Home

Laborant van fertiliteitskliniek doneert eigen sperma: ‘Dit is nog maar het topje van de ijsberg’

Een laboratoriummedewerker van de voormalige Stichting Medisch Centrum voor Geboorteregeling (SMGC), een fertiliteitskliniek in Leiden, is tussen 1979 en 1985 zelf als spermadonor opgetreden zonder dit te melden. De illegale zaaddonor heeft ten minste elf kinderen verwekt, zo is woensdag in een tussenrapportage bekendgemaakt door Medisch Centrum Kinderwens (MCK). MCK nam in 2006 zowel het archief als de ivf-vergunning over van SMGC en stelde vorig jaar een onderzoek in.

Twee donorkinderen ontdekten in 2017 na stamboom- en dna-onderzoek dat de oud-laborant hun biologische vader is. De oud-medewerker erkende dat en vertelde hun tevens dat hij drager is van een erfelijke aandoening. De symptomen van deze ‘niet levensbedreigende’ aandoening treden pas op latere leeftijd op.

‘Het is een onthutsende werkelijkheid, in eerste plaats voor alle direct betrokkenen’, meent Arne van Heusden, directeur van MCK en voorzitter van de onderzoekswerkgroep. Hij roept andere wensouders en donorkinderen uit die periode nadrukkelijk op zich te melden.

Ties van der Meer (45), voorzitter van Stichting Donorkind, is niet verbaasd over de zoveelste onthulling van een fertiliteitsarts of -medewerker die in de tweede helft van de vorige eeuw zelf in het geheim sperma doneerde aan patiënten. Al eerder werd bekend dat gynaecologen van ziekenhuizen in Den Bosch, Leiderdorp en Zwolle tientallen kinderen verwekten met hun eigen zaad. De bekendste is Jan Karbaat, die met zijn ‘zaad van Karbaat’ in een Rotterdamse kliniek naar schatting tachtig nakomelingen verwekte.

Van der Meer: ‘Dat denk ik zeker. Via de donorkinderen van deze laborant weten we al lang dat dit eraan zat te komen. Als stichting helpen wij donorkinderen om met elkaar en met hun donoren in contact te komen.

‘Een zaak komt meestal aan het rollen wanneer twee donorkinderen die op papier aan elkaar verwant zouden moeten zijn, geen dna-match blijken te hebben. Via een dna-database als MyHeritage zien ze dan wel dat ze een match met andere mensen maken. Na enig speurwerk komen ze vervolgens op het spoor van dezelfde arts of medewerker van een fertiliteitskliniek.

‘Wij weten momenteel van elf gynaecologen of medewerkers die hun eigen sperma hebben gebruikt voor vruchtbaarheidsbehandelingen in een fertiliteitskliniek. Daarvan zijn er tot dusver vijf of zes in de publiciteit gekomen, de rest dus nog niet. Het is aan de donorkinderen en wensouders of ze aan hun zaak ruchtbaarheid willen geven. Vaak lopen er nog onderzoeken.’

‘Dat is heel bijzonder. Dan lijkt het toch op dat ze er misschien zelf bij betrokken zijn en daarom elkaar de hand boven het hoofd houden. Dat is ernstig. De loyaliteit naar elkaar vinden ze belangrijker dan de gezondheid van de donorkinderen.’

‘Dat is een heel heftig en complex gevoel. Het is al bijzonder om donorkind te zijn. Maar als je zoiets hoort, dan is het een extra schok. Het voelt gewoon niet goed. Er is gelogen en er is valsheid in geschrifte gepleegd over je afkomst.

‘Die verwarring geldt ook voor de wensouders. Enerzijds zijn ze dankbaar dat ze via de kliniek toch nog een kind hebben gekregen. Maar ze voelen zich ook belazerd door een arts die zelf zijn sperma heeft gedoneerd. Vrouwen voelen zich soms seksueel geïntimideerd.’

‘De overheid moet veel meer de regie nemen. Je kunt niet meer spreken van incidenten, maar van structurele misstanden. Donorinseminatie gebeurde decennialang onder strikte geheimhouding. In die cultuur gebeurde het dat een narcistische arts bij een knappe patiënt kon denken: ik vind het wel leuk om haar zelf te bezwangeren. Hij kwam er toch mee weg.

‘Het belang van het donorkind stond op het tweede plan. Er is gewoon fraude gepleegd, gefinancierd door de staat via ziekenfonds of verzekering.

‘Ieder zichzelf respecterende arts of medewerker van zo’n kliniek in de jaren zeventig, tachtig of negentig zou zichzelf in de Fiom Kid-DNA Databank moeten zetten. En alle wensouders moeten hun kinderen vertellen dat ze een donorkind zijn.

‘De overheid moet eindelijk opkomen voor de belangen van donorkinderen. Dan kan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wel zeggen: het was een andere tijd met allerlei praktische problemen, zoals het tijdig beschikbaar zijn van donorsperma. Maar ook in de jaren zeventig was invriezen al mogelijk. En je kunt sperma een uurtje bewaren – een donor met een agenda en gevoel voor tijd moet dat kunnen.

‘Het is een slap excuus. En bovendien: is dat dan een reden om maar een potje te gaan liegen?’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next