Medio december maakte DPG Media bekend dat het RTL Nederland wil overnemen. Prijs: 1,1 miljard euro. Voor ingewijden komt dit niet als een verrassing. DPG Media bestaat bij de gratie van groei, in nog geen twintig jaar werd het Vlaamse bedrijf één van de grootste spelers in Europa. Het had al een groot aantal Nederlandse dagbladen in handen evenals Qmusic, het grootste commerciële radiostation. Commerciële televisie ontbrak nog in het portfolio. Met de aanschaf van RTL 4, 5 en 7 en streamingsdienst Videoland lijkt daar nu verandering in te komen, het mediaconcern spreekt van ‘een vurige wens, waar we al lang van droomden’.
Over de auteur
Alyt Damstra en Erik Schrijvers zijn senior wetenschappelijk medewerkers bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en zijn momenteel betrokken bij het adviestraject over media.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De overname past in een trend van steeds verdergaande concentratie van het Nederlandse medialandschap, met twee Vlaamse concerns – DPG Media en Mediahuis – als dominante partijen. Om het concreet te maken: meer dan 90 procent van alle Nederlandse dagbladen is nu al in handen van deze bedrijven. Dat het zo’n vaart heeft kunnen lopen, komt door liberalisering van de Europese mediamarkt en het ontbreken van specifieke beperkingen voor mediaconcentraties.
Die beperkingen waren er eerder wel (Tijdelijke wet mediaconcentraties), maar die zijn in 2011 opgeheven. Het toezicht is in handen van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die enkel toetst of er na een overname nog voldoende concurrentie overblijft. Zo blokkeerde de ACM begin 2023 de fusie tussen RTL en Talpa, omdat dit zou leiden tot een te sterke concentratie op de televisiemarkt. Deze keer ligt dat anders. DPG heeft immers nog geen Nederlandse televisie in bezit en daarmee is de kans reëel dat de overname groen licht krijgt.
Een terugkerend argument is dat we geen keus hebben. Al jaren stroomt het overgrote deel van de online advertentie-inkomsten weg naar platforms als Google en Facebook. Om aantrekkelijk te blijven voor adverteerders moeten mediabedrijven opschalen en hun marktaandeel vergroten; dit is de enige manier om te overleven in het huidige online medialandschap.
Critici waarschuwen voor de macht van de Vlaamse concerns, waarbij de discussie zich toespitst op het belang van pluriformiteit. Blijven redacties wel onafhankelijk werken? Levert het geen inhoudelijke verschraling op door knip- en plakjournalistiek? Wat betekent dit voor kleinere titels die niet of nauwelijks winstgevend zijn?
Hoe belangrijk ook, dergelijke argumenten vertroebelen het zicht op een principiëler vraagstuk dat aan bovenstaande overwegingen voorafgaat: welke rol zien we nog voor ‘onze’ media in de huidige democratie? En wat hebben media nodig om aan deze rol invulling te kunnen blijven geven?
Vanuit commercieel oogpunt hebben de Vlaamse concerns het gelijk aan hun zijde; ze moeten wel groeien om in het digitale domein de concurrentie het hoofd te bieden. Daar komt bij dat concentratie ook een positief effect op het aanbod heeft. Dankzij fusies en overnames zijn titels in leven gebleven die anders al waren verdwenen.
Maar kijken we door een andere lens, één waarbij het democratisch belang van media het centrale uitgangspunt is, dan kantelt het beeld en dienen zich andere, meer principiële vragen aan. Is het wenselijk dat een substantieel deel van ons mediasysteem in handen is van bedrijven die in hun werkwijze steeds meer op platforms lijken?
Naast publishing en broadcasting, zijn online services de derde snelgroeiende pijler van DPG; dit komt neer op digitale marktplaatsactiviteiten op basis van uitgebreide gebruikersprofielen. Hoe houden we grip op onze nieuwsvoorziening wanneer deze slechts nog een radartje is in het verdienmodel van twee megaconcerns? En hoe gaan we om met het totale gebrek aan transparantie bij deze bedrijven, waardoor we nauwelijks nog zicht hebben op het functioneren van individuele titels in ons land?
Kortom: het maakt uit door welke lens we kijken. En in het huidige tijdsgewricht waarin de online informatieomgeving zo snel verandert, media en kanalen in elkaar overlopen, genres meer dan ooit fluïde zijn en gebruikerspatronen schuiven, is het van groot belang om de discussie over ons mediasysteem niet enkel in commerciële termen te voeren.
Media zijn niet zomaar een markt. Ze geven vorm aan de publieke ruimte, als leverancier van informatie en als forum voor debat. Ze reiken het materiaal aan op grond waarvan invloedrijke partijen kunnen worden gecontroleerd. Het antwoord op de kolonisatie van de online publieke ruimte door internetplatforms, kan niet enkel zijn dat we commerciële invloeden daarbinnen nog meer ruimte geven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden