Home

Ook zonder dwang vangen gemeenten mensen op, mits het er niet te veel tegelijk zijn

De Eerste Kamer moet een oordeel gaan vellen over de Spreidingswet. Dat die eindelijk mikt op kleinschaliger asielopvang, zou de doorslag moeten geven.

Geen beleidsterrein is zo in de greep van de veronderstellingen en de symboolpolitiek als het immigratiebeleid. Zo heerst op het Binnenhof nu al enige jaren de aanname dat onder gemeentebestuurders enorme weerzin leeft tegen het huisvesten van nieuwkomers.

De cijfers onderbouwen dat niet. Gemeenten blijken zich juist razendsnel aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. In 2020, toen er relatief weinig asielzoekers kwamen en er dus ook weinig een verblijfsstatus kregen, wisten gemeenten 12 duizend statushouders aan woonruimte te helpen. In 2022, toen de migratiebewegingen in en rond Europa weer goed op gang kwamen, waren het er al 29 duizend. Dat was een bijna niet te volbrengen opgave, klonk het daarna vaak op de rechterflank van de Kamer, maar intussen leverden de gemeenten in 2023 gewoon weer: 30.600 statushouders vonden een woning, in alle rust, zonder dwang en zonder veel politieke ophef.

Dat het er niettemin te weinig waren om aan de vraag te voldoen, ligt niet aan onwil van de gemeenten maar aan de grote aantallen nieuwkomers. Die liggen nu al twee jaar ver boven het gemiddelde van deze eeuw. Aangezien het inwilligingspercentage in Nederland op 85 procent ligt, worden de meeste asielzoekers vanzelf statushouders met recht op woonruimte. En gezien het enorme woningtekort waarmee vrijwel alle gemeenten kampen, kunnen de meeste wethouders niet zomaar even een blik huizen open trekken.

De cijfers bewijzen vooral dat er best draagvlak is voor opvang, mits gemeenten het kleinschalig en naar eigen inzicht kunnen inpassen. Dat verklaart ook dat dienstdoend staatssecretaris Eric van der Burg wél moeite heeft om plekken te vinden voor de asielopvang. Daar hebben gemeenten slechte ervaringen mee omdat het vaak meteen gaat om hele hotels, kantoorgebouwen, veerboten of bungalowparken met tientallen tot honderden mensen tegelijk. Dat brengt ook direct grote uitdagingen met zich mee voor de lokale zorg en het onderwijs, nog afgezien van de lokale bevolking die vaak in het geweer komt.

Die grootschaligheid is onder opeenvolgende kabinetten te lang de norm geweest. Maar het toeval wil dat de Eerste Kamer volgende week Van der Burgs Spreidingswet behandelt, een wet die voor het eerst juist uitdrukkelijk mikt op kleinschaliger opvang.

Eerlijk delen opdat het voor niemand te veel wordt, dat is het hele idee van de wet. Veel aandacht is komen te liggen op het dwangaspect, maar dat is gezien de ervaringen met de statushouders waarschijnlijk overdreven. Vriendelijk vragen blijkt vaak voldoende, mits het per gemeente niet om te grote aantallen tegelijk gaat.

In de Eerste Kamer, die zelf graag beweert zo gericht te zijn op behoorlijk bestuur, zou dat argument de doorslag moeten geven. Dat het volgende kabinet intussen dient te zorgen dat Nederland wat meer grip krijgt op het aantal binnenkomers, zoals de VVD steeds benadrukt, staat ook buiten kijf. Maar tegelijkertijd hebben kabinetten zich dat al zo vaak voorgenomen, met zo weinig succes, dat het de enige logische oplossing voor het huidige opvangprobleem niet in de weg mag staan.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next