Home

Nog altijd zijn achtstegroepers niet verlost van een troebel selectiesysteem dat verschillen vergroot

Google ‘doorstroomtoets 2024’ en je krijgt dolenthousiaste aanbieders van trainingen op je scherm die jouw kind aan een fijne hoge score willen helpen. Het kost een duit, maar dan heb je ook wat: toegang tot een opleiding die machtige voordelen biedt, in je toekomstige inkomen, geluk, gezondheid en levensverwachting. Nee, dat is niet eerlijk. Akelig om te zien, dat verbeten gevecht om ‘het beste’ voor een kind binnen te slepen, terwijl velen die mogelijkheid niet hebben. Toch is het begrijpelijk dat ouders dit doen. Het ellebogengevecht is niet hun schuld, maar dat van een wreed en star selectiesysteem.

Deze maand begint het weer, het jaarlijkse circus van het schooladvies, de eindtoets – nu ‘doorstroomtoets’ geheten – en doorverwijzing. Tussen 10 en 31 januari krijgen achtstegroepers van hun leerkracht het voorlopig schooladvies, tussen 29 januari en 18 februari maken ze de toets. Op 24 maart krijgen ze het definitieve schooladvies; als de toetsscore hoger uitvalt dan het voorlopige advies, moeten scholen hun advies naar boven bijstellen – tenzij ze hun weigering kunnen motiveren. Dat is een verbetering; eerder was ‘heroverwegen’ verplicht, bijstellen niet.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Toch vrees ik dat de iets veranderde regels weinig verschil zullen maken. ‘Verschil in schooladvies niet altijd verklaarbaar’, las ik onlangs op nieuwssite Onderwijsland.com, maar het artikel blijkt te verwijzen naar een onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2022. Het had trouwens ook 2019 kunnen zijn, of 2015. Het probleem is allang bekend: kinderen van hoogopgeleide ouders hebben een veel grotere kans op een havo- of vwo-advies dan kinderen van lageropgeleide ouders met dezelfde toetsscore.

De Onderwijsinspectie jammert al jaren over deze ongelijkheid; Pisa-onderzoekers tikten Nederland in 2016 op de vingers vanwege onze troebele selectieprocedure, het gebrek aan harde criteria, geen rechten voor leerlingen op grond van de toetsuitslag, en het subjectieve oordeel van de leerkracht. Geen onderwijsminister heeft het willen aanpakken.

Subjectiviteit speelt mee, blijkt uit de cijfers van 2022. De onderzoekers zagen dat verschillen in schooladvies maar voor 53 procent verklaarbaar zijn door verschillen in cognitieve vaardigheden; 47 procent niet. ‘Andere vaardigheden’ telden ook mee (welke?), maar 30 procent van de verschillende adviezen van kinderen met gelijke leerprestaties is onverklaarbaar. Je kunt ook zeggen: ze berusten op sociale vooroordelen en onwrikbare verwachtingspatronen.

De CPB-onderzoekers zeggen het voorzichtig: het ‘zou helpen om leerkrachten voor te lichten over de mogelijke rol van onbewuste oordelen’. Ja, dat zou helpen. Leg het ook pabo-studenten uit. En ja, de lage verwachtingen van sommige kinderen zijn onbewust. Onderadvisering komt vaak voort uit mededogen: leerkrachten vrezen dat kinderen thuis weinig steun krijgen, of zich niet thuis voelen op een havo/vwo-school. Een denkfout is het wel: de kinderen haalden hun hoge toetsscore ín die thuissituatie.

Het schooladvies ‘klopt’ vaak. Dat is de wet van de selffulfilling prophecy. We bieden vmbo’ers en vwo’ers verschillende leerstof aan, we hebben verschillende verwachtingen. Het zelfbeeld wordt bepaald door het schooltype. Ons onderwijs vergroot de verschillen. Uit Pisa-onderzoeken blijkt dat de overlap groot is: de best presterende 15-jarige vmbo’ers lezen en rekenen beter dan de slechtst scorende vwo’ers.

Louise Elffers, hoogleraar kansengelijkheid, stelde in 2022 in de Volkskrant voor om het schooladvies weg te halen bij de leerkracht, opdat degene die het kind opleidt, kent en bemoedigt niet de beoordelaar hoeft te zijn die mogelijkheden afsnijdt. Het lijkt me een goed idee: leraren leren kinderen zo veel mogelijk en hebben van álle leerlingen hoge verwachtingen – ook daarmee ga je ongelijkheid tegen, het toetsen gebeurt zo objectief mogelijk. Binnen een ratrace-systeem dat kinderen jong selecteert is dat nog het eerlijkst.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next