Het politieke amateurisme van Dilan Yesilgöz, Pieter Omtzigt en Caroline van der Plas is om te huilen. Na zijn succesvolle verkiezingscampagne, waarin hij het cordon sanitaire rondom de PVV door de VVD liet onttakelen, heeft Geert Wilders zijn potentiële coalitiegenoten wederom het nakijken gegeven. Door met een kattenbelletje drie eigen wetsvoorstellen in te trekken, heeft hij deze week opnieuw het initiatief naar zich toe getrokken.
Een van de wetsontwerpen, opgesteld in de eerste twee jaar van Rutte III, had tot doel om islamitisch onderwijs, moskeebezoek, Koran en boerka/nikab in het publieke domein – niet koranbezit thuis, zoals de NOS abusievelijk stelde – te verbieden op straffe van vijf jaar cel. De Grondwet speelde voor de PVV geen rol. Toen de Raad van State negatief adviseerde, liet Wilders weten dat hij geen boodschap had aan „politiek correcte reflexen van bange mensen”.
Eerder had de PVV een wetsontwerp ingediend om terroristen „op voorstel van de AIVD” zes maanden gevangen te kunnen zetten zonder dat er een rechter aan te pas hoefde te komen, een „administratieve detentie” die volgens de wetstekst eindeloos zou kunnen voortduren omdat de beroepsmogelijkheden danig zouden worden beperkt.
Na de val van Rutte IV afgelopen zomer waren beide wetsvoorstellen nog in het parlement in behandeling. Ondanks de demissionaire status van de medewetgever, achtte de Tweede Kamer ze niet controversieel. Ook Yesilgöz, Omtzigt en Van der Plas sloegen geen alarm.
Dat was raar. Want de voorstellen waren qua reikwijdte toch echt anticonstitutioneel. De wetten zouden niet slechts een einde hebben gemaakt aan de „uitwassen van 1968”, zoals Telegraaf-redacteur Wierd Duk recent de huidige „culturele revolutie” typeerde in een pleidooi voor een radicale „paradigmawisseling”; ze zouden ook de bijl aan de wortels van de veel oudere historische rechtsstaat hebben gezet.
Een verbod op de islam zou de godsdienstvrijheid om zeep helpen, die Nederland formeel vanaf 1579 en feitelijk sinds 1853 kent. De administratieve detentie zou nog obscuurdere consequenties hebben. Zo’n maatregel bedreigt het Engelse principe habeas corpus (1679) dat in Nederland in 1814 grondwettelijk is verankerd. Het derde initiatief, dat burgers met een dubbele nationaliteit het stemrecht wilde ontnemen en zo een postume afwijzing was van onze eigen vaderlandse Opstand tegen de tiende penning (1569), laat ik even buiten beschouwing, mede omdat de tekst zo slecht was geformuleerd dat groepen Nederlandse migranten in Nieuw-Zeeland, Canada, Australië, VS en ook het geliefde blanke Zuid-Afrika van Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma van hun kiesrecht zouden zijn beroofd.
Reden om opgelucht adem te halen? Nog niet. Dat Wilders op zijn plannen terugkomt – waarom hij zijn „dna” heeft afgeknipt, liet hij in het midden – mag een ‘geste’ lijken, maar is voor de gepaaide ontvangers een ongewenst cadeau waar je blijheid om moet veinzen.
Wilders dwingt zijn onderhandelingspartners namelijk tot dankbaarheid over concessies die niet meer zijn dan een sigaar uit eigen doos. Als Yesilgöz en Omtzigt desondanks nog noten op hun zang hebben, kan Wilders ze nu afschilderen als rupsjes nooitgenoeg: als hij een deel van zijn eigen dna afstaat, moeten anderen hem ook tegemoetkomen.
Of ze daarop een antwoord hebben, is de vraag. Steeds weer worden Yesilgöz en Omtzigt afgetroefd door het tactisch vernuft van Wilders. Als het er bij informateur Plasterk in De Zwaluwenberg op aankomt, zijn beiden dus aangewezen op de strategische intuïtie van „brave burgers”, die wel verandering willen maar geen oren hebben naar revolutionaire politiek of paradigmawisseling.
Source: NRC