Home

Jaap Cohen, biograaf van Theo van Gogh: ‘Soms dacht ik: hou eens op, man, wat schiet je nou op met al die beledigingen?’

Van de duizenden brieven die Theo van Gogh in de 47 jaar dat hij leefde, schreef aan een onmetelijke kring van vrienden, bekenden en vijanden, een citaat uit een brief aan Connie Palmen: ‘Lieverd, ik vind ’t heerlijk je te schrijven. Op mijn manier kan ik alleen ‘intiem’ zijn als ik je schrijf; er moet één plek zijn waar ik niet lieg.’ Hij placht te ondertekenen met ‘Dag lieve meid, een dikke kus van de bolle Gogh’.

Palmen antwoordde: ‘Lief Raadsel, blijf mij in godsnaam van die onbeschofte beeldschone brieven schrijven, liefst met veel lieverd, schat, mijn engel en overig zoetgevooisds.’ Historicus Jaap Cohen, van wie vandaag de biografie De bolle Gogh verschijnt, spreekt op zijn Amsterdamse kantoor, omgeven door zijn ‘Theo-spullen’ over ‘lange, vertederende, troostende brieven’ – het was juli 1995, haar grote liefde Ischa Meijer was nog maar een half jaar dood en Palmen had zich teruggetrokken in een huis in Bretagne, ‘verweesd’, zoals Cohen haar toestand aanduidt.

Dan komt er een wending in de correspondentie, niet ineens, maar sluipend. De toon in de brieven van Van Gogh wordt zonder herkenbare aanleiding belerend, kritiserend en ten slotte ronduit beledigend: ‘Ik geloof dat Connie Palmen ’t beste af is met een opgewekte hielelikker’, schrijft hij haar. ‘Iemand die jij de baas bent, die voor je in het stof buigt vanwege die hooggeleerde boeken.’ Het draait uit op: ‘Kleine prinses, ik ben zeer op je gesteld (…). Maar bespaar me je Enkhuizer Almanak van levenswijsheidjes; die zijn voor je (petje af) 150.000 lezers.’

Palmen weet zich ‘geen raad’ met de salvo’s aan venijn, ze wordt er ‘panisch’ van en zal in een van haar antwoordbrieven de spijker op de kop slaan: ‘Nog voordat ik je ontmoette heb ik mij afgevraagd waarom jij met een ongekende drift naar vijanden verlangt en ze vervolgens zelf schept. Het kan niet alleen je weerzin zijn tegen huichelarij en leugens. Soms dacht ik dat je erop uit was om vermoord te worden. (…) Misschien moet je het jezelf wat moeilijker maken, of niet, engel?’

Vlammende correspondentie is het, waarover Jaap Cohen noteert: ‘Omdat de brieven vol staan met openhartige beschrijvingen van herinneringen, belevenissen en fantasieën bieden ze een unieke inkijk in Theo’s gemoedstoestand. Ze tonen de twee uitersten van zijn persoonlijkheid – de empathische, gevoelige en charmante versus de manipulatieve, kwetsende en meedogenloze kant – in hun puurste vorm.’

‘Dat deed zich voor in zijn omgang met Fatima Elatik, een Amsterdamse moslima die eind jaren negentig, op haar 24ste, in de gemeenteraad kwam. Theo is helemaal losgegaan op haar, hij heeft haar jarenlang achtervolgd met brieven, hij plaatste intimiderende advertenties in de krant, hij vernederde haar in tal van columns.

‘Uiteindelijk komt het tot een min of meer toevallige ontmoeting in café Desmet in Amsterdam. Ze kijken elkaar in de ogen en dan is het alsof al die achtervolgingen wegvallen. Later zal ze erover zeggen: ‘Ik dacht: je bent eigenlijk een lief gozertje, een gekwetst jongetje dat niet gehoord wordt.’ In tien minuten is een lange periode van verwijten en verwensingen zomaar verdwenen. Dat was óók een gave van Theo. Was er persoonlijk contact, dan kon hij al zijn haat achter zich laten en tegenstanders voor zich innemen.’

‘Zeker, het is de rode draad in mijn verhaal. Uiteindelijk vraag je je af: hoe kunnen zoveel haat en zoveel empathie in één persoon verenigd zijn? Hoe wordt iemand zo? De biografie is niet uit bewondering, maar uit verwondering geschreven. Ik hoop dat het als een eerlijk boek wordt gezien.

‘Over die zachtheid gesproken: vrouwen voelden zich echt door hem gehoord. Theo had in zijn leven veel en veel totaal verschillende vrouwen. Ik geloof niet dat het hem om de seks ging. Theo sprak zelf van hunkeren. Met zijn taal kon hij sowieso bijna iedereen veroveren. Ik heb mensen gesproken die mij verzekerden dat Theo van Gogh binnen een kwartier na de eerste kennismaking degene was die hen het beste kende op de hele wereld. Hij zocht meteen de kern, vooral in zijn tv-interviews. Daarin toonde hij zich ontwapenend, complimenteus, belezen en betrokken. Ik denk dat hij de beste tv-interviewer was van zijn generatie.’

Over de auteur
Jan Tromp is journalist en schrijver (De achterkant van Nederland, Wantrouwen in de wandelgangen). Voor de Volkskrant recenseert hij boeken over politiek en openbaar bestuur.

Jaap Cohen (43) is een vriendelijke man met een ernstig gezicht. Hij lijkt op zijn vader, de oud-burgemeester van Amsterdam, Job Cohen. Bijna 700 bladzijden omvat zijn biografie over de filmmaker, scenarioschrijver, columnist en programmamaker die in 2004 op brute wijze werd vermoord. De dwingende hand van het toeval wil dat Cohen op een paar honderd meter woont van de Linnaeusstraat, waar Mohammed Bouyeri op de vroege ochtend van 2 november Theo van Gogh van zijn fiets schoot en hem ritueel slachtte met een kromzwaard en een fileermes. Het was twee maanden nadat Van Gogh met de anti-islamitische publiciste en politica Ayaan Hirsi Ali de film Submission had gemaakt, over knechting van vrouwen uit naam van de Koran. Cohen vertelt dat hij erlangs fietst als hij zijn kinderen naar school brengt, langs de gedoemde plek voor de avondwinkel, doorgaans rond het tijdstip van de aanslag, tien over half negen. De huivering blijft.

Over de toedracht van de moord en wat het deed met het land van traditie en tolerantie gaat De bolle Gogh niet. Jaap Cohen schreef een klassieke studie naar het leven van Theo van Gogh (1957-2004), in al zijn onstuimigheid, van geboorte in een welgesteld Wassenaars milieu tot vroege dood in de artistieke inner circle van Amsterdam.

Aanvankelijk een outcast, promoveerde Van Gogh in de jaren negentig tot zuivere BN’er. Hij werd tot zijn eigen vreugde opgenomen in de culturele elite van de hoofdstad. Maar hij bleef trouw aan het uniform van de vrijgevochtene: T-shirt, afgetrapte spijkerbroek en bretels over een enorme pens, waarvan de omvang door zijn vriend Max Pam een keer is vastgesteld op 1 meter 52. Er is een foto uit 1991, Theo is gast op een oudejaarsfeest thuis bij beeldend kunstenaar Jeroen Henneman. Behalve de gastheer zien we Adriaan van Dis, Jan Mulder en Remco Campert. En Theo, vooraan op de bank, ‘vrolijk en vet’, zoals Van Dis vaststelde.

Jaap Cohen deed bijna zeven jaar over zijn boek. Hij voerde zo’n 150 gesprekken, zag honderden interviews terug, met Van Gogh in de rol van interviewer en geïnterviewde, en kreeg twintig verhuisdozen in de schoot geworpen, het persoonlijk archief van zijn protagonist. Een ongeordende bende was het aan knipsels, banden, agenda’s, telefoonlijsten, aantekeningen en brieven. Een goudmijn. ‘Opeens zit je te grasduinen in de meest intieme geschriften en kattebelletjes en spullen van iemand die je daarvoor alleen maar kende van televisie.’

Veel mensen met wie Theo van Gogh ruzie had gemaakt, zorgvuldig onderhouden vetes, voelden zich niet in één keer geroepen Cohen vooruit te helpen in zijn onderzoek. Of ze nog brieven hadden van Theo. Nou, nee. Ja, er waren wel brieven geweest, maar die waren in de kelder terechtgekomen en zoals dat gaat met kelders, de kelder was onder water komen te staan. Cohen: ‘Meerdere keren waren meerdere kelders onder water gelopen. Ik vermoed dat het een standaardreactie is voor mensen die aarzeling voelen. Uiteindelijk mocht ik toch langskomen en na anderhalf uur praten klonk het opeens: ‘Misschien heb ik nog iets liggen.’ Kreeg ik een vuistdikke stapel brieven mee.’

‘Hij heeft haar obsceen beledigd, echt schunnig. Theo was vervuld van de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar op 4 mei bezocht hij op de Eerebegraafplaats bij Overveen het graf van zijn oom, Theo van Gogh, verzetsman in de oorlog en gefusilleerd. Ja, ik heb nagedacht over de vraag of ik de aangewezen auteur was, maar ik wilde begrijpen hoe die oorlog hem zo in bezit had kunnen nemen. De volgende vraag zal waarschijnlijk zijn of dan niet de uitlatingen van Theo over mijn vader…’

‘Ik snap de opgetrokken wenkbrauwen. Ergens las ik: het is net alsof de zoon van Himmler de biografie van Anne Frank schrijft. Creatief gevonden, dacht ik nog. Maar ik vond die smerige uitlatingen niet voldoende reden om ervan af te zien. Natuurlijk ben ik de zoon van mijn vader, maar ik ben ook Jaap Cohen, historicus en hevig geïnteresseerd in de verbinding tussen geschiedenis en actualiteit. Dan is Theo van Gogh een schitterende hoofdpersoon.’

‘Hij zag aan mij dat ik het graag wilde. ‘Dan moet je het vooral doen’, zei hij. Ik vond het geweldig om aan het boek te werken. Steeds weer nieuwe brieven, steeds weer andere lagen, het was een schitterende zoektocht. Theo bleef me tot het einde toe intrigeren. Soms dacht ik: Theo, hou eens op, man. Altijd maar dat beledigende woord geitenneukers als het over moslims gaat. Dan riep ik tegen mijn scherm: Theo, wat schiet je daar nou mee op?’

‘Ik geloof wel dat hij daar oprecht in was. Hij was bang dat vrije westerse waarden zoals het recht om te spotten, om religies te bespotten, onder druk van de islam ter discussie kwamen te staan. Voor Theo van Gogh was de vrijheid om te mogen beledigen een essentieel aspect van de vrijheid van meningsuiting. Al in de jaren tachtig zei hij: ik mag zeggen wat ik denk. Het werd een mantra. Bolkestein bewonderde hij en de Goddelijke Kale, Pim Fortuyn, vond hij geweldig. Die werd zijn echte grote held.’

‘In elk geval was het een hyperbool, een overdrijving.’

‘Dat is precies de tragiek. Theo sprak een andere taal. Hij koesterde de vrije taal van de jaren zestig. Het was de taal van Monty Python, van de VPRO-shows waarin bespotten cultuurgoed was. Toen Bouyeri zijn wapen trok, reageerde Theo met: ‘Maar we kunnen er toch over praten?’ Het waren zijn laatste woorden en uitgerekend die laatste woorden maakten duidelijk dat hij het niet begrepen had. Er viel niet te praten. Bouyeri en hij spraken weliswaar grammaticaal hetzelfde Nederlands, maar het waren twee totaal verschillende talen.’

‘Er waren volop signalen, vooral in het laatste jaar. Hij schreef een brief aan zijn buren: ‘Ik stel voor dat jullie op mijn kosten gewapend glas doen aanleggen in de ramen waarachter de kinderen slapen.’ Ik heb een paar citaten van hem gevonden waar je de rillingen van krijgt. ‘Ik zal op straat sterven’, heeft hij bijvoorbeeld gezegd.’

‘Ik denk dat hij aanvoelde dat hij gevaar liep. De beste manier om eraan te ontkomen was om het weg te wuiven. Voortdurend praatte hij zichzelf aan dat hij de dorpsgek was: ik sta in het telefoonboek met mijn adres, ik rijd openlijk op de fiets door de stad. Pak me maar. In zijn laatste interview heeft hij gezegd: ‘Ik geloof in mijn eigen arrogantie.’ Het was zijn vlucht naar voren.’

‘Hij was een raadselachtige persoonlijkheid. Dan is het interessant een schoolrapport tegen te komen waarin zijn onderwijzeres een klein portret schetst, met daarin de woorden ‘enorm minderwaardigheidscomplex’. Ik ga niet psychologiseren, maar ik draag wel de elementen aan waardoor er verbanden ontstaan. Ik denk dat ik dichterbij ben gekomen.’

‘Voor mij wel. Hij joeg zichzelf op; vier, vijf uur slapen was genoeg. Hij had de tijd nodig, hij was altijd op zoek naar intens contact. In de vorm van vernietiging of vriendschap. Beide was goed. En beide vormen werden gevoed door eenzaamheid.’

Jaap Cohen (1980) is historicus en schrijver. Hij promoveerde in 2015 cum laude op De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira. Het is een uitbundig geprezen studie over vier eeuwen geschiedenis van de Portugees-Joodse familie D’Oliveira. Van 2009 tot 2016 werkte Cohen bij het Niod als onderzoeker. Sinds 2021 is hij lid van de Restitutiecommissie, die verzoeken beoordeelt over teruggave van nazi-roofkunst.

Jaap Cohen: De bolle Gogh. Querido; 691 pagina’s; € 34,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next