Landen die voor het Internationaal Gerechtshof verschijnen, mogen zelf ook een rechter naar voren schuiven. In de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen, koos Israël voor Aharon Barak (87), een Holocaust-overlevende én criticus van premier Netanyahu.
Aharon Barak was 8 jaar oud en heette nog Erik Brick toen hij in een zak met Duitse uniforms op een paardenkar uit het getto van de Litouwse stad Kaunas werd gesmokkeld. Daarin had zijn moeder hem verstopt. Het was maart 1944, en Duitse SS’ers hadden net tijdens een tweedaagse razzia duizenden Joodse kinderen opgepakt en vermoord. Hij werd naar een boerenfamilie buiten de stad gebracht, die hem liet onderduiken in de één meter brede spouw tussen twee muren. Zo overleefde Barak de Holocaust.
Die persoonlijke geschiedenis zal waarschijnlijk een zware symbolische rol spelen in het oordeel dat Barak nu moet vellen over wat zijn eigen landgenoten doen tijdens de oorlog in de Gazastrook, na de Hamas-aanval van 7 oktober. Grote vraag: komt ook dít neer op genocide?
Over de auteur
Michael Persson is verslaggever en commentator van de Volkskrant. Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs de Tegel.
De doorgewinterde jurist Barak is door Israël naar voren geschoven om namens de gedaagde zitting te nemen in het team van rechters van het Internationaal Gerechtshof, dat zich over die vraag buigt. Ook Zuid-Afrika, dat de zaak heeft aangespannen, levert een rechter, waardoor het totaal op zeventien komt. Donderdag en vrijdag voeren juristen van beide partijen in Den Haag het woord, waarna de rechters zich de komende maanden of misschien wel jaren over de kwestie zullen buigen.
De 87-jarige Barak lijkt een verrassende keus van de hard-rechtse regering-Netanyahu. Hij is de ultieme personificatie van de rechterlijke macht die de afgelopen decennia de macht van de Israëlische regering enigszins binnen de perken heeft weten te houden. Als rechter (vanaf 1978) en later opperrechter (van 1995 tot zijn afscheid in 2006) leidde hij het Israëlische Hooggerechtshof een ‘activistische’ fase in, waarbij het tientallen door de regering voorgestelde wetten verwierp of afzwakte.
Daarbij draaide het vaak om gelijke rechten, onder meer voor Palestijnen en lhbti’ers. Barak verruimde de toegankelijkheid van het Hof: vrijwel iedereen kan er met zijn grieven aankloppen. Roemruchte uitspraken zetten een streep door een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever, beperkten het ‘recht’ om te martelen, en vergden aanpassingen aan de grensmuur tussen Israël en de Palestijnse gebieden.
Met zijn grondwettelijke opvattingen streken hij en zijn collega’s conservatief-religieus Israël zo tegen de haren in, dat Netanyahu uiteindelijk een wet invoerde die de macht van het Hooggerechtshof moest inperken. Maar ook die wet werd twee weken geleden door het Hof verworpen.
Toch, schrijven juristen, is Barak lang niet zo activistisch als hij wordt afgeschilderd. De muur mocht met wat omwegen gewoon worden gebouwd, kolonisten kunnen nog steeds grotendeels hun gang gaan en als het ‘noodzakelijk’ is, is martelen nog steeds toegestaan. ‘Het beeld dat het Hof écht Israëlische regeringen aan banden heeft gelegd klopt niet’, constateert bijvoorbeeld Israël-expert Dov Waxman van de Universiteit van Californië, op website The Conversation.
Op Barak past niet makkelijk een politiek etiket. In 1982 was hij lid van de commissie die de toenmalig minister van Defensie Ariel Sharon tot aftreden maande na het bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon, aangericht door christelijke milities, waarbij Israël niet ingreep. Maar toen het Internationaal Gerechtshof in 2004 moest oordelen over de muur die Sharon - inmiddels premier - liet bouwen, riep deze de juridische hulp van Barak in bij de verdediging ervan.
Ook bij de huidige oorlog in de Gazastrook staat Barak aan de kant van de regering. ‘Het kan best proportioneel zijn om vijf onschuldige kinderen te doden als je eigenlijk hun leider in het vizier hebt’, zei hij in november tegen de Canadese krant The Globe and Mail. Ook het afsluiten van de brandstoftoevoer is in zijn ogen een gerechtvaardigd middel. De terreuraanval van Hamas herinnerde hem aan zijn eigen beproevingen in 1944, zei hij. ‘Het was zelfs erger.’
Daarmee brengt hij persoonlijk de ervaring van de Holocaust mee naar Den Haag, en hoe de verschrikkingen van toen het Israëlische idee van gerechtigheid stutten. Zelfs als een meerderheid van de rechters straks oordeelt dat Israël zich nu zelf schuldig maakt aan genocide, kan Baraks eventuele minderheidsstandpunt ook een ‘verhaal’ bieden waarmee Israël zich tegen dat oordeel kan verzetten.
Source: Volkskrant