Home

Landelijk meldpunt voor discriminatie: eerste stap naar een landelijk werkend antidiscriminatiebureau

Eén op de tien Nederlanders heeft zich het afgelopen jaar gediscrimineerd gevoeld, maar slechts een fractie van hen meldt dit ook bij een van de regionale werkende antidiscriminatiebureaus. Die zijn namelijk voor veel mensen onbekend en onvindbaar. Om de herkenbaarheid te vergroten, lanceerde demissionair minister Hugo de Jonge (Binnenlandse Zaken) dinsdag het landelijke meldpunt, met een website en een campagnefilm met de titel Discriminatie.nl: Meld het wél.

Volgens Sjaak van der Linde, voorzitter van Discriminatie.nl, zijn de meldingen die de bureaus nu binnenkrijgen ‘het topje van de ijsberg’. Hij roept mensen die zich gediscrimineerd voelen op om zich te melden. ‘Dat kan het verschil maken voor jezelf of een ander, en om zicht te houden op discriminatie. Veel mensen weten niet wat hun rechten zijn of hebben hulp nodig bij vervolgstappen. Onze consulenten kunnen daarbij helpen.’

In 2009 is wettelijk vastgelegd dat iedere Nederlander die zich gediscrimineerd voelt terecht moet kunnen bij een onafhankelijke antidiscriminatievoorziening in zijn omgeving. Dit zijn achttien regionale antidiscriminatiebureaus met namen als Vizier of Radar, die ongeveer 90 procent van Nederland bestrijken. De organisaties zijn matig bekend bij het publiek. Gezamenlijk ontvangen ze jaarlijks zo’n zesduizend meldingen van (gevoelens van) discriminatie op basis van bijvoorbeeld afkomst, religie, seksuele voorkeur, een lichamelijke beperking, leeftijd of zwangerschap.

Dat is heel weinig, afgezet tegen de 1,6 miljoen inwoners van Nederland die zich volgens het Centraal Bureau van Statistiek gediscrimineerd voelen. De meeste van die bureaus zitten op verscholen plekken, veel mensen weten niet van het bestaan van de voorziening af.

Een groot knelpunt is dat de antidiscriminatiebureaus afhankelijk zijn van de gemeenten voor subsidies. Veel gemeenten besteden geld dat zij van het Rijk krijgen om discriminatie te bestrijden aan andere zaken. Daarom werkt het ministerie van Binnenlandse Zaken aan een nieuwe wet met een landelijke financiering. De bedoeling is dat in de toekomst de regionale bureaus opgaan in één landelijke organisatie.

Een deel van de mensen die discriminatie ervaart, heeft niet de behoefte het te melden. Maar de antidiscriminatiebureaus zijn er van overtuigd dat ze door hun onbekendheid veel signalen missen. ‘De nieuwe samenwerking stelt de antidiscriminatievoorzieningen in staat om gezamenlijk campagnes te voeren en de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren’, zegt Van der Linde.

Bij de bureaus helpen klachtenbehandelaars de melders van discriminatie verder. Sommigen hebben al genoeg aan het gesprek, aan een luisterend oor, anderen willen advies en hulp bij het nemen van volgende stappen. Bij ernstige gevallen waarbij strafbare feiten zijn begaan adviseert een klachtenbehandelaar aangifte te doen bij de politie, en helpt daar ook mee als de melder dat wil. Ook begeleiding voor een gang naar het College voor de Rechten van de Mens is mogelijk.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next