Een biograaf maakt soms wonderlijke dingen mee. Na afloop van een lezing over Menno ter Braak voor een Rotterdams Rotarygezelschap stapte onlangs een man op me af. Zijn broer, vertelde de man, had iets bijzonders op zolder staan: het sterfbed van Menno ter Braak.
Het sterfbed van Menno ter Braak, hoe opmerkelijk, maar ook hoe beladen en bizar! De zelfdoding van deze gezaghebbende schrijver en criticus op de avond van de Nederlandse capitulatie op 14 mei 1940 gold voor veel kenners als het nulpunt van de Nederlandse literatuur van die periode. Onze cultuur was een anker kwijt, zo was het gevoelen.
Mijn gedachten schoten in een split second alle kanten op. Bijvoorbeeld naar legendarische sterfbedden, zoals Rembrandts ets Het sterfbed van Maria, of het sterfbed van Goethe (met de beroemde laatste woorden ‘Mehr Licht’), trouwens geen bed, maar een leunstoel. Of van de filosoof Nietzsche, wiens beroemde sterfbed onder het DDR-regime naar het grofvuil ging met uitzondering van de gesneden houten bekroning, momenteel te bewonderen in een tentoonstelling te Weimar.
Ook doorliep ik razendsnel mijn geheugen of er zoiets bestaat als een cultuurgeschiedenis, of een kleine filosofie van het sterfbed. Want een sterfbed is toch veel méér dan het materiële object alleen. Het is ook de fase van sterven van de persoon in kwestie, is ook nog de betrokkenheid van de mensen eromheen (‘aan het sterfbed staan’) en is bovendien de meebeleving ervan in de sociale en culturele omgeving.
Ik checkte snel wat aanvullende gegevens van de informant en besloot de zaak uit te spitten. Gaandeweg het onderzoek werd duidelijk dat het bed inderdaad een cruciale betekenis moet hebben vervuld bij het heengaan van Menno ter Braak. Er kwamen foto’s van het object in kwestie tevoorschijn: een laag eenpersoonsledikant van hout, met een metalen spiraal, vervaardigd door de firma Holtkamp uit Deventer, gespecialiseerd in bedden voor de gezondheidszorg. De oorspronkelijke matras ontbreekt en heeft de tand des tijds kennelijk niet doorstaan.
Maar wacht even, Ter Braak stierf toch in het echtelijke bed van zijn broer Wim, een neuroloog-psychiater die hem door de zelfdoding heen had geholpen, als ik mijn ruim twee decennia geleden verschenen biografie mag geloven? Hoe zat ’t ook weer?
In hun woning in de Haagse Vogelwijk vernamen Menno ter Braak, 38 jaar oud, en zijn vrouw Antje op de avond van 14 mei via de radio over de capitulatie van het Nederlandse leger. Ter Braak had reden zich dit nieuws bijzonder aan te trekken. Sinds de machtsovername van Hitler in 1933 had hij als geëngageerd schrijver herhaaldelijk gewaarschuwd tegen de destructieve ideologie van het nazisme, onder andere in zijn brochure Het nationaalsocialisme als rancuneleer. Het geschrift is recentelijk herdrukt en in verscheidene vertalingen verschenen. Ook was Ter Braak een van de drijvende krachten achter het in 1936 opgerichte ‘Comité van Waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische Intellectuelen’.
Bewust had hij in de maanden voorafgaand aan de dreigende Duitse inval afgezien van een vertrek naar veiliger oorden omdat het hem, strijder met de pen, als ‘deserteren’ voorkwam. Nu het onheil zich had voltrokken, wist hij wat hem te doen stond. Met zijn echtgenote sprong hij op de fiets en begaf zich, met een korte tussenstop om op straat enkele vrienden vaarwel te zeggen, in een rit van een kwartier naar zijn broer Wim en diens vrouw Mineke, een halfzuster van Antje, op het adres Statenplein 3B.
In de praktijkkamer van de woning nam hij de gelegenheid met Antje alleen te zijn. Zij vond het ineens zo unheimlich dat ze hem verzocht mee naar huis terug te keren, wat hij gedecideerd afwees – en hij stelde haar voor samen met hem uit het leven te stappen. Dat kon zij niet: leven doe je samen, meende ze, maar doodgaan doe je alleen. Hij schreef een afscheidsbriefje voor haar, om daarop de kamer te verlaten. Door zijn uitspraak dat hij als een polemist had geleefd ‘en als een polemist zal ik sterven’, kon Antje vrede vinden met zijn besluit.
Wat nu volgt, zal nooit tot in de kleinste finesses worden opgeklaard. Zeker is dat de medicus Wim ter Braak een actieve rol heeft vervuld bij de levensbeëindiging van zijn anderhalf jaar oudere broer Menno, vermoedelijk door het toedienen van een injectie gecombineerd met slaapmiddelen of gifcapsules. Waar dit in huis precies gebeurde, blijft enigszins in het ongewisse, Wim ter Braak heeft de toedracht altijd als een geheim bewaard. Wel hebben Antje en haar zuster mij indertijd verzekerd dat het stoffelijk overschot van Menno zich de volgende ochtend in de slaapkamer op het echtelijke bed van Wim en Mineke bevond. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij op dit bed ook het leven gelaten.
Hoe valt dit te combineren met het onlangs opgespoorde, laagpotige eenpersoonsbed dat met zijn verstelbare rugsteun de indruk wekt van een bijna antiek rustbed, zoals weleer gebruikt op de veranda van een herstellingsoord? Desgevraagd verklaart nu de dramaturg Krijn ter Braak, zoon van Wim, het bed te herkennen: met een Engels groene linnen bekleding stond het als een divan in het werkvertrek van zijn vader. Via verschillende, duidelijk traceerbare stappen is het ledikant, telkens weer met het denkbeeldige etiket van ‘sterfbed van Menno ter Braak’, uit de inboedel van Wim terechtgekomen bij de huidige eigenaar, die er zijn gehele studententijd tot zijn artsexamen in 1981 op heeft geslapen. Nu staat het bij hem op zolder in Breda.
Wat maakt een bed een sterfbed? In de ochtend van 15 mei 1940 werd het lichaam van Menno ter Braak overgebracht naar een bed in de kleine wachtkamer aan de voorzijde van het huis, eveneens op de eerste verdieping. Dat moet ergens na negen uur zijn gebeurd, door Wim samen met een door hem opgeroepen, bevriende huisarts. Het was ook deze arts die als eerste een lijkschouwing uitvoerde en als doodsoorzaak vaststelde: ‘Suicidium.’ In dit kabinet konden enkele in allerijl gewaarschuwde intimi vervolgens afscheid van Menno nemen.
Maar de ‘verhuizing’ van de echtelijke slaapkamer naar het wachtkamertje was ook wenselijk, zo niet noodzakelijk geweest om de indruk weg te nemen dat er door de actieve bemoeienis van Wim ter Braak een misdrijf in het spel was: het sterfbed als afleidingsmanoeuvre.
In het politierapport van dit niet-natuurlijke overlijden lezen we dat Menno ter Braak bij zijn broer ‘logeerde’ en op 14 mei ‘gewoon naar bed’ was gegaan, waarna Wim hem de volgende ochtend om negen uur dood heeft ‘gevonden’. Dit zelfmoordscenario zou meteen zijn doorgeprikt als Menno op het bed had gelegen waarin Wim zelf de nacht had doorgebracht. Het politierapport bevestigt dat er ‘geen misdrijf’ in het spel was, al blijft er een vreemd gevoel hangen omdat van de term ‘zelfmoord’ in de marge het tweede woorddeel met een andere pen is onderstreept: ‘zelfmoord’.
Zonder de pretentie dat de puzzel helemaal compleet wordt, is het zeer aannemelijk dat het ledikant dienst heeft gedaan als het object waarop het stoffelijk overschot van Menno ter Braak vanaf de ochtend van 15 mei 1940 in een voorkamertje lag opgebaard en waaromheen vrienden een laatste groet aan hem brachten, totdat een uitvaartbezorger ’s middags om drieën nogmaals de dood constateerde en het lijk in een kist liet verplaatsen. De begrafenis vond in de ochtend van 18 mei in besloten kring plaats op Oud Eik en Duinen in Den Haag.
De huidige eigenaar van het bed geeft me te kennen dat het gratis kan worden afgehaald, ‘anders gaat het naar de kringloop’. Wie o wie behoedt het Nederlandse erfgoed voor die afgang?
De biografie van Menno ter Braak door cultuurhistoricus Léon Hanssen verscheen in twee delen bij uitgeverij Balans (2000-2001) en is integraal te lezen op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden