Home

Het probleem is het alfabet. De scholen zijn er vanaf gestapt en ik begrijp dat wel. Ik word gek van het alfabet

Schoma, zoals ik de oma van mijn vriendin Jet mag noemen, en waar ik dankbaar gebruik van maak, ik bel haar wel eens op, zonder reden, en zeg: ‘Dag schoma... waarvoor ik bel... wacht... zo net wist ik het nog...’ – schoma dus, gaat graag naar toneel.

Ze heeft ons een oud toneelkijkertje geschonken, om ermee naar de bovenste planken van Jurassic Kast te turen, de zes meter hoge boekenkast die we hier in Breda door de neven Hamer hebben laten bouwen, en waarover ik al menige column heb geschreven. Welnu, dat toneelkijkertje van schoma heb ik eens goed in de bek gekeken, en het blijkt te zwak. De hoogste ruggen blijven onleesbaar.

Tringgg. ‘Ja, met schoma?’

‘Dag schoma, met Peter, wat een kutkijkertje zeg.’

Nee hoor, dat nooit, ik was juist heel blij met schoma’s kijkertje, maar er moet gewoon als de donder zo’n paal in de kamer komen, met erop zo’n draaibare telescoop waarin krikkrak een gulden moet, zodat we een beetje uit de kosten komen. Ik heb het eens nagekeken, maar Jurassic Kast valt niet onder de salderingsregeling voor zonnepanelen. Zelfs Jurassic Trap niet, ons ‘draagbare klimmateriaal’ van twintig kilo aluminium waarvoor ik heb moeten kromliggen om alle papier er überhaupt in te kunnen zetten. Jammer genoeg stuif je die megaladder niet zo maar even op om een beetje te snuffelen tussen de schatten der fabuleerkunst. Ik heb, ergo, geen idee wat er daarboven allemaal staat te bloeien, groeien, en altijd weer te boeien. Veelbelovende stuifmelen dalen neer, maar waarvan? Ik kan zo niet writen. Dadelijk zit ik bepaalde meesterwerken der literatuur dubbel aan te schaffen!

Het probleem is het alfabet. De scholen zijn er, als ik collega Truijens goed beluister, vanaf gestapt, kinderen kennen nog maar een paar letters, en ik begrijp dat wel. Ik word gek van het alfabet. In Amsterdam had ik de 170 boekendoosjes volgens dit volkomen achterhaalde systeem gevuld, met als streven ze er hier op de juiste volkomen achterhaalde volgorde tsjap-tsjap-tsjap in te kunnen schuiven – uurtje werk.

‘Haha, jaja, tja joh.’ (Mijn vriendin Jet.)

Wat er gebeurde was dat ik elk strikt gealfabetiseerd doosje (als ik het al kon vinden, soms zocht ik wel een halfuur, tachtig dozen vertillend en versjouwend) handje voor handje leegde, en de boeken daarbij ONVERMIJDELIJK schudde ALS EEN STOK KAARTEN. Bel Hans Kazan maar hoe dat zit. Weg alfabet. Kostte me per doos langer dan een uur. En altijd popten er vergeten boeken op, liefst op zes meter hoogte, alles weer opschuiven, etc, etc.

Nu, veel te laat, heb ik een beter idee. Eigenlijk waren drie soorten romans beter geweest, namelijk helemaal bovenin, op de schappen achttien, zeventien en zestien, als eeuwige sneeuw, de werken van letterkunde die mijn vriendin Jet en ik allebei gelezen hebben. Trofeeën die vanzelfsprekend nooit meer van de plank komen. Mag bezoek voor een piek een kwartiertje naar turen – klaar.

Eronder, gealfabetiseerd, de werken die een van ons beide gelezen heeft, ik denk de planken vijftien tot en met tien?

‘Minder.’

‘Meer verdomme, en ik ga me er niet over opwinden.’

Ook die werken mijden we meestal, want de kast, die een schaamkast is, moet, zeker richting kist/urn, uit. Iets lezen wat al door de ander gelezen is, is eigenlijk stilstand, en stilstand is?

‘Karl Ove Knausgard.’

In de onderste helft van de kast, de schappen negen tot één, staan op deze manier, waarvoor het dus te laat is, alleen maar proeven van letterkunde die nog genuttigd moeten worden. Voor de grijp dus. Zeker met een keukenladder!

Source: Volkskrant columns

Previous

Next