Ik blijf maar nadenken over de veelbesproken biografie van Ischa Meijer Alles gaat op vroeger terug (Annet Mooij, 2023). Ik las hem al vóór er heibel van kwam, tussen Annet Mooij en Connie Palmen.
Tot mijn stijgende verbazing kwam er maar geen eind aan de rij vrouwen die Ischa Meijer indertijd (soms bijna letterlijk) versleet. Hij charmeerde ze allemaal het bed of zelfs het huwelijk in, maar verloor vervolgens zijn belangstelling, begon het voormalige object van zijn liefde te treiteren en mishandelen, en vertrok weer, soms met achterlating van zijn halve inboedel en/of een kind, op weg naar een volgend slachtoffer.
Ja, het is moeilijk om al die vrouwen anders te zien dan als slachtoffers. Mooij schrijft er dit over: ‘Wat vrouwen in progressieve, artistieke en journalistieke kringen in de jaren zeventig en tachtig van mannen verdroegen, daar sta je terugblikkend vaak versteld van.’
Inderdaad. Ook uit mijn eigen jeugd in ‘progressieve, artistieke kringen’ herinner ik me louter voetvegen van vrouwen, die hun zuipende, schuinsmarcherende mannen de uitgeputte hand boven het hoofd blijven houden tot de onvermijdelijke scheiding aan toe, en vaak zelfs nog daarna.
Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elk weekeinde een boek dat haar is opgevallen.
Zeg Connie, ouwe jokkebrok, dacht ik tijdens het lezen. Want Connie Palmen, in deze biografie slechts een van de velen in die deprimerende reeks vrouwen, had zich, in haar ‘aangrijpende liefdesroman’ en ‘wervelende road novel’ I.M. toch nadrukkelijk gepresenteerd als Ischa’s enige echte grote liefde. Hoe zat dat?
‘Een niet mis te verstane claim’, aldus Mooij. ‘I.M. (…) wist in de beeldvorming Ischa en Connie voorgoed aan elkaar te koppelen. Ischa werd door dit boek van Connie meer dan hij bij leven ooit geweest was.’
Touché! Meer dan hij bij leven ooit geweest was, niet alleen wat betreft zijn rol in Connies bestaan, of haar rol in het zijne, maar ook wat betreft zijn kwaliteiten als schrijver, interviewer en als mens. De vage hekel die ik altijd al aan Ischa Meijer had, met zijn hufterige manier van interviewen en zijn semi-diepzinnige Dikke Man-columns, werd door deze biografie alleen maar bevestigd. Onbegrijpelijk, hoe dit bescheiden getalenteerde enfant terrible werd geprezen, ja, bijna heilig verklaard in, niet toevallig, weer diezelfde ‘progressieve, artistieke kringen’.
Daar was uiteraard ook zijn schrijnende verleden debet aan. ‘Een wrange jeugdherinnering bewaar ik aan die akelige dame die mij ooit eens vroeg: ‘En baasje, waar ben jij met je mammie en je pappie geweest in de oorlog?’ Waarop ik antwoordde ‘In Belsen, mevrouw.’ Waarop zij in lachen uitbarstte, op haar in de arm getatoeëerde Auschwitznummer wees, en uitriep: Belsen, laat me niet lachen. Kóékjes eten zal je bedoelen.’
‘Hij maakte van zijn slachtofferschap zijn broodwinning, daar deed hij zelf niet geheimzinnig over’, aldus Mooij. Of, om Meijers zus Mirjam te citeren: ‘Mijn broer was oorlogsslachtoffer. Zeker. Maar hij was het graag.’ Harde woorden, maar ook verfrissend, zo’n goed, zorgvuldig opgeschreven levensverhaal waarin veel wordt verklaard, maar niks wordt vergoelijkt.
Connie Palmen dacht er anders over en noemde het boek ‘regelrecht een Judasbiografie’. Mooij heeft volgens haar ‘gefaald’, ‘slaagt er niet in om compassie en ontroering te voelen’ en heeft het als ‘lesbische vrouw’ ‘natuurlijk ontzettend lekker gevonden om al die vrouwen te gaan opzoeken met wie Ischa het gedaan heeft’.
Ach ja. Palmen is een kind van haar tijd, en ook van die perfide ‘artistieke, progressieve kringen’ waarin vrouwen hun eigenwaarde ontleenden aan de status van de man(nen) in hun leven. Palmen heeft zich met I.M. Ischa Meijer toegeëigend, en hij wordt haar nu ‘afgepakt’. Haar woede is begrijpelijk, maar ook een beetje zielig, en vooral erg ongeëmancipeerd.
Source: Volkskrant