Home

Dat geheime diensten op eigen houtje opereren is een lacune in de wet

De operatie met Nederlandse medewerking om het Iraanse kernwapenprogramma te saboteren was een succes. Maar dat de AIVD eraan meedeed zonder politieke afstemming verdient geen schoonheidsprijs.

Nederland heeft veel slimme ingenieurs, zei een voormalige Amerikaanse CIA-man maandag in deze krant. Het compliment was bedoeld als verklaring voor de inzet van een AIVD-agent, in 2007, om de verrijking van uranium in het Iraanse nucleaire complex in Natanz te saboteren. Nederlanders combineren de handelsgeest en vindingrijkheid om op de raarste plekken in de wereld op te duiken en lastige klussen te klaren.

De Amerikanen konden het zelf niet. Noch de Israeliërs, die ook bij de operatie betrokken waren. Dus vroegen ze de AIVD om hulp, zo blijkt uit de onthullende reconstructie die maandag in deze krant stond.

Zo werd Erik van Sabben, een ingenieur die werkte voor een transportbedrijf dat weleens zaken deed met Iran, de essentiële laatste schakel in een revolutionaire operatie. Via de door hem geïnstalleerde waterpompen maakte een computervirus duizend centrifuges onklaar, waardoor het Iraanse kernwapenprogramma een paar jaar vertraging opliep.

De operatie vergde moed en gogme, en het resultaat (non-proliferatie) was ook in het belang van Nederland. Er mag best een straat naar Van Sabben worden vernoemd.

Maar het proces dat tot dit resultaat leidde, verdient geen schoonheidsprijs. Hoewel de betrokken politici zich in zwijgen hullen, heeft het er alle schijn van dat het besluit om mee te werken aan de operatie zonder politieke afstemming is genomen. Dat dat goed is uitgepakt, hoeft niet te betekenen dat het altijd verstandig is om zonder meer een Amerikaans verzoek in te willigen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Wat vaststaat is dat de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten de AIVD vroegen om mee te werken aan de sabotageactie. De Nederlandse dienst schakelde daarop Van Sabben in. De AIVD wist dat de operatie bedoeld was om het Iraanse nucleaire programma te dwarsbomen. Dat daarvoor een nieuw digitaal wapen werd ingezet, wat later het Stuxnet-virus werd gedoopt, wist de dienst niet.

Dat er ook geen politieke afweging plaats hoefde te vinden over de risico’s of legaliteit van de operatie is geen vergissing, maar een expliciet onderdeel van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. In artikel 73 staat dat de diensten ‘maatregelen’ mogen nemen ‘ter bescherming van de te behartigen (Nederlandse, red.) belangen, al dan niet met behulp van een technisch hulpmiddel’.

Daarvoor is geen groen licht van een minister nodig. Ook ‘het hoofd van de dienst’ of ‘aan hem ondergeschikte ambtenaren’ kunnen toestemming verlenen.

Daar zit een opmerkelijke lacune. Terwijl de inlichtingendiensten tegenwoordig vooraf en achteraf streng worden gecontroleerd op technieken en tactieken die inbreuk maken op de privacy, zoals het afluisteren of het hacken van burgers, hoeft er over sabotageacties geen verantwoording te worden afgelegd.

Dit terwijl digitale wapens vergaande gevolgen kunnen hebben. In 2007 waren er nog geen regels, maar volgens in 2015 door de VN opgestelde normen zijn aanvallen op kritieke infrastructuur niet toegestaan. Het Stuxnet-virus zat daar tegenaan, al kun je discussiëren over de vraag of een nucleaire installatie tot de kritieke infrastructuur moet worden gerekend.

Natuurlijk opereren geheime diensten per definitie in een schemergebied. Maar het is niet verstandig als zij op eigen houtje kunnen meewerken aan operaties waarvan ze de risico’s en gevolgen niet kunnen overzien.

Source: Volkskrant

Previous

Next