De overheid moet ex-gedetineerden beter helpen bij het maken van een nieuwe start. Dat zegt de Landelijke Cliëntenraad. Ikbal Berber, die het jaren heeft gekost om een ander leven te gaan leiden, beaamt dat volmondig. ‘Het leek soms wel of ik werd tegengewerkt.’
Een kattenmand, een krabpaal, een elektrisch drinkfonteintje en een met zachte witte stof bekleed kattenkasteel met krabpaal en een hangmatje. In de huurwoning van Ikbal Berber (33) in Amsterdam-West zijn de voorzieningen voor zijn zwarte kater Frummeltje chiquer dan die voor hemzelf, zegt hij met een brede grijns.
Een kleine vier jaar woont Berber nu in de spaarzaam ingerichte portiekwoning uit de jaren vijftig, maar nog steeds moet hij eraan wennen dat hij een vast woonadres heeft. Jarenlang was hij dakloos, nadat hij in 2012 uit de gevangenis was gekomen en vastbesloten was zijn leven te beteren. Pas sinds hij huisvesting heeft, begint zijn nieuwe leven vorm te krijgen. Het einde van zijn schuldsanering is in zicht. Vorig jaar heeft hij zijn rijbewijs gehaald en sindsdien werkt hij als bezorger van een supermarktketen. ‘Ik wilde allang aan het werk, maar dat is lastig zonder woonadres.’
Waarom is hij niet meteen op weg geholpen toen hij uit de gevangenis kwam, vraagt hij zich af. Dan had hij nu misschien minder aanpassingsproblemen gehad. ‘Ze hadden me bij mijn kraag moeten pakken bij mijn vrijlating. Zo van: luister, je hebt geen startkwalificatie, geen inschrijving bij de gemeente, geen bankrekening, geen huis. Hoe gaan we dat snel oplossen?’, zegt Berber. ‘Maar het leek soms wel of ik werd tegengewerkt in mijn streven een normaal leven te leiden.’
Vanwege deze ervaringen wil Berber zijn verhaal doen, om de oproep van de Landelijke Cliëntenraad te onderstrepen. Dit advies- en overlegorgaan op het gebied van sociale zekerheid vindt dat de overheid ex-gedetineerden beter op weg moet helpen bij het maken van een nieuwe start. Uit het advies dat de organisatie deze week naar het ministerie van Sociale Zaken stuurt, blijkt dat hulp aan de ongeveer 25 duizend personen die jaarlijks uit de gevangenis komen nu vaak ondermaats is, vooral in de kleinere gemeenten. Veel gedetineerden hebben geen identiteitsbewijs, geen huis en geen inkomen als zij vrijkomen, de meesten hebben grote schulden. Door de wooncrisis is de kans groter dat zij dan dakloos raken.
Dat is ook een maatschappelijk probleem, benadrukt de Inspectie Justitie en Veiligheid in een recent rapport, Samen werken aan een nieuwe start. Als ex-gedetineerden hun leven niet op orde krijgen, is de kans aanzienlijk groter dat zij weer de fout in gaan. Om dat te voorkomen, moeten de justitiële inrichtingen en de reclassering samenwerken met de gemeenten, die, zo is in 2019 afgesproken, het voortouw moeten nemen.
Veel gemeenten doen te weinig, constateert de Landelijke Cliëntenraad. Gedetineerden staan vaak na hun vrijlating zonder iets op straat. Uit onderzoek blijkt dat onderdak en werk leiden tot de minste recidive. Maar twee jaar na vrijlating heeft slechts een op de vijf ex-gedetineerden werk en dat betreft voor de helft uitzendwerk.
De politiek heeft de laatste jaren meer nadruk gelegd op hogere boetes en langere gevangenisstraffen dan op re-integratie, zegt voorzitter Fatma Koşer Kaya van de Landelijke Cliëntenraad. Er is flink bezuinigd op leer- en werkprogramma’s, waardoor de kansen op werk voor ex-gedetineerden juist kleiner zijn geworden. Ook hechten werkgevers volgens haar te veel waarde aan de Verklaring Omtrent het Gedrag (vog). ‘Het ‘eens een dief, altijd een dief’ is leidend geworden, terwijl het merendeel van de gedetineerden geen zware vergrijpen heeft gepleegd’, zegt Koşer Kaya. ‘Als je je straf hebt uitgezeten, zou je een tweede kans moeten kunnen krijgen, zeker in tijden van personeelstekorten.’ Werk kan immers terugval voorkomen. ‘Als je geen inkomen hebt, wordt de verleiding groot. Dat kost de samenleving veel geld en leidt tot meer criminaliteit.’
Zoals veel ex-gedetineerden had Ikbal Berber geen makkelijke jeugd. Een jaar of 8 is hij, als zijn ouders hem afzetten bij het politiebureau. ‘Wacht hier even op ons, we komen zo terug’, was het laatste dat ze tegen hem zeggen. Daarna heeft hij ze nooit meer gezien. De Raad voor de Kinderbescherming komt hem ophalen. ‘Blijkbaar hadden mijn ouders de politie verteld waarom ze niet voor mij konden zorgen. Aan mij is nooit verteld wat er aan de hand was’, zegt hij. Hij hoeft het ook niet meer te weten. ‘Na mijn 30ste heb ik het achter me gelaten.’
Na jaren van pleegzorgadressen en internaten wordt Berber op zijn 13de voor het eerst veroordeeld, voor diefstallen van onder meer cd’s en spelcomputers. Later komt hij in een gesloten jeugdinrichting terecht, waar ze hem, zegt hij, tevergeefs proberen te heropvoeden. Als op zijn 18de die jeugdzorg ophoudt, keert Berber terug naar zijn oude makkers in de Amsterdamse Pijp en gaat het helemaal mis.
‘Ik heb ingebroken en zes overvallen gepleegd, de meeste ’s nachts, op hotels.’ De angst in de ogen van een hotelmedewerker die hij bedreigde met een taser ziet hij nog steeds voor zich, zegt Berber. ‘Daarvoor schaam ik me diep. Ik was een ander persoon dan ik nu ben.’
Die verandering begint als hij in 2010 voor 36 maanden de gevangenis in moet. In de cel denkt hij voor het eerst na over zijn toekomst. Berber ontdekt dat hij onderwijs op havo-niveau aankan, terwijl hij de basisschool nooit heeft afgemaakt. ‘Mijn redding is dat ik altijd veel heb gelezen, van stripboeken tot encyclopedieën en Eckhart Tolle. In de jeugdgevangenis was ik de enige die 12-plusboeken las.’
In detentie volgt hij de cursus Kiezen voor verandering. ‘Ik dacht: nu ga ik me netjes gedragen. Ik kreeg een psycholoog. Met haar kon ik goed praten.’ Bij zijn vrijlating krijgt hij een bril aangemeten, symbolisch voor zijn nieuwe, serieuzere persoonlijkheid. ‘Die bril had ik allang nodig. Lang keek ik iedereen heel boos aan, ik fronste om scherp te stellen.’
Een nieuw leven opbouwen blijkt niet zo gemakkelijk als hij dacht. Berber raakt dakloos. Hij wordt een ‘spookjongere’: niet ingeschreven bij de gemeente, geen DigiD. Zonder adres is het moeilijker om te werken. ‘Ik werkte een tijd bij de afwasdienst van een groot bedrijf, tot het uitzendbureau me ontsloeg omdat ik geen vast adres had.’
Welbespraakt als hij is, werpt hij zich op als een belangenbehartiger voor dak- en thuisloze jongeren in de stad. In diverse media voert hij het woord over hun problemen. Ook verblijft hij korte tijd op het afgesloten terrein voor de SBS-realityshow Utopia.
De omslag komt als een medewerker van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) contact met hem zoekt als stem van dakloze jongeren. Deze organisatie probeert voor mensen die vastlopen in de bureaucratie van de hulpverlening een zogenoemde doorbraak te forceren, bijvoorbeeld voor gedupeerden van de toeslagenaffaire. ‘Deze man had over mij gehoord en hij zei: ik ga je helpen.’
Berber gelooft hem niet. ‘Ik zei: als ik van elke hulpverlener die mij dit beloofde een cent zou hebben gekregen, zou ik nu rijk zijn. Zo veel hulpverleners heb ik gezien. Telkens moet je weer je verhaal vertellen. Ze gaven me soms dwingende adviezen, dat ik op zoek moest naar mijn ouders, terwijl ik dat niet wilde. Maar ze hielpen me niet met wat ik echt nodig had: me inschrijven, een huis, werk. Het lukte ze niet eens een postadres voor me te regelen.’
Maar Berber wil graag een ander leven. En de medewerker van IPW blijkt woord te houden. Een paar weken later is er een bijeenkomst, met onder meer de gemeente. Kort daarna krijgt hij een bericht: je hebt een bezichtiging. En zo betrekt Berber begin 2020 de woning waar hij nu op de versleten bank een joint zit te rollen. In december is hij 33 geworden, de slingers en ballonnen hangen nog in de kamer. ‘Ik heb niet normaal geleefd, ik voel me nog een kind’, zegt hij terwijl hij aan de rand van het vloeipapier likt. ‘Zonder wiet kan ik dit gesprek met jou niet voeren. Blowen heeft altijd mijn leven een beetje verlicht.’
Het huis is een zegen, maar hij heeft moeite met settelen. Soms vindt hij het een beetje saai als hij er alleen zit te gamen. Zijn ijskast is leeg, hij heeft geen vast eet- en slaappatroon. ‘Ik ervaar stress. En in deze buurt ken ik niemand. Ik voel soms de aandrang terug naar de straat te gaan.’
Een huis brengt bovendien nieuwe problemen met zich mee. Het lukt hem niet altijd zijn huur en energierekening op tijd te betalen. Zijn scooter is stuk, veel geld gaat op aan wiet en boodschappen. Hij maakt nieuwe schulden, nu hij weer is begonnen met onlinegokken. Hij had zichzelf op de zogenoemde Cruks-lijst laten zetten, zodat hij niet meer naar het (online)casino kan, maar dat verbod liep in december af. ‘Ik moet mezelf daar weer op laten zetten, dat ga ik morgen doen.’
Gelukkig vindt hij afleiding in zijn werk als boodschappenkoerier. Om extra geld te verdienen werkt hij nu zes dagen per week. ‘Klanten helpen vind ik leuk. Ik maak ze ziekelijk blij. Veel bezorgers roepen vanaf beneden dat ze de boodschappen moeten komen halen. Ik ga al die gekke trappen in Amsterdam op.’
Hoewel hij nog worstelt, gunt hij meer ex-gedetineerden zo’n doorbraak, en vooral ook sneller na hun vrijlating. Als het gesprek bijna ten einde is, kruipt kat Frummeltje onder de bank vandaan, waar hij zich verstopt had. ‘Hij is niet zo gewend aan bezoek’, zegt Berber, terwijl Frummeltje hem kopjes geeft. Hij had zich altijd voorgenomen een kat te nemen zodra hij een huis zou krijgen, tegen de eenzaamheid. ‘Ik zorg beter voor de kat dan voor mezelf. Als hij er niet was, was ik misschien alweer op straat beland.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden