Door vergrijzing komt de Europese arbeidsmarkt onder druk te staan. Een groep wetenschappers bepleit een hoger geboortecijfer. ‘Het is én-én. Je moet legale migratie stimuleren, maar ook proberen het geboortecijfer te verhogen.’
In de biologielessen op de middelbare school wordt vooral gesproken over de preventie van zwangerschap, over voorbehoedsmiddelen en abortus. Daardoor blijft een belangrijke vraag onderbelicht, zegt Bart Fauser, emeritus hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Hoe kan de kans op zwangerschap worden vergroot? ‘Veel jongeren realiseren zich niet dat je beter niet te lang kunt wachten met kinderen krijgen. De vruchtbaarheid van een vrouw neemt snel af als zij ouder wordt. Van uitstel komt vaak afstel’, zegt Fauser.
Met tien medeauteurs schreef hij een artikel over geboortepolitiek dat vandaag verschijnt in het wetenschappelijk tijdschrift Human Reproduction Update. Namens de International Federation of Fertility Societies bepleiten zij een breed offensief dat mensen in staat moet stellen hun kinderwens te vervullen: betere voorlichting, voorkomen van onvruchtbaarheid, betere toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen en betere mogelijkheden om werk en zorg te combineren.
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Hij is auteur van meerdere boeken.
‘Het was moeilijk het artikel gepubliceerd te krijgen. We raakten een taboe’, zegt Fauser. In de internationale discussie over geboortepolitiek werd lange tijd de nadruk gelegd de strijd tegen overbevolking. ‘De huidige groei van de wereldbevolking wordt uitsluitend veroorzaakt door de groei in landen met een laag en middeninkomen. Daar blijft aandacht voor vermindering van het kindertal uiteraard noodzakelijk. Maar in veel andere landen dreigt inmiddels onderbevolking’, zegt Fauser.
In 2050 heeft 77 procent van alle landen een vruchtbaarheidscijfer dat gemiddeld ver onder de 2,1 kind per vrouw ligt – het cijfer dat nodig is om de bevolking op peil te houden. Zonder migratie zou het inwonertal van veel landen tot 2100 met de helft dalen. Ter vergelijking: het vruchtbaarheidscijfer ligt in de EU in 2021 op 1,53. Nederland zit daar met 1,62 iets boven.
Het onderwerp ligt gevoelig omdat het door radicaal-rechts rechtstreeks wordt gekoppeld aan migratie. De Hongaarse premier Viktor Orbán organiseert elke twee jaar een ‘demografische top’ in Boedapest. In 2022 hekelde hij ‘het grote Europese vervangingsprogramma, dat de ontbrekende Europese christelijke kinderen wil vervangen door migranten, volwassenen die uit andere beschavingen komen.’ Het recept van Orbán: kinderen maken om migranten buiten de deur te houden.
Toch maakt ook de Europese Commissie zich zorgen over het almaar dalende geboortecijfer in de Europese Unie. Steeds minder jongeren moeten steeds meer niet-werkende ouderen onderhouden. Daardoor komt de verzorgingsstaat onder druk te staan en wordt de concurrentiekracht van Europa geschaad. Ook het geopolitieke gewicht van Europa zal afnemen als zijn aandeel in de wereldbevolking daalt van 6 procent naar 4 procent in 2070, aldus de Commissie in een vorig jaar verschenen ‘demografische gereedschapskist’.
Maar is het verstandig om meer kinderen neer te zetten op een planeet die tegen zijn grenzen aanloopt? Is het niet beter om arbeidskrachten te halen uit landen, bijvoorbeeld in Afrika, die hun jongeren onvoldoende werk kunnen geven? Zo krijgt Europa zijn werknemers en wordt Afrikanen perspectief geboden, zonder dat de aarde extra belast wordt met nieuwe inwoners.
‘Ik ben absoluut niet tegen migratie’, zegt Fauser. ‘Maar migratie veroorzaakt politieke en sociale frictie. Dat hebben we bij de verkiezingen wel gezien. Bovendien: in theorie klopt het allemaal, als je migranten de tekorten op de Europese arbeidsmarkt laat aanvullen. Maar de praktijk is weerbarstiger. Niet alle migranten zijn direct geschikt voor de Europese arbeidsmarkt’, zegt hij. ‘Voor mij is het én-én. Je moet legale migratie stimuleren, maar ook het geboortecijfer proberen te verhogen. Dat zegt de Europese Commissie ook.’
Veel landen proberen het geboortecijfer al omhoog te krijgen door geboortepremies, kinderbijslag, ouderschapsverlof, kinderopvang en andere stimulerende maatregelen. De resultaten zijn bescheiden tot teleurstellend. Viktor Orbán mag graag opscheppen dat zijn beleid 120 duizend nieuwe Hongaartjes heeft opgeleverd, maar het gemiddelde kindertal steeg licht tot 1,6 per vrouw – minder dan de 1,8 in het toen nog communistische Hongarije van 1989. In Polen werd vorig jaar het laagste aantal kinderen geboren sinds 1945, hoewel de radicaal-rechtse PiS-regering ouders ruimhartig subsidieerde en abortus verbood. In West-Europa trekt Frankrijk het meeste geld uit voor ouders, maar ook daar daalt het geboortecijfer.
Kennelijk wegen alle programma’s niet op tegen de maatschappelijke ontwikkelingen die een dalend geboortecijfer veroorzaken. Het is al lang bekend dat vrouwen langer studeren en later beginnen aan gezinsvorming, op een moment dat zij minder vruchtbaar zijn. De laatste jaren komt daar nog iets anders bij: bestaansonzekerheid. Mensen aarzelen met kinderen krijgen doordat de flexibilisering van de arbeidsmarkt onvoldoende zekerheid biedt. Daarnaast speelt pessimisme over de toekomst van de wereld een rol, bleek uit een Europees onderzoek van de Universiteit van Florence.
Fauser en zijn medeauteurs vinden dat de toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen moet worden verbeterd. In Nederland wordt 86 procent van de kosten vergoed, maar in veel landen is dat aanzienlijk lager: 63 procent in Italië en slechts 27 procent in Polen. ‘Je moet niet alleen kijken naar de kosten van de behandeling, maar ook naar de baten voor de samenleving’, zegt Fauser. ‘Het levert nieuwe burgers op, toekomstige belastingbetalers.’ Volgens een Brits onderzoek zou zo’n nieuwe burger de kosten van de vruchtbaarheidsbehandelingen acht keer terugverdienen. Daarnaast zouden leden uit de lhbti-gemeenschap meer toegang moeten hebben tot medische interventies, aldus Fauser.
Maar verreweg de meeste baby’s worden geboren zonder tussenkomst van een arts. Wat kan de samenleving nog meer doen om het geboortecijfer omhoog te krijgen? ‘Meer bewustzijn kweken’, zegt Fauser. ‘Ik heb daar zelf college over gegeven. Je kon een speld horen vallen. 70 procent van de geneeskundestudenten is vrouw. Voor de meesten was het erg confronterend, omdat ze er nooit over nagedacht hadden.’
Voorlopig blijft migratie echter de snelste manier om tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen. De afgelopen jaren was legale arbeidsmigratie naar Europa veel omvangrijker dan asielmigratie. Veel Europeanen willen minder migratie, maar zolang zij zo weinig kinderen maken, zal de economie om migranten blijven vragen.
Source: Volkskrant