Ik heb een spel als ik de hond ’s avonds uitlaat: ik tel kerstbomen. Dus: opgetuigde kerstbomen, die nog in huizen voor een raam staan te glitteren. Waar dat beeld in december een teken van grote huiselijkheid is, is het in januari ineens een teken van verloedering. Wat doet die boom daar nog? Toch tel ik er veel.
Ik steek mijn hand in eigen boezem; ik heb het ooit gepresteerd om een kerstboom tot juli te laten staan. Toen waren alle naalden eraf gevallen, en kon ik het stammetje licht als een veer mee naar beneden nemen en bij het vuil zetten.
Het is natuurlijk ook heel moeilijk om de kerstboom weg te doen. Niet omdat je eraan gehecht bent geraakt, integendeel, aan een kerstboom hecht je je steeds minder, maar omdat het gedoe is. Bij elke bal die je uit de boom haalt, vallen er drieduizend naalden uit. Dan is er de vraag hoe je het lichtsnoer zo oprolt dat het er volgend jaar zonder knopen uitkomt. Vervolgens moet je de boom door het huis slepen, naar buiten. Er blijken dan nog zeven miljard naalden uit te kunnen vallen, die door je hele huis liggen.
Het enige leuke was de ballen terug in de doos doen, want ik las de oude kranten waarin ze gewikkeld waren. Ze stamden uit de coronatijd. Er stond dat we in april allemaal een prik zouden krijgen. Hoe blij ik was toen ik die kop indertijd las! Ik voelde de vreugde opnieuw. En ik voelde tegelijkertijd de diepe duisternis van de coronawinters. Heel veel emoties dus, bij het in een stuk krant wikkelen van een kerstbal.
Zoals dat gaat waren er dit jaar nieuwe kerstballen bij gekomen; ik weet niet hoe het bij andere mensen is, maar de weinige bergruimte die wij in ons huis hebben, is geheel ingenomen door kerstballen. Eigenlijk vreemd om zo veel ruimte in een middelgroot huisje op een A-locatie te wijden aan malle decoraties die je maar een paar dagen per jaar gebruikt, maar zo is het leven nu eenmaal.
Ik moest de nieuwe ballen in nieuwe stukjes krant wikkelen, en heb dat nu met meer zorg gedaan. Even kijken of er wel een leuk artikel op stond, voor de komende jaren. Stomme stukken van de krant legde ik opzij, daar gingen geen kerstballen in, want ik zou deze stukken nog jaren tegenkomen.
Het fijne is dat ik nu al niet meer weet welke nieuwtjes ik voor mijn toekomstige zelf heb bewaard. Ik weet alleen één ding zeker, en dat is dat het lichtsnoer zichzelf volgend jaar, in de duisternis van de zolder, in honderden onontwarbare knopen zal hebben gelegd.
Source: Volkskrant