Na drie dagen formatiegesprekken houden PVV, VVD, NSC en BBB elkaar nog altijd stevig vast. In de komende weken moet blijken of Wilders voldoende vertrouwen van de andere partijleiders krijgt om een stabiel landsbestuur te vormen. Of hij daarin slaagt ligt allerminst vast.
Landgoed De Zwaluwenberg mag inmiddels gerekend worden tot een van de vaste attributen die een informateur uit zijn trukendoos kan trekken. Vanuit de chique Hilversumse villa werd deze eeuw al driemaal eerder met succes een formatie richting de eindstreep getrokken.
Ver weg van de Haagse hectiek en de hagen van journalisten hoopte informateur Ronald Plasterk deze week verkiezingswinnaar Geert Wilders (PVV) en zijn beoogde samenwerkingspartners Dilan Yesilgöz (VVD), Pieter Omtzigt (NSC) en Caroline van der Plas (BBB) een stapje dichter bij elkaar te brengen.
Over de auteur
Natalie Righton is politiek verslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft sinds 2013 over de Nederlandse politiek. Daarvoor was zij correspondent in Afghanistan. Righton won meerdere journalistieke prijzen. Avinash Bhikhie is politiek verslaggever voor de Volkskrant. Hij schrijft sinds 2014 over de nationale politiek.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Over de inhoud van de gesprekken lieten de partijleiders donderdag na afloop geen woord los. Wel liet Plasterk weten dat de vier partijleiders in ‘goede sfeer’ met elkaar hebben gesproken en dat zij aankomende dinsdag de draad weer oppakken.
Of Plasterk intussen al een stevig fundament voor een toekomstige rechtse coalitie heeft weten neer te leggen is allerminst zeker. De onderhandelaars en hun secondanten hebben dan wel de kans gekregen elkaar beter te leren kennen, maar de principiële zorgen zijn er volgens ingewijden nog steeds.
Het grootste obstakel voor een gezamenlijk landsbestuur ligt nog altijd als een rotsblok op tafel: zal de rechtsstaat bij Wilders in goede handen zijn?
Als teken van goede wil trok de PVV-leider op maandag drie omstreden wetsvoorstellen in die indruisen tegen de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs en het recht op een eerlijk proces. In de voorstellen, die overigens al jaren kansloos lagen te verstoffen op de plank, stond onder meer dat Wilders moskeeën, de Koran en islamitische scholen wilde verbieden. Met zijn geste hoopte Wilders vooral aan Omtzigt duidelijk te maken dat hij het meende toen hij eerder zei dat hij omstreden PVV-voorstellen ‘in de ijskast’ wil zetten.
Van der Plas sprak direct van ‘een mooie stap voorwaarts’, die zij vindt passen bij de belofte die Wilders na de verkiezingswinst deed: de PVV-leider zou ‘ver willen gaan’ om een rechts kabinet mogelijk te maken, ook als dat betekent dat hij enkele van zijn anti-islamstandpunten – die hij naar eigen zeggen tot het dna van zijn partij rekent – moet afzwakken.
Het is nog de vraag of het voor NSC genoeg is om Omtzigts drie pagina’s tellende, zeer principiële brief van eind november met kritiekpunten op de PVV te doen vergeten. Wilders’ gebaar om zijn wetsvoorstellen uit 2017, 2018 en 2019 in te trekken is bij de NSC-fractie weliswaar goed gevallen, maar neemt niet de verwondering weg dat de PVV-leider kennelijk jaren nodig had om in te zien dat hij iets heeft voorgesteld dat in strijd is met de rechtsstaat.
Er zijn bovendien wel meer PVV-voorstellen en uitlatingen waarover NSC grondwettelijke zorgen heeft. In de brief waar Wilders de voorstellen intrekt, maakt hij niet duidelijk hoe hij ineens tot dit nieuwe rechtsstatelijke inzicht is gekomen. Bij NSC zullen ze er dan ook nog niet zeker van zijn of Wilders op dit punt te vertrouwen is.
Tegelijkertijd zit Omtzigt nog steeds aan de onderhandelingstafel, net als Yesilgöz, terwijl zij beiden sinds de verkiezingen voortdurend bezwaren hebben geuit tegen een samenwerking met Wilders. Kennelijk ervaren zij voldoende raakvlakken om de gesprekken volgende week dinsdag voort te zetten.
Voor informateur Plasterk is dat winst. Op het landgoed wist hij de vier partijleiders niet alleen om de tafel te krijgen voor gesprekken over de waarborgen van de Grondwet; hij wist hen ook te verleiden om alvast te proeven aan beleidsthema’s als migratie en financiën, in de hoop dat de onderhandelaars erachter komen dat zij het inhoudelijk misschien wel snel met elkaar eens kunnen worden.
Tot wat voor regeringsvorm dat uiteindelijk moet leiden blijft hoogst ongewis. Feit is dat er twee partijen aan tafel zitten (NSC en VVD) die zeggen niet met de PVV in een kabinet te stappen. Ze willen een kabinet-Wilders hooguit gedogen.
De belangrijkste vraag voor de komende weken is daarom of Wilders zijn beoogde partners Omtzigt, Yesilgöz en Van der Plas ervan kan overtuigen dat hij, ondanks alle bezwaren, een stabiel kabinet op het bordes kan krijgen. En dat hij zijn fractie vol nieuwelingen in het gareel kan houden om de rechtsstaat niet alleen in daden, maar ook in woorden te respecteren.
Begin februari moet Plasterk verslag uitbrengen aan de Tweede Kamer over de vorderingen. Zelfs als het Wilders lukt om de rest van deze maand in goede sfeer door te komen, blijft de vertrouwenskwestie als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hangen.
Vooral bij NSC is de kans aanwezig dat Omtzigt of een van diens fractiegenoten alsnog gewetensbezwaren of twijfels krijgt. Het eindresultaat van deze formatieronde – wel of niet in een rechts kabinet stappen met Wilders – ligt daarmee nog lang niet vast.
Source: Volkskrant