Home

‘Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet’, spotte wijlen mijn tante Truus geregeld

Op het Leidseplein scheen eindelijk weer eens de zon, pal in mijn ogen. Ik zag bijna niets meer en struikelde bijna over een kerstboom die daar lag, pal voor de winkelpui van Tesselschade Arbeid Adelt.

De boom zag er akelig uit, zelfs voor een kerstboom in januari. Hij was, zo te zien met een zaag, van al zijn takken ontdaan en deed daardoor denken aan zo’n losse menselijke romp, tot onherkenbaarheid vergaan, aangespoeld in een nylon sporttas aan de kust van een Waddeneiland, en gevonden door een strandjutter-met-hond, die later in het plaatselijke sufferdje De Vliestroom zal opscheppen dat het al zijn dérde romp is, in 45 jaar.

Over de auteur

Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Ik schoof het kerstlijk met mijn voet opzij en keek in de etalage van ‘Tesselschade Arbeid Adelt’. Het is een raadselachtige winkel, want ik zie er nooit klanten, en dat op een van de duurste locaties van Nederland. In de etalage hangen kinderkleertjes, handgemaakt, en van een ouderwetse, beschaafde luxe. Geborduurde jurkjes met gesteven witte kraagjes, dat werk.

Ook de naam is raadselachtig, voor de leek. Arbeid Adelt was de eerste Algemeene Vrouwenvereeniging van Nederland, opgericht in 1871. Vrouwen ‘van goeden huize’ kregen daar de indertijd zeldzame kans om geld te verdienen door hun zelfgemaakte spullen te verkopen; de dageraad van vrouwelijke zelfredzaamheid, en daarmee van het feminisme.

Het winkeltje is tevens genoemd naar Maria Tesselschade Roemers Visscher (1594-1649), de eigengereide dochter van Roemer Visscher, begaafd dichteres en bevriend met Vondel, Hooft, Huygens en Bredero.

‘Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet’, spotte wijlen mijn tante Truus geregeld. Mijn permanent vriendelijk beschonken oom Frans plukte haar weg achter de bar van een Jordaans café, in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij nam haar mee naar het keurige Overveen, waar ze hem onberispelijk verzorgde tot zijn voortijdige dood. Ook mijn tante Truus kon prachtig handwerken. Ze heeft ettelijke sokjes gebreid voor mijn baby’s. Arbeid adelt.

‘Dat geloof je toch niet?’, onderbrak een hese vrouwenstem mijn overpeinzingen. ‘Dan heb ik 150 man personeel, en dan dit. Pff... nou ja, het is wat het is.’ Ze sprak in haar telefoon, een doodgewone jonge vrouw om te zien, knap op een wat volkse manier, met een Amsterdams accent. Vol ontzag keek ik haar na. 150 man personeel, zo’n jonge meid! Chapeau, voor haar en voor het feminisme! Arbeid adelt.

Toen ik mijn weg wilde vervolgen naar de tramhalte, nog steeds met de zon in mijn gezicht, struikelde ik alsnog over die boom. Wie had dat ding zo verminkt, en waarom?

Nou ja, het is wat het is.

Source: Volkskrant

Previous

Next