Op dit moment trekt een winterse kou over Europa, die de herinneringen aan bosbranden, hittegolven en droogte bij de meeste mensen doet vervliegen. Toch zal 2023 de geschiedenisboeken ingaan als het warmste jaar sinds het begin van de metingen in 1850.
De gemiddelde temperatuur lag vorig jaar op 14,98 graden Celsius. Dat is 0,17 graden hoger dan in het vorige recordjaar 2016. Samantha Burgess, onderdirecteur van Copernicus, noemt 2023 "een uitzonderlijk jaar, waarin klimaatrecords vielen als dominostenen".
Juli en augustus waren het warmst. In die maanden zagen wetenschappers ook het begin van El Niño. Dat is een om de paar jaar terugkerend weersverschijnsel waarbij het normaal koele zeewater rond de evenaar sterk opwarmt. Dat heeft allerlei gevolgen voor het weer, zoals droogte in Indonesië en regen in delen van Zuid-Amerika. De effecten van El Niño blijven in Europa redelijk beperkt.
Maar ook in Europa kregen we te maken met extreem weer. Hoge temperaturen en droogte in het zuiden van Europa, Noord-Afrika en Canada maakten de weg vrij voor brand. Zowel in Griekenland als in Canada ontstonden afgelopen zomer zeer verwoestende natuurbranden. Daarbij werden grote delen van de natuur vernietigd en waren duizenden mensen plotseling ontheemd.
Het merendeel van de wereld werd vorig jaar warmer. Dat was niet overal het geval, zoals de visualisatie hieronder laat zien. Zo steeg de gemiddelde temperatuur vorig jaar niet in onder andere India, Australië en Scandinavië.
Ook de Zuidpool beleefde een extreem jaar. Rondom Antarctica lag nog nooit zo weinig zee-ijs als het afgelopen jaar. In februari 2023 bereikten de concentraties van het drijvende ijs een dieptepunt sinds 2017. Dat dieptepunt bleef acht maanden lang aanhouden.
Er wordt volop onderzoek gedaan naar de oorzaken van het smeltende zee-ijs. Het is niet uitgesloten dat het een begin kan zijn van een permanente afname, al kan het ook een uitschieter zijn. Permanente afname is een probleem, want het ijs is belangrijk voor het klimaat. Minder zee-ijs kan de zee sneller doen opwarmen omdat er minder zonlicht weerkaatst wordt.
Vaak wordt het pre-industriële tijdperk (1850-1900) door klimaatwetenschappers aangehouden om temperaturen te vergelijken en zo de opwarming van de aarde vast te stellen. In 2023 zijn wereldwijd alle dagen minimaal 1 graad boven de gemiddelde temperatuur van het pre-industriële tijdperk uitgekomen. Gemiddeld lag de temperatuur vorig jaar 1,48 graden hoger. In november werd het zelfs 2 graden warmer dan in de periode voor de industriële revolutie.
In het Parijsakkoord uit 2015 hebben landen met elkaar afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden, met 1,5 graden als richtdoel. Vorig jaar kwam de wereldwijde temperatuur dus al dicht in de buurt van die grens, terwijl de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd nog altijd stijgt. De uitstoot van CO2 en methaan bereikten beiden records in 2023.
Overigens gaat het in de klimaatafspraken over een gemiddelde temperatuur over meerdere jaren, niet over één enkel jaar. De meeste wetenschappers verwachten dat het meerjarige temperatuurgemiddelde de 1,5 graden pas in de loop van de jaren 2030 zal bereiken.
De recordhoge temperaturen van 2023 hebben volgens Bart Verheggen, klimaatexpert bij het KNMI, te maken met "een combinatie van factoren". Klimaatverandering en het weerfenomeen El Nino spelen een rol, maar ook verminderde luchtvervuiling op scheepvaartroutes, sterkere zonnekracht en willekeurige variaties van het weer kunnen hebben bijgedragen. "We tasten nog in het duister wat de relatieve rol van die factoren is", aldus Verheggen.
De komende jaren moeten daarom uitwijzen of er sprake is van een versnelling van de klimaatopwarming of van een tijdelijke uitschieter. "Pas dan kun je analyseren of er een trendbreuk heeft plaatsgevonden", zegt Verheggen.
"Het kan best zijn dat met een langzame opwarming de uitschieters naar boven en beneden groter worden", denkt ook Anna von der Heydt, klimaatonderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Maar het temperatuurrecord laat volgens haar wel zien dat de grenzen uit het Parijsakkoord dichtbij komen. "Het geeft de urgentie aan om daar versneld iets aan te doen."
Feit is dat extremen zoals we in 2023 hebben gezien, vaker en intensiever gaan voorkomen als de aarde verder opwarmt. Hoe dit jaar eruit zal zien, blijft moeilijk te voorspellen. Volgens het rapport van Copernicus is de kans aanwezig dat 2024 de records van 2023 zal breken. Ook de 1,5 graden uit het Parijsakkoord kan komend jaar overschreden worden.
Copernicus is de satellietdienst van de Europese Unie. Het instituut brengt jaarlijks een belangrijk wetenschappelijk klimaatrapport uit met uitgebreide data over de temperaturen van land en zee, het ijs op de Noord- en Zuidpool en uitstoot van broeikasgassen. Ook houdt de dienst extreme weerssituaties in de gaten, zoals bosbranden en overstromingen.
Source: Nu.nl algemeen