Home

Vijf sangria en los mosselen por favor. Yes. No no! Mosselen. Mos-se-len!

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Nadat het meisje van de bediening onze bestelling heeft opgenomen en wegloopt bij onze tafel, lach ik schaapachtig. ‘Ik heb het gevoel alsof ik met een dubbele tong praat’, zeg ik tegen mijn vrouw. Niet dat ik gedronken heb, maar ik heb gewoon een tijd geen Spaans gesproken. Daardoor klink ik alsof ik net een bezoek aan de kaakchirurg heb gebracht, de verdoving nog niet is uitgewerkt en ik voor het eerst in mijn leven een menukaart voorlees, in fonetisch Spaans, met een Jordanees accent. Mijn vrouw, wier Spaans fenomenal is, kijkt me aan met een blik die zegt dat ik misschien ook iets te graag wil. Daarna zegt ze: ‘Misschien wil je ook iets te graag.’

Ja, maar eens kon ik het dus wel. Het grootste compliment – überhaupt – dat ik ooit kreeg was van een Spaanse uitsmijter in Sevilla. Tijdens ons gesprek, over voetbal, vroeg hij me waar ik eigenlijk vandaan kwam. Nederland, antwoordde ik. ‘O’, zei hij, ‘je klinkt alsof je uit Barcelona komt.’ Misschien geldt dat in Andalusië wel als een belediging, maar ik werd er blij van. Dat was in 2007 en wat Spaans spreken betreft zijn er sindsdien twee dingen veranderd. Ten eerste is de schroom verdwenen. Toen ik in Spanje woonde schaamde ik me voor mijn Spaans. Het was alleszins redelijk, maar ik was bang fouten te maken en sprak het liever niet dan foutief. Die angst is nu verdwenen: dit is wat het is en hier moeten jullie het maar mee doen, cojones. Ten tweede: ik kan het niet meer.

De combinatie van een taal niet goed spreken, maar wel het zelfvertrouwen hebben van een moedertaalspreker is een gevaarlijk pad, dat een onvermijdelijke bestemming heeft. Uiteindelijk zal ook ik – naarmate mijn Spaans verder erodeert, terwijl mijn onverschilligheid ten opzichte daarvan toeneemt – iemand worden die, als hij in het buitenland is, gewoon Nederlands blijft praten met iedereen. En als mensen het dan niet begrijpen, harder Nederlands gaat praten. Vijf sangria en los mosselen por favor. Yes. No no! Mosselen. Mos-se-len!

In een poging die grimmige toekomst voor te zijn, heb ik een verontschuldigend zinnetje uit mijn hoofd geleerd. Mi español es un poco oxidado. Mijn Spaans is een beetje roestig. Het idee is van dat zinnetje is dat na dat zinnetje het gesprek onmiddellijk stopt. Maar dat doet het nooit. ‘O’, zeggen alle Spaanse mensen overal en altijd, ‘als je dat ene zinnetje kent, ken je vast ook allemaal andere zinnetjes.’ Die ken ik dus niet. Ik kan drie gerechten bestellen, bij een wedervraag blanco met mijn ogen knipperen en daarna schaapachtig lachen. Maar eens was ik iemand die uit Barcelona kwam.

Source: Volkskrant

Previous

Next