Home

Ik weet niets over deze stad. Behalve dat ik nooit gelukkiger was dan hier

Het ruikt naar wasmiddel, diesel en parfum. Zo helder als het blauw van de hemel, zo fel kleurt het oranje van de sinaasappels in de bomen. Maar dat is niet wat me bezighoudt, hier in Sevilla. Wat me bezighoudt is de vraag of er meer stadsgidsen bestaan die hun klanten soms vermanend toespreken dat ze moeten doorlopen, ze even later een lolly geven zodat ze ophouden met zeuren en ze uiteindelijk maar gewoon op de rug nemen.

Niet dat deze stadsgids ook maar enige relevante kennis van deze stad heeft. O natuurlijk, het Alcázar Real is prachtig. Mooie tuinen, Game of Thrones is er opgenomen! Welke koningen er woonden? Geen idee. Een bezoek aan het Archivo General de Indias is ook echt een must. Niet dat ik er ooit ben geweest.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Is dit dan het gemeentehuis?’, vraagt mijn vrouw, als we voor een prachtig platerescogebouw in het centrum staan. ‘Dit’, antwoord ik, ‘is het gebouw waar FC Sevilla gehuldigd werd nadat ze de Uefa Cup gewonnen hadden.’ Het plein voor het gebouw stond vol met mensen en een voor een verschenen de voetballers op het balkon. Eso no es un adios, riep een speler die de club na dat seizoen ging verlaten, sino un hasta luego. Dit is geen vaarwel, maar een tot ziens.

‘Maar is dit nou het gemeentehuis?’, vraagt mijn vrouw opnieuw.

Ik weet niets over deze stad. Niets. Behalve dat ik er ooit terechtkwam, in een tijd vóór smartphones en mobiel internet, er een half jaar woonde, dwaalde, verdwaalde en er uiteindelijk thuiskwam. Ik weet niets over deze stad, behalve dat ik, precies waar jij nu loopt, ooit op de stoep zat en goedkope margarita’s dronk. En zie je dat straatnaambordje? Dat was het bordje waar ik op uitkeek vanuit mijn kamer. Hier, op dit terrasje, dronk ik altijd koffie en las ik de Marca.

En hier – ach, het zit er niet meer – zat een café met een roestvrijstalen bar, waar we altijd ’s ochtends vroeg na het uitgaan een tostada aten. Over deze brug liep ik als ik naar voetbaltraining ging. Daar, in dat steegje, woonde mijn beste vriendin. En in deze straat, waar we nu met onze dochters lopen, sloeg een vriend eens een arm om me heen. Hier, langs de oever van de Guadalquivir, in deze wirwar aan straatjes en pleintjes en geluiden en kleuren, verkleumde ik van eenzaamheid, om daarna de warmte te hervinden in de eeuwige zon, nieuwe vrienden en de hartslag van de flamenco.

Ik weet niets over deze stad. Behalve dat ik nooit gelukkiger was dan hier. En ja, volgens mij is dat inderdaad het gemeentehuis.

Source: Volkskrant

Previous

Next