Het nieuws blijft pootje haken met degenen onder ons die gewapend met hardnekkig optimisme en vertrouwen in wederkerigheid dapper voorwaarts stappen. Zo berichtte deze krant over een nieuwe methode om stagediscriminatie bij mbo-studenten tegen te gaan: videosolliciteren. In een kort filmpje moeten studenten zichzelf presenteren aan potentiële stageverleners, die – zo is de hoop – bij het zien van zo’n fris gemonteerde opname niet meer zullen afknappen op een achternaam of etniciteit. Er is al van alles geprobeerd om het euvel te verhelpen, maar stageverleners blijven zich het leplazarus schrikken van rare namen en uitheemse geboortegronden.
Het gevolg is dat studenten met een migratieachtergrond 20 procent minder kans hebben om in één keer een stageplek te vinden. Femke Spoeltman, werkzaam bij ROC Nijmegen, vertelde eerder tegen de NOS: ‘Als ik kijk naar de klassen, dan blijft er altijd een bepaald type student als laatste over. (…) Dat zijn studenten met een niet-Nederlandse achternaam of studenten met een beperking. Je kunt zeggen: ‘Dat ligt aan de brief’, maar wat wij vaak zien is dat als Fatima een foutje maakt in haar brief, dan zeggen ze: ‘Ja kijk, die kan niet goed Nederlands’. En als Fleur hetzelfde foutje maakt, dan zeggen ze: ‘O, maar dat is een typefoutje’.’
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De vraag is of een videosollicitatie de boel zal rechttrekken. Ik durf niet uit te sluiten dat deze methode juist averechts werkt, omdat zo’n filmpje ‘het probleem’ direct zichtbaar maakt: die donkere huidskleur, dat hoofddoekje of die stugge krullen laten zich op beeld lastig wegpoetsen. Voor de studenten zelf lijkt het me vervolgens een stuk pijnlijker om afgewezen te worden op een filmpje waarin je je persoonlijk hebt voorgesteld dan op een zakelijke brief. En hoe deprimerend moet het zijn om jezelf te moeten verkopen als de leuke Turk, die ook heus een kans verdient?
Onderzoeker Iris Andriessen stelt in deze krant dat stagediscriminatie een ingewikkeld probleem is, omdat slachtoffers het door de subtiele en verborgen manier waarop het gebeurt niet altijd herkennen. ‘Daarnaast wíllen ze het soms ook niet zien: we geloven allemaal het liefst dat we in een rechtvaardige wereld leven. Discriminatie zet dat beeld op z’n kop.’ Dat zal allemaal wel, ik denk dat er vooral iets anders aan de hand is.
Het mag lastig zijn discriminatie te herkennen als het je overkomt, echt ongemakkelijk wordt het pas als je moet vaststellen dat jij discrimineert. Met een blik van ‘wablief?’ valt de hele machinerie in de bovenkamer stil. We geloven allemaal het liefst dat we rechtvaardige mensen zijn.
De nieuwe aanpak van roc’s doet denken aan het korte rokje-argument bij aanranding. Als het slachtoffer zich beter of anders presenteert, zal het probleem minder voorkomen. Maar ook hier is het zaak de argumentatie zuiver te houden en problemen te laten liggen bij wie ze horen. Het is niet aan mbo-studenten om zich met allerlei toeters en bellen te presenteren in de hoop het discriminatieprobleem op te lossen.
Nu wil het geval dat we een krappe arbeidsmarkt hebben, waarbij het tekort aan praktisch geschoolden in sommige sectoren problematisch is. Als bedrijven zo graag vooraan in de rij willen staan om nieuw talent van school te plukken, is het aan die bedrijven zich te presenteren aan studenten. Draai de sollicitatieprocedure om en laat mbo’ers kijken naar promotiefilmpjes van potentiële stageverleners, waarna ze hun keuze kunnen maken. Het bepaalde type bedrijf dat steevast als laatste overblijft, zal zich dan toch eens achter de oren moeten krabben.
Source: Volkskrant