Home

Regeringscommissaris Arre Zuurmond: ‘De Nederlandse overheid bestaat uit allemaal eilandjes’

Het wantrouwen in de overheid is een groot probleem, maar de oplossing is misschien niet eens zo heel erg moeilijk, zegt regeringscommissaris Arre Zuurmond: breng de informatiehuishouding op orde. Nu is het een zooitje. ‘Houd toch op met mailen!’

Je kunt praten over een rechtvaardig systeem, zegt Arre Zuurmond, maar mensen moeten het ook ervaren. ‘En ze ervaren het niet als ze anderhalf jaar op een wachtlijst staan, als hun kind vijf jaar thuis moet blijven wonen omdat er geen woning beschikbaar is, of als ze de energielasten niet kunnen betalen.’

Dus hebben mensen die niet meer in de praatjes van de politiek geloven – hij kan er weinig anders van maken – een punt. En bij álle grote problemen van dit moment, waarvan er steeds meer crisisachtige proporties aannemen, ziet hij een constante: de gegevens die nodig zijn voor deugdelijk beleid zijn een zooitje.

Zuurmond, die net zijn termijn van twee jaar als regeringscommissaris Informatiehuishouding met een half jaar heeft verlengd, geeft het voorbeeld van de 190 euro energietoeslag die iedereen eind 2022 kreeg. Geroemd als succes, want een eenvoudige, uitvoerbare maatregel. Niet door hem: ‘We hebben in Nederland de informatiehuishouding niet zo op orde dat we kunnen identificeren wie het geld echt nodig heeft en we het direct aan die mensen kunnen overmaken. Na enig steggelen gaan we dan alle Nederlanders, tot multimiljonairs aan toe, 190 euro geven. Als onze informatie op orde was geweest, hadden we dat bedrag over 40 procent van de bevolking kunnen verdelen, waardoor zij ieder 400 euro hadden ontvangen. Maar dat kunnen we niet.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos.

‘Zo’n toeslag lijkt rechtsgelijkheid, maar dat is het helemaal niet. Rechtsgelijkheid betekent dat mensen die gelijk zijn, gelijk behandeld moeten worden. Maar naarmate ze ongelijk zijn, moeten ze ongelijk behandeld worden. Mensen die zien dat de overheid dit niet doet, keren zich tegen die overheid.’

Een ogenschijnlijk droge, abstracte term als ‘informatiehuishouding’ heeft concrete en ingrijpende gevolgen, wil hij maar zeggen. ‘Als de overheid beleid wil maken, is een aantal dingen nodig: bevoegdheden, geld en personeel. Deze drie zaken zijn goed geregeld. Maar sinds de jaren zeventig is een vierde instrument nodig: automatisering, of digitalisering, zoals we het zijn gaan noemen. Dit middel is niet te sturen door de overheid, want we hebben het uitbesteed aan de vrije markt.’

De overheid koopt ontwikkeling en onderhoud van software in bij bedrijven, weet zelf vaak niet goed wat daarin omgaat en de grote afhankelijkheid van die bedrijven zit het nodige beleid in de weg. ‘Terwijl informatiehuishouding voor de overheid is wat de mise-en-place is voor een kok. Wanneer je gaat koken voor een grotere groep, moet je alle benodigdheden klaar hebben staan. Zo moet je ook informatie klaar hebben staan voor de professional die ermee moet werken.

‘De voorbeelden zijn soms pijnlijk. Als wij in 2021 ontdekken dat er 1.150 kinderen uit huis zijn geplaatst in gezinnen die getroffen zijn door het toeslagenschandaal, en het idee is dat deze kinderen vaker uit huis worden geplaatst dan in andere groepen, dan wil je weten of dat door de stress komt die het wangedrag van de overheid heeft veroorzaakt. En je wilt dat eventueel ongedaan maken.

‘In zo’n geval kost het ons meer dan een jaar om te discussiëren over het samenbrengen van de informatie die we nodig hebben om die kinderen te identificeren. Zoiets wil je meteen doen, de dag nadat je erachter bent gekomen.’

Zuurmond geeft nog een pijnlijk voorbeeld, uit zijn periode als Ombudsman in Amsterdam, van 2013 tot 2021. ‘Een man belde mij. Zijn auto stond achter slot en grendel in Friesland, terwijl hij parkeerboetes kreeg uit Amsterdam. Nu is het bekend dat criminelen gestolen auto’s gebruiken en er kentekens van andere voertuigen op zetten. In dit geval was de auto met het kenteken van de man in Friesland vijf keer beboet, waarvan twee keer vlak bij het huis van advocaat Derk Wiersum, in de maand voorafgaand aan diens moord. Dat nepkenteken is vermoedelijk gebruikt bij de voorbereiding. Wiersum zal zijn geobserveerd. Maar dat zou pas later blijken. Want de gemeente had van de man uit Friesland een signaal gekregen dat dit een gestolen voertuig kon zijn, maar had dat bureaucratisch behandeld. Het bezwaar was afgewezen zonder de politie te informeren.’

Dat is niet alleen de schuld van die ene ambtenaar. Die krijgt de opdracht om zo snel mogelijk bezwaren af te handelen, legt Zuurmond uit. ‘Wat ik beschrijf’, zegt hij, ‘is het verschil tussen een verkokerde bureaucratie zoals wij die hebben en moderne organisaties die zich afvragen: welke problemen moeten er worden opgelost, wat is daarvoor nodig en wie zetten we daarbij in? In zo’n moderne organisatie hebben de verschillende onderdelen als vanzelfsprekend contact met elkaar, bijvoorbeeld over zo’n kenteken.’

‘Nee, en dat maakt het nog schrijnender. De overheid, zeg ik altijd, heeft een afdeling ‘halen’ en een afdeling ‘betalen’. De afdeling ‘halen’, die geld van burgers incasseert, is beter op orde. Zie onze vooringevulde belastingaangifte, waarbij de overheid ervoor heeft gezorgd dat onze verzekerings-, bank- en werkgeversgegevens allemaal up-to-date verzameld zijn. Jij hoeft alleen nog maar ‘oké’ te zeggen. Daar wordt helemaal geen probleem met privacy gezien. Het is ook best innovatief.

‘Dan heb je de afdeling ‘betalen’, waar de overheid geld of rechten aan burgers moet leveren. Dáár zegt de overheid: ja, het is wel een beetje moeilijk, hè? En innovaties lukken ons niet zo. En het mag ook niet van de privacyregels.’

‘Maar voor het innen van belasting wordt ons loonbriefje elke maand naar de Belastingdienst gestuurd. Meer dan een miljard gegevens per jaar. Dat wordt dan geen privacyschending genoemd, omdat er een juridische grondslag voor is. Ik zou zeggen: het is een gelegaliseerde privacyschending. Zo’n grondslag kun je ook creëren als de burger iets van de overheid nodig heeft, in plaats van andersom.’

Zuurmond was al met pensioen toen hij het profiel van regeringscommissaris toegestuurd kreeg met het verzoek om erop te solliciteren. ‘Na een week werd ik gebeld: hé, je solliciteert niet. Ik zei: nee, natuurlijk niet, waarom zou ik terugkomen voor een opdracht zonder enige ambitie?

‘De aanvankelijke vraag was of ik de informatiehuishouding van de rijksoverheid op orde kon brengen. Maar dat is niet alleen daar nodig, maar in het hele publieke domein: gemeenten, dienstverleners, ziekenhuizen, scholen, woningcorporaties.

‘En die eerste vraag ging slechts over het ordenen en kunnen terugvinden van documenten. Omdat documenten belangrijk zijn op de vierkante kilometer in Den Haag’, aldus Zuurmond. Dat is erg ingegeven door wat er is gebeurd met het memo-Palmen, vertelt hij. In dat advies uit 2017 waarschuwde toenmalig ambtenaar bij de Belastingdienst Sandra Palmen, tegenwoordig NSC-Kamerlid, al heel precies voor wat bekend zou worden als het toeslagenschandaal. Ondanks ettelijke verzoeken om informatie van de Tweede Kamer en journalisten zou het cruciale stuk pas in 2020 bekend worden via een parlementaire ondervragingscommissie. Mistig bleef in hoeverre de ambtelijke en politieke top de inhoud van het stuk kenden – ze verklaarden onder ede van niet.

In de podcastserie Stuurloos zoekt Volkskrant-journalist Kustaw Bessems een antwoord op de vraag hoe wij Nederlanders een beter bestuur kunnen krijgen. Het gelijknamige boek wordt verwacht in mei, en is nu al te bestellen via dasmag.nl/stuurloos

Zuurmond: ‘Natuurlijk is een goed systeem voor zulke documenten heel belangrijk, zodat de Kamer goed wordt ingelicht. Maar ze zijn slechts een klein deel van alle informatie die de overheid beter moet organiseren om haar taken te kunnen vervullen. Veel belangrijker zijn de gegevens die ze bij DUO, het CJIB, de Belastingdienst en het UWV nodig hebben in hun dagelijkse werk en voor het contact met burgers. Dat kun je juist ook duidelijk maken aan de hand van de kinderopvangtoeslagaffaire. Want die begon al in 2006, toen het fout ging in de uitvoering en dat had met een heel ander informatieprobleem te maken.

‘De overheid vroeg destijds aan mensen met een relatief laag inkomen, mensen die de toeslagen nodig hadden: wat denkt u te gaan verdienen? Hoe lager die mensen hun inkomen inschatten, des te meer toeslag zouden ze krijgen. Die mensen konden liegen of zich vergissen. Ik noem dat een vorm van uitlokking.

‘Terwijl diezelfde overheid één deurtje verder, via de inkomstenbelasting, zelf over relevante gegevens had kunnen beschikken. Dat kreeg de overheid niet voor elkaar. In plaats daarvan ging zij drie jaar later controleren of wat die burgers hadden gezegd wel overeenkwam met wat de overheid zelf had kunnen weten. En zo niet, dan zei de overheid: u bent fraudeur. Als dit in het begin goed was geregeld, hadden we, denk ik, in 80 tot 90 procent van de gevallen kunnen voorkomen dat er geld werd teruggeëist van ouders.

‘De uitvoerende organisaties kijken nu ook te veel omhoog: wat wil de baas, wat wil de minister? Want daar worden ze op afgerekend. Die gemeenteambtenaar die niets doet met de informatie over een gestolen auto, moet genoeg bezwaarschriftjes per dag afhandelen. Zo bestaat de Nederlandse overheid uit allemaal eilandjes en informatie stroomt niet tussen die eilandjes. Vooral bij complexe opgaven zoals stikstof of woningbouw is dat wel nodig.’

‘Ik vind van wel. Er wordt een begin gemaakt met de werkomgeving voor de toekomst. Als er nu een Woo-verzoek (Wet open overheid, red.) wordt gedaan, doen ministeries daar gemiddeld 160 dagen over. Ze halen de norm van 42 dagen absoluut niet. Duik je in die departementen, dan kom je veel hardwerkende mensen tegen, maar ze werken met heel oude spullen. Ze gebruiken e-mailprogramma Outlook, wat echt oud is. Ze slaan documenten op harde schijven op, wat geen enkele moderne organisatie nog doet. Als vergaderstuk sturen ze dan een bijlage in Outlook naar het secretariaat. Als de baas dat goed wil kunnen lezen, gebruikt hij een app op zijn tablet. Maar daarmee kan hij niet in de documenten schrijven, dus daar gebruikt hij weer een andere app voor.

‘Vervolgens zeggen we: je moet al die mailtjes goed archiveren en als er een Woo-verzoek binnenkomt, moet je al die mailtjes doorpluizen. Nee, houd toch op met mailen! E-mail is per ongeluk in de jaren tachtig geïntroduceerd zonder na te denken. Moderne mensen moeten niet willen mailen, maar op een platform samenwerken met professionals uit verschillende disciplines. Daar deel je documenten en daar kun je ze dus ook heel makkelijk vinden als er een Woo-verzoek komt. Zo’n platform zal er komen.’

‘Jonge mensen willen niet meer zo werken. Maar je hebt gelijk, er zit ook een cultuurkant aan. Bureaucratische culturen kiezen voor bureaucratische informatiesystemen. Andersom werkt het ook zo. In de gemeente Hollands Kroon zeiden ze: we stoppen met een declaratiesysteem op basis van wantrouwen. Daar hoeft geen akkoord meer op declaraties te worden gegeven. Ze doen vijftig steekproeven per jaar op 500 declaraties en mocht blijken dat er iets niet in orde is, dan voeren ze daar een gesprek over. Dat gaat goed.’

‘Ik pleit voor een Professional Bevrijdingsfront. We hebben nu veel stafafdelingen, die op ict- en digitaliseringsgebied vaak meer te zeggen hebben dan de uitvoerende professional zelf. Of dat nu een verpleegkundige, een leerkracht of een politieagent is. Die stafafdelingen bevredigen hun controlebehoefte door extra eisen te stellen aan de ict, waardoor de professional steeds meer klem is geraakt.

‘We moeten leren de professional weer te vertrouwen in zijn relatie met de burger en ons de vraag stellen: hebben wij er alles aan gedaan om hem te laten excelleren in die relatie? Politieagenten besteden nu de helft van hun tijd aan administratie. Dan zijn ze niet bezig in de wijk, ze zijn stafafdelingen van informatie aan het voorzien omdat die stafafdelingen zo graag controleren. Moet je je voorstellen dat je daar 20 procent van af kunt snoepen. Dan praat je over tienduizend agenten die weer de straat op kunnen.’

‘Toen mijn broer buiten bewustzijn op de ic lag, werd ik tot drie keer toe gebeld met de vraag wat zijn medicijnen zijn. De laatste keer drie dagen na dato. Ik denk ten eerste: help, hij heeft drie dagen niet de goede medicijnen gekregen. Maar ik denk ook: die arme professionals moeten de goede dingen doen aan het bed en dat kunnen ze niet. Die moeten terug naar een kantoortje lopen en een familielid bellen. Dat is die mise-en-place die niet op orde is. Het kan niet anders of dit leidt tot fouten, waar ook doden door vallen.

‘De overheid raakt zo bovendien goede mensen kwijt. Ik ken een briljante jongen die bij justitie werkte maar na drie maanden weg is gegaan, omdat hij elke dag de neiging had om zijn computer uit het raam te flikkeren van 23 hoog. Hij moest met zulke ouderwetse spullen werken en in een ouderwetse cultuur. Jongeren willen dat niet, daar maak ik me zorgen over.’

Zuurmond heeft een Informatiewet geschreven, die de normen regelt waaraan informatiehuishouding moet voldoen. Dat hij langer blijft, is om invoering van die wet dichterbij te brengen. En hij bepleit een minister van Digitalisering met doorzettingsmacht. Een positie vergelijkbaar met die van Financiën. ‘Een ministerie dat alle andere ministeries op het vestje kan spugen als dat nodig is.

‘We hebben ook net als België een comité nodig waar praktijkmensen naartoe kunnen om te zeggen: om mijn werk goed te kunnen doen, moeten we deze informatie delen en dat mag nu niet van de wet. Zo’n comité kan dan al toestemming geven, ook al duurt het langer om de wet te veranderen. Want, let wel: in Nederland moeten we dan vaak twee wetten aanpassen: één die op de versturende partij slaat, en één waar de ontvangende partij onder valt. Dan ben je vijf tot zeven jaar verder.’

‘Anders moet je het beleid überhaupt niet maken. Als we zeggen dat 65-plussers recht hebben op een uitkering, moeten we zorgen dat we al die mensen vinden en het geld aan ze geven. Ik vind het ook goed om dat niet te doen. Maar zeggen: we gaan wel een wet maken, maar niet zorgen dat we die ook kunnen uitvoeren, dat vind ik zo ondemocratisch. Want dan worden in de praktijk vooral dingen uitgevoerd als dat de macht goed uitkomt.’

‘De beste remedie is grote openbaarheid, zodat journalisten, belangengroepen en burgers tegenmacht kunnen bieden. En ja, voor als er ooit echt foute krachten aan de macht komen, heb je een noodknop nodig om gegevens te kunnen vernietigen. Maar ook dat gaat digitaal een stuk makkelijker, kan ik je vertellen. En uiteindelijk geloof ik dat het wantrouwen dat groeit door een slecht georganiseerde overheid de grootste bedreiging is voor de democratische rechtstaat.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next