Burgemeester Ahmed Aboutaleb Op zijn vijftiende kwam Ahmed Aboutaleb (62) naar Nederland. Aanpassen en dankbaar zijn, was zijn devies. Bij jongeren met een migratie-achtergrond valt dat minder goed.
In de eerste jaren van zijn burgemeesterschap tekende burgemeester Ahmed Aboutaleb graag een snelweg op het schoolbord. Kijk, zei hij dan tegen de leerlingen, een eerste of tweede klas op een middelbare school met veel kinderen met migratieachtergrond. Deze snelweg is Nederland. Dan tekende hij rechts een invoegstrook. Wij voegen in, zei hij dan. Je moet goed kijken, niet te hard rijden en dan zorgen dat je zonder problemen met de stroom meegaat.
Vijftien jaar lang is Ahmed Aboutaleb nu burgemeester van Rotterdam, deze week kondigde hij zijn vertrek aan. Dit najaar zal hij stoppen. Geboren in Marokko, op zijn vijftiende kwam hij naar Nederland, voegde hij perfect in op de snelweg die Nederland heet en werd hij uiteindelijk burgemeester voor alle Rotterdammers. Tenminste, zo ziet hij dat zelf graag. Maar heeft hij wel altijd met de stroom meegereden? En wat vonden de Rotterdammers er zelf van?
Docent Halil Karaaslan (35) die de anekdote van de snelweg vertelde, heeft gemengde gevoelens over Aboutaleb. Hij ziet de burgemeester als een vader met wie je af en toe clasht, die misschien niet cool is maar voor wie je ook veel respect hebt. „Het is wel je vader.” Hij stond achter in de klas toen Aboutaleb de snelweg tekende en dacht aan wat híj zijn leerlingen leerde als jonge docent maatschappijleer: ‘jullie hebben dezelfde rechten, plichten en kansen als iedereen’.
Rotterdammers met migratieachtergrond van Karaslans generatie en jonger vinden dat van invoegen op de snelweg hopeloos ouderwets. Zij rijden juist op de linkerbaan. Halen in. Krijgen af en toe een boete. Ze vinden Ahmed Aboutaleb een typische eerste generatiemigrant, zegt Karaaslan. Een man die zich zo veel mogelijk wil aanpassen aan het migratieland en dankbaar is voor de kansen die hij krijgt.
Vooral in de eerste jaren van zijn burgemeesterschap was dat zijn boodschap. Wie zich niet aanpast, rot maar op. Hij zei het na de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs in 2011. En ook al eerder, na de moord op cineast Theo van Gogh in Amsterdam in 2004 – hij was toen wethouder in Amsterdam.
Nederlanders met een migratie-achtergrond voelen zich soms door hem in een hoek gezet als hij hen rechtstreeks aanspreekt. Bijvoorbeeld toen hij zei dat „de moslimgemeenschap” afstand moest nemen van islamitisch extremisme. Wat hebben zij daarmee te maken? En die keer dat hij de Turkse gemeenschap aansprak op hun rol bij heftige protesten toen een Turkse minister in Nederland arriveerde die wist dat ze niet welkom was. Aboutaleb liet haar met met een zwaarbewapend arrestatieteam uitzetten. Witte Rotterdammers konden die stevige acties juist zeer waarderen.
Jan Struijs, oud-voorzitter van de Nederlandse Politiebond, ziet vooral dat hij streng is voor iedereen die buiten de lijntjes van de wet kleurde, ongeacht achtergrond. „Veiligheid staat bij hem op nummer 1.” Niet gek in een stad als Rotterdam, die toen hij als burgemeester aantrad nog bovenaan lijstjes stond waar je niet op wil staan.
Onder zijn leiding groeide Rotterdam uit tot een stad met ‘patsercontroles’, waarbij bestuurders van dure auto’s aan de kant worden gezet en gecontroleerd, experimenteel cameratoezicht en stadsmariniers. Hij wérd een law-and-order man, zegt politiechef Frank Paauw die negen jaar nauw met hem samenwerkte. Aboutaleb was nét burgemeester toen hij in de zomer van 2009 geconfronteerd werd met heftige rellen op een strandfeest Sunset Grooves in Hoek van Holland. Mensen gingen met elkaar op de vuist, vielen de politie aan. Agenten zagen zich genoodzaakt te schieten. De 19-jarige Robby van der Leeden kwam om. Dat was Aboutalebs vuurdoop. Paauw, die kort na de rellen aantrad in Rotterdam: „Sindsdien stond hij op het gebied van veiligheid altijd aan. Ik heb hem eigenlijk nooit zien verslappen.”
Veiligheid komt dus eerst bij Aboutaleb, daarna misschien gezelligheid. Als het gaat om overlast van de horeca, dan gaf hij de mensen die klagen een groot podium, zegt horeca-ondernemer en voormalig voorzitter van de Koninklijke Horeca Nederland Robèr Willemsen. „En als zijn dienstauto langsreed, dan hadden we een half uur later handhaving op bezoek om terrasafmetingen te bekijken.” Dat dacht hij in ieder geval.
Aboutaleb snapt niet dat horeca ook leuk kan zijn, zegt hij. Het moet ook het Hoek van Holland-trauma van Aboutaleb zijn geweest, denkt Willemsen. Ook Thys Boer van stichting N8W8 Rotterdam, een adviesraad voor beter nachtleven, begint over die strandrellen als vormende gebeurtenis voor Aboutaleb. Sinds zijn aantreden in 2009 zijn veel kroegen en clubs verdwenen, zegt Boer. En Aboutaleb was er ook niet toen de sector het zwaar had, vindt hij. Tijdens corona, bijvoorbeeld. „Hij was er niet nieuwsgierig naar en had weinig begrip voor de culturele functie van clubs. Het nachtleven is veel meer dan een biertje over de bar.”
Ook Gabriel Gomes Barros (24) vindt de stad die Aboutaleb achterlaat niet zo gezellig, zegt hij. Samen met de burgemeester reisde hij naar Edinburgh voor een conferentie. Gomes Barros was daar als lid van de Rotterdamse jongerenraad. „Dan zie je dat hij best populair is. Iedereen wil met hem op de foto.” Respectvol, charismatisch en geïnteresseerd, zo typeert Barros de burgemeester.
Wel heeft Barros het gevoel dat Aboutaleb na vijftien jaar wat verhard is. Hij was het met name oneens met de burgemeester als hij beslissingen nam als hoofd van de driehoek (burgemeester, korpschef, hoofdofficier van justitie). Gomes Barros was bij het woonprotest op de Erasmusbrug in 2021, waar de driehoek besloot hard in te grijpen en het protest uit elkaar te slaan. En bij de racistische appjes in appgroepen van de politie vond hij dat burgemeester Aboutaleb juist niet streng genoeg was voor de politie.
Als je in zijn wijk, Rotterdam-West, mensen vraagt of ze de politie vertrouwen, dan hoor je vaker ‘nee’ dan ‘ja’. Mensen zijn achterdochtig, zegt Gomes Barros. Jongens van kleur vragen zich altijd af waarom ze aan de kant worden gezet, waarom ze worden aangesproken. „Als je dan niet doorpakt bij die appgroepen, bevestig je bij die achterdochtige mensen het idee dat de politie racistisch zou zijn.”
Ook de Feyenoordsupporters waren niet kapot van hem, zegt Kees Lau van de supportersvereniging. „Hij is niet volks. Ik denk dat hij niet veel met voetbal heeft. Hij heeft niets met de sociale kant ervan en niets met de sportieve kant. Hij zag het als een veiligheidskwestie.”
Maar Cor de Geus, voorzitter van de speeltuin in Hillesluis, zegt: „ik ga die vent missen”. Hij hoopt wel dat Aboutalebs opvolger meer oog heeft voor het welzijn van jongeren en minder bang is voor de overlast die ze eventueel veroorzaken. De Geus heeft altijd gepleit voor buurthuizen. Als hij Aboutaleb zag, begon hij erover. Bijna elke buurtvergadering die Aboutaleb bijwoonde, zeker de eerste jaren. Hij zag die clubhuizen sluiten, en zag jongeren met hun „ziel onder hun arm” op straat rondzwerven.
Aboutaleb begon dan altijd over alcohol. Hij is bang dat het luidruchtig wordt, dat de jongeren gaan drinken en dronken worden, zegt De Geus. En dan kon je op je kop gaan staan, zegt de man uit Hillesluis, of op de tafel springen, er veranderde niets aan zijn mening. „Gistermiddag vonden we vijfentwintig flessen lachgas in de wijk.” Ja dát is lekker gezond zeker, denkt De Geus dan.
Voor Aboutaleb begon aan zijn derde ambtstermijn beloofde hij beter te luisteren en soepeler kritiek te incasseren. Maar nog steeds kan de burgemeester intimiderend zijn in de raad, zeker als hij het gevoel heeft persoonlijk aangevallen te worden. Leefbaar raadslid Ingrid Coenradie, denkt dat hij niet altijd beseft wat voor een effect het heeft op anderen als hij als burgemeester iets zegt of mailt. „Hij vindt het dan lastig om te zeggen: ‘Oh, niet zo handig, volgende keer doe ik dat weer anders’.”
En toch, Rotterdammers vinden het juist weer wél redelijk makkelijk om de burgemeester aan te spreken. Korpschef Paauw zegt wat ook veel Rotterdammers zeggen: Aboutaleb blijft niet in het stadhuis maar trekt de wijken in. Na ernstige gebeurtenissen zoals recentelijk toen een student een moeder, haar dochter en een huisarts doodschoot, was Aboutaleb er om te praten met verdrietige en geschokte buurtbewoners, legde hij zijn arm om schouders en deelde hij knuffels uit.
En vaak spreekt hij ‘zomaar’ met buurtbewoners om te horen wat er leeft, wat ze van hun wijk vinden, wat knelpunten en ergernissen zijn. Dat wordt enorm gewaardeerd.
Toen de sportschool van Paul van Dorst, voorzitter van de LHBTI+-fanclub de Roze Kameraden, werd beklad met homofobe leuzen en er brand werd gesticht, omdat mensen het niet eens waren met de oprichting van de LHBTI+-supportersclub, belde Aboutaleb hem vanaf zijn vakantieadres. Dat vond Van Dorst heel fijn.
De burgemeester schuwt het niet om mensen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, zegt Paauw. Hij vertelt over een bijeenkomst in de Afrikaanderwijk, die uitliep. Om acht uur ’s avonds liepen er kinderen rond. Paauw: „Dan zegt hij: van wie zijn die kinderen? Mevrouw, meneer, zijn die kinderen van u? Ze moeten naar huis en naar bed. Als dit is wat ze leren, dan hangen ze straks ’s avonds buiten en vallen mensen lastig. Voed ze op!”
Cor de Geus herinnert zich een wandeling met Aboutaleb. De burgemeester zag vuilnis in een voortuin liggen. „Hij belde gewoon aan. ‘Joh, dat kan toch niet’, zei hij dan.” En het gekke is, iedereen accepteerde het van hem, zegt De Geus.
Hij heeft hier taart staan snijden, zegt Amina Hussen, die met haar project Krachtvrouwen in het Oude Westen vrouwen steunt die in armoede leven of met andere problemen kampen. Aboutaleb heeft oog voor wat hij zelf noemt ‘stille krachten’. Mensen die zonder al te veel poeha anderen helpen. „Ik voel me gezien”, zegt ze. Aboutaleb vindt ze toegankelijk en menselijk. „Als ik hier een vrouw heb die in een heel lastige situatie zit die ik niet zelf kan oplossen dan mail ik de burgemeester. Bijna altijd reageert hij zelf en heel snel.”
Ook in het college van burgemeester en wethouders sprak hij collega’s aan op hun verantwoordelijkheid. Demissionair minister van Binnenlandse Zaken Hugo de Jonge (CDA) was zevenenhalf jaar wethouder in Rotterdam. Aboutaleb kan streng zijn, zegt hij, hij heeft een rechte rug. Maar ook een heel groot hart. En hij laat niets op zijn beloop. „Ik was verantwoordelijk voor dak- en thuislozen als zorgwethouder. Als hij een dakloze tegenkwam waarvan hij het gevoel had: dat gaat niet goed, dan hing hij aan de lijn.”
Source: NRC