Nederland is in de ban van het wassende water. Extreme regenval heeft de afgelopen periode geleid tot kletsnatte bodems, snel stijgende grondwaterstanden en oplopende waterpeilen in de grote rivieren. Het hoogwater in de Waal, IJssel en Rijn levert spectaculaire beelden op.
Dat we dit extreme weer met relatief weinig overlast en maatschappelijke schade doorstaan, is grotendeels het gevolg van het rijksprogramma Ruimte voor de rivier. In het kader daarvan zijn in de periode tussen 2006 en 2019 in totaal 34 samenhangende projecten rond de grote rivieren uitgevoerd. Projecten die de waterveiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van het rivierenlandschap hebben verbeterd. Ruimte voor de rivier is een uniek staaltje planning en ontwerp, waar we nu de vruchten van plukken.
Over de auteur
Joks Janssen is planoloog en praktijkhoogleraar ‘Brede welvaart in de regio’ aan de Tilburg University. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Belangrijker dan het vieren van dit succes, is om ervan te leren voor de nabije toekomst. Klimaatverandering versnelt immers, en zet nog meer druk op het watersysteem van onze delta. Zo zorgt bodemdaling in combinatie met zeespiegelstijging voor extra risico’s op wateroverlast. We zullen ons moeten wapenen tegen extremere extremen. Het (demissionaire) kabinet lijkt zich daarvan bewust. Bodem en water moeten sturend zijn bij de inrichting van Nederland, zo heet het in recente beleidsstukken.
Wil dit fraaie proza realiteit worden, dan is opnieuw systematische planning vereist. In dit verband kunnen we drie belangrijke lessen van Ruimte voor de rivier leren.
De eerste les is dat tijdig moet worden geanticipeerd op de toekomst. Zo stoelt Ruimte voor de rivier op gedachtengoed dat reeds in 1986 door een collectief van landschapsontwerpers en ecologen is uitgewerkt. Hun Plan Ooievaar vormde de klaroenstoot voor een meer natuurlijke omgang met het rivierenlandschap. Ze schetsten een aansprekend alternatief voor het strakgetrokken en gladgestreken rivierengebied: dynamische rivieren omzoomd door een gevarieerde natuur in de uiterwaarden en op de oevers. Meebewegen met de dynamiek van natuur en water stond voorop. Kortom, judo, geen boksen.
Dit gedachtegoed werd vervolgens slim vertaald in een beleidsprogramma Nadere Uitwerking Rivierengebied, dat een impuls gaf aan de realisatie van nieuwe riviernatuur. Belangrijke planprincipes zijn door het Rijk en betrokken rivierenprovincies in de jaren daarna toegepast en getest in diverse natuurontwikkelingsprojecten, onder meer in de Duursche Waarden langs de IJssel, de Blauwe Kamer langs de Neder-Rijn en de Millingerwaard langs de Waal.
Daarmee raken we aan de tweede les, namelijk: experimenteer, leer en schaal op. Voor dat laatste is soms wat extra wind in de rug noodzakelijk. De bijna-rampen van 1993 en 1995 gaven de noodzaak van een rijksbrede aanpak van het rivierengebied momentum. Ze vormden de aanzet voor wat in 2006 zou uitmonden in de Planologische kernbeslissing Ruimte voor de rivier.
Met Ruimte voor de rivier zette het Rijk de opgedane inzichten met een dynamisch rivierengebied in voor de aanpak van bedreigende hoogwaterstanden. Het accent verschoof definitief van dijkversterking naar rivierverruiming. In de aanpak steunde het programma op twee pijlers, namelijk de ‘dubbeldoelstelling’ en het ‘omwisselbesluit’.
De dubbeldoelstelling koppelde hoogwaterveiligheid aan ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ingrepen voor veiligheid moesten gepaard gaan met maatregelen die de kwaliteit van het gebied verbeterden. En met het omwisselbesluit nodigde het Rijk lokale partijen uit om zelf met voorstellen en alternatieven te komen. Rijksplannen konden worden ingewisseld voor een betere, regionale invulling. In deze elegante en effectieve balans tussen rijksregie en regionale ruimte schuilt de derde les van Ruimte voor de rivier.
Klimaatverandering is een uitdaging van formaat en vraagt opnieuw om een Rijksoverheid die richting geeft en – letterlijk - ruimte maakt. Dat is geen gemakkelijke opgave. Zeker niet omdat diezelfde overheid nauwelijks nog in staat blijkt om daadkrachtig te handelen en problemen op te lossen. Maar als iets ons vertrouwen moet geven, is het de voorbeeldige traditie van planning en ontwerp die met Ruimte voor de rivier een voorlopig hoogtepunt bereikte. Laten we er – vrij naar D66-medeoprichter Hans van Mierlo – vanuit gaan dat we het daarmee verbonden planologische verleden niet achter maar in de rug hebben. Het zou goed zijn als de politiek, de Tweede Kamer voorop, dit verleden weer activeert en van nieuw elan voorzien.
Het is de beste garantie voor onze geografische bestaanszekerheid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden