. Maar tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat mijn vrouw en ik om 10 uur onder de wol kruipen.’ Hij maakte een gebaar, alsof hij ook niet wist wat hem overkwam.

Prachtig, dacht ik ondertussen, de dood als kat van de buren, het leven in één zin verteld.

Ik keek even naast me. Hij had het soort massieve hoekigheid dat je vaker ziet bij dit soort mannen, jongens van de gestampte pot, groot en onverslijtbaar, met gekortwiekt haar en diepe sporen in brede nekken, die uiteindelijk alleen nog dienst zullen doen als zetels voor kleindochters. Ze bleven werken, iets minder vaak maar niet minder hard, klussend in eigen huis, bij kinderen, bij een bouwmarkt, al knapten hun knieën onder hun kont vandaan – alles beter dan thuiszitten, interen, uitwasemen. ‘Je moet aan de gang blijven, hè’, zei hij alsof hij mijn gedachten raadde. ‘Anders word je nog veel sneller oud.’

Ik dacht nog even aan de bouwmarktmedewerker toen ik later die middag met mijn klauwen in een bak lijm aan de keukentafel zat, radio aan, thee op tafel, mijn glunderende dochter ernaast, het leven in één zin verteld.

Source: Volkskrant

Previous

Next