Het land besturen is niet zomaar een baantje. De demissionaire status is nou juist bedacht om te voorkomen dat de natie na het aftreden van een kabinet opeens zonder leiding zit.
Over twee weken op de agenda van de Tweede Kamer: de behandeling van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, de grootste kostenpost van het demissionaire kabinet. Over die begroting is lang gewikt en gewogen en vervolgens onderhandeld door Ernst Kuipers. Maar die heeft opeens een andere baan gevonden, dus hij zal haar niet verdedigen. Dat moet worden gedaan door iemand die dat nu waarschijnlijk nog niet eens weet. Iemand dus, die zich de hele materie nog eigen moet maken. Een diepgaand, principieel politiek debat zal dat niet worden.
Hij doet er geheimzinnig over, dus het is nog even de vraag voor welke lokroep Kuipers is bezweken. Zeker is wel dat de oud-minister aansluit in een bedenkelijk rijtje. In 2017 baarde staatssecretaris Martijn van Dam nog enig opzien toen hij in demissionaire status opeens vertrok naar het omroepbestuur. In 2021 volgden Stientje van Veldhoven en Cora van Nieuwenhuizen, die leukere dingen wisten te bedenken dan demissionair ‘op de winkel passen’. In de huidige ronde zijn het er al vier: Wopke Hoekstra, Sigrid Kaag en Gunay Uslu gingen Kuipers voor.
In elk individueel geval gelden verzachtende omstandigheden. Hoekstra hielp het kabinet bij het vervullen van een belangrijke vacature in Brussel, Kaag hoopt goed werk te kunnen doen in Gaza, Uslu moest haar familiebedrijf redden. Daar komt nog bij dat de demissionaire status voor ambitieuze mensen een gruwel is: je mag bijna niks meer, vrijwel alle plannen moeten in de ijskast. En dan is er in dit geval ook nog een nieuwe Kamer aangetreden die heel weinig opheeft met het vertrekkende kabinet. De speelruimte is dus zeer beperkt. De formaties worden bovendien steeds langer. Voordat je het weet zit je een jaar op je handen.
Toch is het zaak deze trend snel te keren. Het land besturen is niet zomaar een baantje. De demissionaire status is nou juist bedacht om te voorkomen dat de natie na het aftreden van een kabinet opeens zonder leiding zit. Ook in verkiezingsjaren moeten begrotingen worden gemaakt, moeten internationale contacten worden onderhouden, is af en toe een snelle bestuurlijke reactie nodig op actuele maatschappelijke gebeurtenissen.
Door de razendsnel wisselende voorkeuren van de kiezers en het harde klimaat op het Binnenhof is de politiek van zichzelf al vluchtig genoeg geworden, ook zonder bewindslieden die overal treinen zien langskomen die ze niet willen missen. De Tweede Kamer wordt bij elke verkiezing tegenwoordig voor zowat de helft vernieuwd.
Regels daartegen zijn moeilijk te maken zonder allerlei andere complicaties. Maar het zou al veel schelen als de volgende formateur het al zijn kandidaten even duidelijk onder de neus wrijft: je tekent voor een héle kabinetsperiode, tot het aantreden van een nieuw kabinet. Misschien dat je ambtstermijn daarna niet meteen aansluit op een nieuwe baan, maar daar is een uitstekende wachtgeldregeling voor ontworpen. Wie toch eerder een nieuwe baan wil, moet heel goede redenen aanvoeren. En dus zeker niet, zoals Ernst Kuipers, als een dief in de nacht vertrekken en zelfs z’n eigen departement in verwarring achterlaten.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant